logo bloedsuiker
    September 2016
Dit is nieuws op het gebied van diabetes

Eline van der Velde (54) heeft diabetes type 1 sinds haar zeventiende. Samen met haar man die huisarts is, volgt ze de diabetesontwikkelingen op de voet. Toen ze hoorde dat wij naar het EASD-congres waren geweest, vroeg ze of ze ons verslag mocht lezen.

Veel soorten onderzoek
Klinisch onderzoek naar de effectiviteit van nieuwe geneesmiddelen Op een congres wordt heel veel onderzoek gepresenteerd, dit jaar ook weer meer dan 1000 studies. Hierbij komen uiteenlopende onderwerpen aan bod. Er wordt fundamenteel onderzoek gepresenteerd, onderzoek wat zich bijvoorbeeld richt op vragen over de werking van bepaalde eiwitten of cellen. De resultaten daarvan zijn niet direct in de spreekkamer te gebruiken, maar kunnen voor de toekomst belangrijk zijn. Maar er is ook veel klinisch onderzoek, bijvoorbeeld studies naar de effectiviteit van nieuwe geneesmiddelen, of naar bijwerkingen van bestaande middelen, en onderzoek naar methoden om complicaties beter te kunnen voorspellen.

Sensoren
Een sensor die gemiddeld 149 dagen functioneert De technische ontwikkelingen gaan door. Er werden resultaten gepresenteerd van een studie van een continue glucosesensor die onder de huid geplaatst wordt en die gebruikt wordt in combinatie met een draagbare kleine transmitter. Een sensor meet 24 uur per dag de glucosewaarden. De sensoren bleken gemiddeld 149 dagen goed te functioneren, in 40% van de gevallen zelfs meer dan 180 dagen. Patiënten gebruikten de transmitter meer dan 23 uur per dag en het HbA1c verbeterde van 58 (7.5) naar 55 mmol/mol (7.2%).

Sensor versus meter
Een Nederlandse studie laat zien dat ‘real time’ continue glucosemonitoring (RT-CGM) beter is dan gewone metingen van glucose. Patiënten moesten een periode van twaalf weken RT-CGM gebruiken en een periode van twaalf weken zelf meten. In de periode met RT-CGM waren de glucosewaarden vaker in de juiste range (65.0% versus 55.4%) en hadden de mensen minder vaak ernstige hypo’s en minder verhoogde glucosewaarden.  

Kunstmatige pancreas getest
Het gebruik van de kunstmatige alvleesklier lijkt veilig Ook werden twee belangrijke studies gepresenteerd die de effectiviteit van een ‘kunstmatige’ pancreas (alvleesklier) onderzocht hebben. Dit wordt ook wel een closed-loop systeem genoemd. Hierbij communiceren de sensor en pomp met elkaar en stelt de pomp zelf insulineafgifte bij op grond van de metingen en de trends daarin. In de ene studie werden 124 personen gevolgd die voor drie maanden zo’n systeem gebruikten. Dat deden zij voor 87% van de tijd waarbij het HbA1c verbeterde van 57 (7.4) naar 52 mmol/mol (6.9%). Mensen met de hoogste HbA1c-waarden hadden een grotere verbetering. Er waren geen mensen met keto-acidose of ernstige hypo’s. Het gebruik lijkt dus veilig.

Insuline en glucagon samen
In een andere studie werd het gebruik van een closed-loop systeem met een pomp waarin zowel insuline als glucagon zit, gedurende elf dagen in de thuissituatie vergeleken met gebruik van een gewone insulinepomp. De gemiddelde glucosewaarden daalden van 9.0 naar 7.8 mmol/l met de kunstmatige pancreas. Ook nam de tijd dat mensen een waarde onder de 3.3 mmol/l hadden af. Er moet nog aanvullend onderzoek gedaan worden met dit systeem.    

Gewichtsverlies bij GLP-1
GLP-1 kan gunstig zijn naast insuline Al een paar jaar zijn GLP-1 medicijnen beschikbaar (middelen zoals exenatide, liraglutide en dulaglutide). Er werden resultaten gepresenteerd van studies die nieuwe GLP-1 medicijnen onderzochten, of de combinatie van bekende met andere geneesmiddelen. Zo werd gepresenteerd dat het toevoegen van dulaglutide 1.5 mg één keer per week bij mensen met type 2 diabetes die insuline glargine gebruiken leidde tot een beter HbA1c (een daling van 8 mmol/mol, (0.8%)), een iets lager gewicht (2.4 kg) en geen toename van hypo’s. Er waren al meer studies die laten zien dat het toevoegen van GLP-1 bij mensen met type 2 diabetes die insuline gebruiken, gunstig kan zijn.

GLP-1 als alternatief voor insuline
26% lagere kans op nieuwe hart- en herseninfarcten Semaglutide is een GLP-1 die één keer per week gegeven wordt. Semaglutide bleek de regulatie van type 2 diabetes meer te verbeteren dan insuline glargine, een insuline die vaak gegeven wordt als mensen met metformine en SU-preperaten niet meer goed te reguleren zijn. Ook bleek semaglutide meer verbetering van het HbA1c te geven dan exenatide (daling van 16 (1.5) versus 10 mmol/mol (0.9%)). Op de laatste ochtend werd gepresenteerd dat semaglutide bij mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten een 26% lagere kans op nieuwe hart- en herseninfarcten geeft in vergelijking met placebo. Deze publicatie is direct in de New England Journal of Medicine verschenen. Tot nu toe werd GLP-1 als injectie gegeven, net als insuline. Maar semaglutide bestaat nu ook in een tabletvorm. In een studie waarin naar de optimale dosis werd gezocht, lijkt het erop dat deze tabletvorm even goed is als de injecties met semaglutide.

