logo bloedsuiker
    November 2016
Samen sterk met diabetes

Vijfenhalf jaar was ze, toen Melle met spoed werd opgenomen in Maasziekenhuis Pantein. Diagnose: diabetes type 1. Vier jaar later herkent moeder Debby de symptomen ook bij zichzelf. Tot haar verbazing blijkt ook zij diabetes te hebben. Uitzonderlijk, het gebeurt namelijk minder vaak dat je op latere leeftijd diabetes type 1 krijgt.

Afvallen
Ze dronk wel drie liter op een ochtend Debby vertelt hoe ze merkte dat er iets aan de hand was bij haar dochter: ‘In twee weken tijd was Melle vijf kilo afgevallen, dat is heel veel als je twintig kilo weegt. Melle had al een tijdje veel last van buikpijn en vermoeidheid, bijvoorbeeld na zwemles. Ook had ze vaak dorst en zin in suiker. Ze dronk en plaste veel. Ik ben eens gaan bijhouden hoeveel ze dronk, dat was wel drie liter op een ochtend. Door mijn opleiding doktersassistente en HBO V achtergrond herkende ik de symptomen die bij diabetes horen. Ik nam contact op met de huisarts, die ons met spoed doorverwees naar het Maasziekenhuis.’

Een echt konijn
Vier dagen lag Melle in het Maasziekenhuis. Haar bloedsuikerwaarden waren veel te hoog en moesten naar beneden worden gebracht. Gebeurt dat niet, dan kan dat schadelijk zijn voor de organen zoals lever en nieren. Dat naar beneden brengen kan niet ineens maar moet geleidelijk gebeuren. ‘Melle is daar goed opgevangen’, vertelt Debby, ‘dat was heel fijn. Wat ook fijn was, is dat ik bij Melle op de kamer kon blijven slapen.’ Melle vult aan: ‘Ik vond het fijn in het ziekenhuis want ik kon er spelen en televisie kijken en er is een klimtoestel. Ik heb rondgewandeld met Jopie Konijn, een echt konijn. Jopie is zelfs in bad geweest.’ Melle heeft in het ziekenhuis een plakboek gekregen. Trots laat ze het boek zien, dat gevuld is met tekeningen, kleurplaten, kaarten, stickers van Jopie en herinneringen die ze heeft opgeschreven toen ze in het ziekenhuis lag. Ze kijkt er nog regelmatig in.

Omgaan met diabetes
Hoeveel insuline nodig is, is soms best lastig in te schatten Tijdens het verblijf in het ziekenhuis hebben Melle en haar ouders geleerd hoe ze kunnen omgaan met diabetes. Debby vertelt: ‘Dat betekent leren prikken, bloedsuiker controleren, eenheden insuline berekenen en spuiten, maar ook leren koolhydraten tellen en daarop de insuline afstemmen. Hoeveel insuline nodig is, is soms best lastig in te schatten. Het weer, activiteiten, eten, drinken, stress en emoties; het heeft allemaal invloed op je suikerwaarde. Dan is er ook nog verschil tussen gewone en langwerkende koolhydraten.’

Verwerken door te praten
Na vier dagen mochten Melle en Debby naar huis. Debby: ‘Ze vroegen ons: “Durven jullie het aan?” We kregen een telefoonnummer mee van het ziekenhuis. We mochten altijd bellen, dat was een geruststellende gedachte. Ook nu nog helpen de kinderarts, diabetesverpleegkundige, diëtist en psycholoog, want er komt veel kijken bij diabetes. Melle krijgt voedingsadvies van een diëtist en een psychologe helpt haar bij de verwerking met rollenspellen en praten. Er is ook ruimte om verdrietig te zijn en ze houdt in de gaten hoe het gaat op school en thuis.’

De draad weer oppakken
De leerkrachten vonden het spannend. Ze hadden nog niet eerder een leerling met diabetes gehad Eenmaal thuis moesten ze de draad weer oppakken, want Melle’s leven ging natuurlijk gewoon door met school, kinderfeestjes enzovoorts. Op school was er gelukkig alle begrip en medewerking. Debby heeft zelf voorlichting gegeven aan leerkrachten en de directrice:  ‘Ze vonden het wel spannend, omdat ze nog nooit eerder hadden meegemaakt dat een leerling diabetes had.’ Melle vertelt dat ze op school maatjes heeft: ‘Als ik me niet lekker voel, bijvoorbeeld bij gym, heb ik altijd een maatje die met mij meegaat de kleedkamer in. Zij zijn eraan gewend dat ik mijn bloedsuiker moet prikken.’

Super hoe ze het doet
Debby is trots op hoe Melle omgaat met haar diabetes: ‘Het is super hoe ze dat doet. Ze kan ook steeds beter aangeven of ze hoog of laag zit. Soms weet ze zelfs de precieze waarde van haar bloedsuiker aan te geven, zonder deze te meten. Tegenwoordig heeft ze een insulinepompje en hoeft ze niet meer te spuiten. Dat is een stuk fijner. In principe bedient ze het pompje helemaal zelf waardoor ze een stuk minder afhankelijk is. Ze heeft het altijd om; alleen met gym, zwemmen en  douchen koppelt ze het af.’

Controles
Elke drie maanden komt Melle voor controle naar het Maasziekenhuis. De kinderarts en diabetesverpleegkundige bekijken hoe de suikerwaarden de afgelopen drie maanden zijn geweest en of het nodig is om het pompje bij te stellen. Bij elke controle worden gewicht, lengte en bloeddruk gemeten en wordt bloed geprikt. In het ziekenhuis zien ze altijd de kinderarts en diabetesverpleegkundige en soms ook een diëtiste of psychologe.

Samen sterk
‘Ik vind het niet leuk dat jij het hebt, maar ik ben nu niet meer alleen’ Begin dit jaar werd Debby plotseling heel ziek: ‘Toen bij mij ook diabetes was geconstateerd zei Melle: ‘Ik vind het niet leuk dat jij het hebt, maar ik ben nu niet meer alleen.’ Ook had ze een tekening voor me gemaakt toen ze in het ziekenhuis lag.’ Debby krijgt er nog een brok van in haar keel als ze eraan terugdenkt. Ze denkt dat Melle zich vaak alleen heeft gevoeld. In haar omgeving kennen ze geen kinderen die diabetes hebben. ‘Ik dacht altijd: had ik het maar in haar plaats’, vertelt ze. ‘We zijn nu een team. In het begin hebben we veel samen geprikt. Soms deden we een wedstrijdje wie het beste zat. We maken er maar iets leuks van. Melle voelt zich meer begrepen nu ik het ook heb. Andersom inspireert ze mij ook weer omdat ze het zo goed doet. Samen zijn we sterk.’

Tekst en foto’s: Nelleke Louwerse

facebook google plus



moeder en dochter hebben diabetes
Melle en Debby hebben allebei diabetes en vinden veel steun bij elkaar: ‘We maken er maar het beste van’


moeder en dochter hebben diabetes 2
Debby: ‘We zijn nu een team. In het begin hebben we veel samen geprikt. Soms deden we een wedstrijdje wie het beste zat’