logo bloedsuiker
    Februari 2016
Welke bloeddrukverlager is geschikt?

Vaak krijgen mensen met diabetes met een te hoge bloeddruk een bloeddrukverlager uit de klasse van de RAS-remmers voorgeschreven, zoals enalapril, lisinopril, perindopril of losartan, irbesartan, valsartan. Is dit daadwerkelijk beter dan de andere bloeddrukverlagende medicijnen zoals bètablokkers, diuretica en calciumantagonisten?
Om dit te onderzoeken werden de gegevens geanalyseerd uit eerder gedaan onderzoek naar het gebruik van bloeddrukverlagers bij mensen met diabetes. Maar voordat we ingaan op de resultaten van dit onderzoek eerst iets meer over de verschillende groepen bloeddrukverlagers.

Veel verschillende bloeddrukverlagers
Er zijn veel verschillende soorten bloeddrukverlagers. De belangrijkste groepen zijn: diuretica, bètablokkers, calciumantagonisten en RAS-remmers. Ze bestrijden hetzelfde probleem, maar op een andere manier.

Plaspillen
Plaspillen worden ook wel diuretica genoemd. Ze zorgen ervoor dat het lichaam vocht en zouten verliest. De bloedsomloop heeft dan minder bloed te verwerken, waardoor na verloop van tijd de bloeddruk daalt.

Bètablokkers
Bètablokkers blokkeren een chemisch mechanisme dat de werking van hart en bloedvaten aanstuurt via het autonome zenuwstelsel. Dit laatste zorgt ervoor dat onbewuste lichaamsprocessen in goede banen worden geleid. Denk bijvoorbeeld aan hartritme, ademhaling en spijsvertering.
Het autonome zenuwstelsel kan het hart aanzetten tot grotere activiteit door stresshormonen zoals adrenaline in de bloedsomloop te brengen. Spiercellen in het hart nemen die hormonen op door ze te koppelen aan bepaalde eiwitten op hun beschermende jasje, de celmembraan. Die eiwitten vangen als het ware de hormonen op – je noemt ze daarom receptoren. Stresshormonen worden op de celmembraan van spiercellen van hart en bloedvaten opgevangen door de zogenoemde bèta-receptoren. Bètablokkers zijn in staat om die receptoren te blokkeren. Het gevolg is dat het stresshormoon zijn werk niet kan doen, het hart rustiger klopt en de bloeddruk daalt. Bètablokkers blokkeren de opname van stresshormonen.
Stofnamen van bètablokkers zijn: acebutolol, atenolol, betaxolol, bisoprolol, carvedilol, celiprolol, labetalol, metoprolol, nebivolol, oxprenolol, pindolol, propranolol, sotalol. In de apotheek hebben de bètablokkers meestal een merknaam die anders is dan de stofnaam, maar de stofnaam staat wel op de bijsluiter.

Calciumantagonisten
Spiercellen hebben calcium nodig om zich te kunnen samentrekken. Calciumantagonisten blokkeren de calciumopname, en hebben dus een spierverslappend effect. De knijpkracht van het hart daalt en daarmee ook de bloeddruk. Ook op de slagaders, die spierweefsel in hun wanden hebben, hebben calciumantagonisten een verslappend effect. De slagaders verwijden zich, waardoor de bloeddruk afneemt.
Stofnamen van calciumantagonisten zijn: amlodipine, barnidipine, diltiazem, felodipine, isradipine, lacidipine, lercanidipine, nicardipine, nifedipine, nisoldipine, nitrendipine, verapamil. Calciumantagonisten worden verkocht onder hun merknaam, maar de stofnaam staat op de bijsluiter.

RAS-remmers
Het lichaam regelt de bloeddruk op verschillende manieren, onder meer via een systeem dat draait om het hormoon angiotensine, het zogenoemde RAS, een afkorting van Renine-Angiotensine- Systeem.
Het RAS zorgt voor een stabiele bloeddruk door op verschillende punten de bloeddruk te registreren. Als die te laag is, gaat er een signaal naar de nieren waar vervolgens het eiwit renine wordt gemaakt. Renine zorgt voor de aanmaak van het hormoon angiotensine I, maar in deze vorm kan het hormoon nog niks doen voor de bloeddruk. Om het daarvoor bruikbaar te maken moet het worden veranderd in angiotensine II. Dat gebeurt met het eiwit ACE, een afkorting van Angiotensin Converting Enzyme (eiwit dat angiotensine verandert). Angiotensine II verhoogt de bloeddruk, onder meer door de bloedvaten te vernauwen.

ACE-remmers en Angiotensine II-antagonisten
Er zijn twee soorten RAS-remmers: ACE-remmers en Angiotensine II-antagonisten. ACE-remmers remmen de werking van het eiwit ACE, waardoor er minder angiotensine II in de bloedsomloop komt en de bloedvaten zich verwijden. Daardoor daalt de bloeddruk.
Angiotensine II-antagonisten blokkeren de receptoren voor angiotensine II, waardoor het hormoon niet zijn bloedvatvernauwende werk kan doen. Het resultaat is dat de bloedvaten zich verwijden en de bloeddruk afneemt.
Stofnamen van ACE-remmers zijn: benazepril, captopril, cilazapril, enalapril, fosinopril, lisinopril, moëxipril, perindopril, quinapril, ramipril, trandolapril, zofenopril.
Stofnamen van angiotensine II-antagonisten zijn: candesartan, eprosartan, irbesartan, losartan, telmisartan, valsartan, olmesartan.
ACE-remmers en angiotensine II-antagonisten worden verkocht onder een merknaam die meestal afwijkt van de stofnaam. De stofnaam is wel te vinden op de bijsluiter.

Conclusie
Terug naar het onderzoek. Deze studie laat zien dat het gebruik van een bloeddrukverlager uit de klasse van de RAS-remmers bij mensen met diabetes niet per se beter is dan het gebruik van andere bloeddrukverlagende medicijnen zoals bètablokkers, diuretica en calciumantagonisten. Zo staat het overigens ook in de huidige Europese richtlijnen, mits de mensen met diabetes geen nieraandoening hebben. Voordeel hiervan is dat er meer keuze- en combinatiemogelijkheden zijn, zodat gezocht kan worden naar een effectieve therapie die goed verdragen wordt door de patiënt.

Bron: hartwijzer.nl
Bron: BMJ 2016, februari 2016, Diabetes mellitus as a compelling indication for use of renin angiotensin system blockers: systematic review and meta-analysis of randomized trials, Sripal Bangalore et al

facebook google plus



diabetesonderzoek
Wereldwijd wordt er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de genezing en behandeling van diabetes. Voor de rubriek nieuws uit de medische wetenschap' selecteren we maandelijks n of twee toonaangevende onderzoeken uit de internationale medische vaktijdschriften.