GLP-1 in een pompje
Er is gewerkt aan het toedienen van exenatide met een onder de huid geplaatst pompje ter grootte van een lucifer. Dan hoeft er niet meer wekelijks een injectie gegeven te worden. Het plaatsen van zo’n pompje voor twaalf maanden werd vergeleken met sitagliptine en bleek effectiever (daling HbA1c 16 (1.5) versus 9 mmol/mol (0.8%)).

SGLT2 en bijwerkingen
Ook relatief nieuw zijn de SGLT2-remmers. Die verlagen de bloedsuikers doordat ze het uitplassen van glucose bevorderen. In Nederland zijn empagliflozine, dapagliflozine en canagliflozine al beschikbaar. Vorig jaar was al gebleken dat empagliflozin een gunstig effect heeft bij mensen met type 2 diabetes en een verhoogd cardiovasculair risico: er was een lagere kans op cardiovasculaire complicaties en overlijden, waarschijnlijk vooral door een lagere kans op hartfalen. Op dit congres werd gepresenteerd dat mensen die empagliflozin gebruiken geen verhoogde kans op botbreuken hebben. Negentien studies waren samengevoegd waardoor gegevens van meer dan 12.000 patiënten beschikbaar waren. In een vergelijkbare studie werd aangetoond dat de kans op ketoacidose bij type 2 diabetes bij het gebruik van empagliflozine erg laag is, en vergelijkbaar is met patiënten die een andere behandeling kregen (kans van één op duizend).

SGLT2 samen met andere medicijnen
SGLT2-middelen lijken goed te combineren met andere geneesmiddelen. Een onderzoek bij 334 personen met ernstig overgewicht, maar nog geen diabetes, liet zien dat canagliflozine samen met het middel phentermine meer gewichtsverlies bewerkstelligt dan beide middelen apart (6.9% gewichtsverlies in vergelijking met placebo).
Ertugliflozine bleek een effectief middel om toe te voegen aan metformine en sitagliptine bij mensen met type 2 diabetes. Zonder toename van hypo’s was de regulatie beter (HbA1c 6 mmol/mol (0.7%) lager dan placebo). Ook voor andere SGLT2 remmers werd dit gezien.

Nieuwe insulines
Er werden ook resultaten gepresenteerd van nieuwe insulines, zoals nog sneller werkende versie van insuline aspart. Ook waren er studies waarin verschillende langwerkende insulines vergeleken werden. Daarnaast wordt gewerkt aan nieuwe middelen voor de behandeling van type 2 diabetes.

Veelheid andere studies
Inname van meer eiwit bij het ontbijt lijkt de glucosewaarden na de maaltijd te verbeteren, ook later op de dag Er was bovendien een veelheid van andere studies, te veel om op te sommen. We noemen de meest interessante onderzoeken. Zo werden er resultaten getoond van studies die de inname van eiwit bij het ontbijt onderzochten. Inname van meer eiwit bij het ontbijt lijkt de glucosewaarden na de maaltijd te verbeteren, ook later op de dag. Dat suggereerden in elk geval twee studies.
Onderzoek naar het gebruik van geneesmiddelen bij type 2 diabetes in Denemarken liet een daling zien in het gebruik van insuline en SU-preparaten, en een duidelijke toename van GLP-1, DPP4-remmers en recent ook SGLT2. Een ander onderzoek liet zien dat de kosten van de behandeling van diabetes tussen 2006 en 2014 in Zweden verdubbeld zijn, met name door het identificeren van meer patiënten, maar ook door een 18% toename in de zorgkosten per patiënt.

Diabetes accepteren
Acceptatie van de diagnose diabetes kan met name bij type 1 diabetes een probleem zijn. Maar hoe meet je acceptatie? Er is een nieuwe methode, een vragenlijst, ontwikkeld om dit te meten. Dit kan van belang zijn voor onderzoek naar methoden om de acceptatie van diabetes te verbeteren.
Wat betreft complicaties van diabetes waren er onderzoeken naar nieuwe markers in het bloed of in de urine om het optreden of de verergering van nierschade (nefropathie) te voorspellen. Ook lijken bij type 1 diabetes ontstekingsprocessen in de darm vooraf te gaan aan nierschade. Er werden bovendien gegevens gepresenteerd van het vaststellen van neuropathie, en dat blijkt nog vaak niet goed te gebeuren bij mensen met diabetes. Dat liet een Duits onderzoek zien.

Terug naar Eline
Samen met haar man had Eline al deze onderzoeksresultaten doorgenomen en besproken. Dat er ook nog mooie studies waren over zwangerschapsdiabetes, bètacellen (de cellen die insuline produceren), cholesterol, nieuwe manieren om retinopathie te screenen en over bruin vetweefsel, geloofden zij graag. Vooral de ontwikkelingen met de sensoren en kunstmatige pancreas spraken haar aan, die hadden vooral betrekking op type 1 diabetes.

facebook google plus



victor en eelco
Wilt u een casus voorleggen aan Eelco Meesters en Victor Gerdes, internisten en hoofdredacteuren van Bloedsuiker? Mail deze naar: redactie@bloedsuiker.nl

Bloedsuiker bezoekt EASD
Eén keer per jaar worden alle toonaangevende onderzoeken en studies op het gebied van diabetes gepresenteerd op het congres van de EASD, European Association for the Study of Diabetes. Dit jaar vond de EASD plaats in München in Duitsland van 12 t/m 16 september. Diabetesbehandelaren, onderzoekers, farmaceuten, fabrikanten van pompen, meters en hulpmiddelen en diabetesorganisaties van over de hele wereld komen er naar toe. Bloedsuiker was hier aanwezig en schreef er dit verslag over.