logo bloedsuiker
    November 2016
En nu ook nog een hartritmestoornis?

Willem Molenaar (59) is naar de huisarts gegaan omdat hij gisteren en vannacht last had van hartkloppingen. Hij voelde zich daarbij niet goed en was wat kortademig bij het lopen. Nu zijn de hartkloppingen gelukkig weer over. Willem is slager van beroep en heeft sinds acht jaar type 2 diabetes. Hij heeft daarnaast ook overgewicht, een te hoge bloeddruk en last van zijn knieën bij veel staan. Hij heeft geen complicaties van de diabetes, maar vindt het wel vervelend dat hij zoveel tabletten moet slikken en één keer per dag insuline nodig heeft. Zijn vader is op 48-jarige leeftijd overleden aan een hartinfarct. Willem maakt zich zorgen. Krijgt hij nu ook een hartinfarct? Wat moet hij doen als het weer terug komt?

Normaal hartritme
Normaliter klopt het hart mooi regelmatig. Het hart is verdeeld in twee boezems en twee kamers. In de sinusknoop in de rechter boezem ontstaat ongeveer elke seconde elektrische activiteit. Deze geeft een elektrische stroom die eerst door de boezems gaan en daarna door de kamers van het hart. Hierdoor trekt het hart samen. Door dit samentrekken pompt het hart bloed naar de grote longslagader en de aorta. Bij inspanning of emoties zorgt onder andere het autonome zenuwstelsel (het zenuwstelsel waarop we zelf geen invloed hebben) ervoor dat de sinusknoop vaker een elektrische stroom op gang brengt: je hartslag gaat dan sneller. Een normaal hartritme dat ontstaat in de sinusknoop wordt een sinusritme genoemd. De elektrische geleiding door het hart is goed te beoordelen met een elektrocardiogram.

20161129 - Een regelmatig hartritme (sinusritme) ....

Een elektrocardiogram van een regelmatig hartritme (sinusritme)

Ritmestoornissen
Als het hart af en toe extra slaat, is dat onschuldig Als de elektrische geleiding door het hart anders verloopt, ontstaat er een ritmestoornis. Zo kan er af en toe een extra elektrische stroom ontstaan, waardoor de volgende hartslag iets te snel komt. Zo’n extra hartslag wordt een extrasystole genoemd. Sommige mensen voelen een overslag van het hart, maar veel mensen ook niet. Als een extrasystole af en toe optreedt, is dat onschuldig.

20161129 - Het hart slaat een keer extra (extrasys...

Een elektrocardiogram van een hart dat een keer extra slaat (extrasystole)

Boezemfibrilleren
Het kan ook gebeuren dat het hart helemaal onregelmatig klopt. Dan is er meestal sprake van boezemfibrilleren: er is chaotische elektrische stroom in de boezems van het hart waardoor de sinusknoop niet meer voor een regelmatig ritme kan zorgen. Omdat het hart een geleidingssysteem heeft, lopen de elektrische prikkels door in de kamers van het hart, gevolgd door hartslagen. Dit gebeurt dan onregelmatig. Boezemfibrilleren wordt ook atriumfibrilleren genoemd. Atrium is een ander woord voor boezem.

20161129 - Rimestoornis in de hartboezem (boezemfi...

Een elektrocardiogram van een ritmestoornis in de hartboezem (boezemfibrilleren)

Ventrikelfibrilleren
Er bestaan ook ritmestoornissen waarbij het hart regelmatig, maar veel te snel klopt Er kan ook chaotische elektrische activiteit in de kamers van het hart ontstaan: ventrikelfibrilleren. Ventrikel is een ander woord voor kamer. Dat is een gevaarlijke situatie want dan zijn er geen effectieve hartslagen meer. Er bestaan ook ritmestoornissen waarbij het hart regelmatig, maar veel te snel klopt. Dit wordt tachycardie genoemd. Tachy betekent snel en cardie betekent hart.

20161129 - Ritmestoornis in de hartkamers (ventrik...

Een elektrocardiogram van een ritmestoornis in de hartkamers (ventrikelfibrilleren)

Oudere mensen
Boezemfibrilleren komt vaker voor bij mensen die een probleem aan een hartklep hebben Boezemfibrilleren kan aanvalsgewijs voorkomen, of permanent aanwezig zijn. Als boezemfibrilleren niet continu aanwezig is, heet dat paroxismaal boezemfibrilleren. Boezemfibrilleren wordt niet altijd waargenomen door degene die het heeft, maar meestal wel als het hart spontaan sneller gaat kloppen. Boezemfibrilleren komt vaker voor bij mensen met een probleem met één van de hartkleppen en bij oudere mensen. Onder de 55 jaar heeft minder dan 0.1% last van boezemfibrilleren, terwijl dat meer dan 9% is bij mensen ouder dan 80 jaar. Andere risicofactoren zijn: overgewicht, hoge bloeddruk, diabetes, de aanwezigheid van vaatvernauwingen in de kransslagaderen, geslacht en aanleg. De kans op boezemfibrilleren kan ook tijdelijk verhoogd zijn na hartoperaties en bij een teveel aan schildklierhormoon (hyperthyreoïdie).

Diabetes en boezemfibrilleren
Een onderzoek in Framingham in de Verenigde Staten bij 4700 mensen zonder afwijkingen aan de hartkleppen laat zien dat mensen met diabetes een hogere kans hebben op boezemfibrilleren. Vrouwen met diabetes hadden een 1.5 keer hogere kans, bij mannen met diabetes was dat minder duidelijk, daar werd een 1.1 keer hogere kans gezien. Omdat mensen met diabetes type 2 vaak ook hoge bloeddruk en overgewicht hebben, loopt zeker een deel van de mensen een verhoogd risico op boezemfibrilleren.

Boezemfibrilleren en herseninfarct
Bij boezemfibrilleren is de kans op een herseninfarct hoger. Een aantal factoren bepaalt hoe hoog dat risico is. Om dit risico in te schatten wordt vaak de CHA2-DS2-VASc score gebruikt. Aan de hand van de leeftijd, geslacht, aanwezig van hartfalen, diabetes, hoge bloeddruk, doorgemaakt herseninfarct of TIA en hart- en vaatziekten worden punten gegeven. Hoe meer punten des te hoger het risico.

Behandeling van ritmestoornissen
Als het risico op een herseninfarct verhoogd is, geeft de arts meestal antistolling Als het risico op een herseninfarct verhoogd is, geeft de arts meestal antistolling ter voorkoming van een herseninfarct. Daarvoor worden acenocoumarol en fenprocoumon gebruikt, medicijnen waarvan de werking nogal variabel is waardoor bloedcontroles en begeleiding door de trombosedienst nodig is. Tegenwoordig worden bij de mensen die boezemfibrilleren hebben zonder klepprobleem steeds vaker de nieuwe antistollingsmiddelen (NOAC, nieuw oraal anticoagulans) gebruikt. Deze middelen heten apixaban, dabigatran, edoxaban of rivaroxaban en hebben het voordeel dat het bloed veel minder vaak gecontroleerd hoeft te worden.

Een kleine elektrische schok
Als boezemfibrilleren minder dan een paar dagen bestaat, zal de cardioloog vaak nog proberen het hartritme weer regelmatig te krijgen. Dat gebeurt dan eerst met medicijnen, en als dat niet lukt met een kleine elektrische schok. De patiënt wordt dan met medicijnen kortdurend slaperig gemaakt. Zo’n behandeling heet een cardioversie. Als het hart bij boezemfibrilleren te snel blijft kloppen, worden meestal bètablokkers gegeven die de hartslag vertragen.

Terug naar Willem Molenaar
Willem heeft urenlang hartkloppingen gevoeld, maar nu is het weer over. Zijn huisarts stuurt hem door naar de cardioloog om uit te zoeken of er sprake is geweest van ritmestoornissen en zo ja welke. Ook geeft de huisarts aan dat Willem bang is omdat zijn vader op 48-jarige leeftijd is overleden aan een hartinfarct. De cardioloog heeft hem een Holter-onderzoek laten doen. Hiervoor moest Willem thuis een kastje dragen zodat er continue een ECG gemaakt kan worden. Hieruit bleek dat hij aanvalsgewijs boezemfibrilleren heeft. Ook werd duidelijk dat Willem korte periodes van boezemfibrilleren niet opmerkt. Bij een echografie en inspanningstesten kwamen geen aanwijzingen voor een probleem met de hartkleppen of kransslagaderen naar voren. Op basis hiervan legt de cardioloog uit dat de klachten van Willem niet duiden op een dreigend hartinfarct. Wel moet Willem een bètablokker en antistolling gaan gebruiken. Hij had twee punten bij de CHA2-DS2-VASc score: diabetes en hypertensie.  Als hij weer een aanval heeft die te lang duurt moet hij zich van de cardioloog in het ziekenhuis melden.

Meer informatie over de CHA2-DS2-VASc score om het risico op een mogelijk herseninfarct te bepalen

facebook google plus



victor en eelco
Wilt u een casus voorleggen aan Eelco Meesters en Victor Gerdes, internisten en hoofdredacteuren van Bloedsuiker? Mail deze naar: redactie@bloedsuiker.nl


hartritmestoornissen3


hartritmestoornissen sinusknoop