logo bloedsuiker
    Maart 2016
Hogere glucosewaarden na een longembolie

Carolien Kramer (46) is herstellende van een longembolie. Een maand terug is zij aan haar linkerknie geopereerd na een ski-ongeval. Carolien heeft haar diabetes type 1 goed onder controle. Soms wisselen haar waarden wat, maar bij de laatste grote controle waren ogen, nieren en zenuwen nog goed. Omdat ze veel last had van haar menstruatie en veel bloed verloor, is zij twee jaar geleden weer begonnen met de anticonceptiepil. Na haar longembolie heeft ze antistolling gekregen. Haar glucosewaarden zijn hoger dan normaal. Zij heeft een mail naar haar diabetesverpleegkundige gestuurd met de vraag of dat door de longembolie of door de medicijnen komt.

Stolselvorming is nuttig
Als u een wondje heeft, vormt zich een stolsel dat het defect dichtmaakt Uw bloedvaten zijn belangrijk voor het transport van zuurstof, glucose, hormonen en andere stoffen. Als u een wondje heeft, vormt zich een stolsel dat het defect dichtmaakt. Stolselvorming is normaal gesproken dus een nuttig proces dat ervoor zorgt dat het bloedverlies beperkt blijft. Het vormen van een stolsel is goed gereguleerd. Het stolsel wordt niet te groot, zodat het bloedvat goed kan blijven functioneren en het bloed kan blijven stromen. Om dit goed te laten verlopen zijn er verschillende stollingseiwitten nodig.

Trombose: een bloedstolsel
Er kan ook een stolsel in een ader ontstaan terwijl er geen wondje is in de vaatwand. Dat is een abnormale situatie. Dan ontstaat het gevaar dat het stolsel zo groot wordt dat het de ader afsluit en klachten veroorzaakt. Dit wordt een trombose genoemd. Ontstaat dit in een ader (een bloedvat dat naar het hart toegaat), dan wordt dit veneuze trombose genoemd. Ontstaat er een stolsel in een slagader (een bloedvat dat van het hart komt) dan heet dit arteriële trombose.

Trombosebeen
De meeste stolsels in de diepe aderen ontstaan in het been: in de volksmond een trombosebeen. Door de stuwing van bloed voor het stolsel, wordt het been dikker en vaak ook warmer, rood en pijnlijk. Een stolsel in een diepe ader, diep veneuze trombose, is ernstiger dan een stolsel in een oppervlakkige ader. Oppervlakkige stolsels komen vaker voor bij mensen met spataderen. Het wordt tromboflebitis of oppervlakkige trombose genoemd.

Longembolie
Bij een longembolie wordt een longslagader afgesloten door een bloedstolsel Het kan gebeuren dat er een stukje van het bloedstolsel loslaat en met de bloedstroom wordt meegevoerd. Zo’n stolsel kan via het hart in de longen terechtkomen en vast komen te zitten in de longslagader. Dit wordt een longembolie genoemd. Iemand met een longembolie heeft meestal klachten van kortademigheid, pijn bij het ademen of dieper doorzuchten. Soms kan de bloedsomloop zo in het gedrang komen dat iemand een heel lage bloeddruk en snelle hartslag krijgt, dat kan levensbedreigend zijn. Veneuze trombose en longembolie worden als twee uitingen van een ziekte gezien. Ze komen vaak samen voor en hebben dezelfde risicofactoren.

Risicofactoren voor trombose
Mensen kunnen een aangeboren aanleg voor trombose en longembolie hebben. Door genetische (aangeboren) varianten in de stollingseiwitten wordt in bepaalde families vaker veneuze trombose gezien. Een andere risicofactor is een tijdelijke verandering van de bloedsamenstelling bijvoorbeeld door andere ziektes (infecties, auto-immuunziekte, kanker) of medicijnen (anticonceptiepil). Daarnaast neemt het risico op trombose ook toe als iemand bedlegerig is of een grote operatie heeft ondergaan. Ook zwangere vrouwen en mensen met obesitas (overgewicht) hebben door verschillende redenen een hoger risico. Tot slot kan een heel lange (vlieg)reis het risico op trombose iets verhogen.

Behandeling van trombose
Als iemand een diep veneuze trombose of longembolie heeft, krijgt hij antistolling. Tot voor kort werd er standaard begonnen met injecties van laag moleculair gewicht heparine. Dit werd gevolgd door tabletten (acenocoumarol, fenprocoumon) die de werking van vitamine K tegengaan. Deze zorgen ervoor dat een aantal stollingseiwitten niet goed wordt aangemaakt. Bij deze medicijnen moet het bloed regelmatig gecontroleerd worden. Dat gebeurt meestal via de trombosedienst. Inmiddels zijn er nieuwe middelen beschikbaar die directer op stollingseiwitten werken. Dit zijn ook tabletten en deze hebben als voordeel dat het bloed niet meer zo vaak gecontroleerd hoeft te worden (apixaban, dabigatran, edoxaban, rivaroxaban). Ze worden de nieuwe orale anticoagulantia, NOAC, of directe orale anticoagulantia, DOAC, genoemd. Bij situaties waarbij het risico op trombose hoog is, bijvoorbeeld na een grote operatie, wordt een lage dosis van antistolling gegeven om trombose te voorkomen.

Diabetes en veneuze trombose
Als iemand een diep veneuze trombose of longembolie heeft, kan de diabetesregulatie tijdelijk minder goed zijn Er is geen duidelijke link tussen diabetes en het risico op trombose. Wel hebben mensen met diabetes vaker andere risicofactoren die een rol spelen bij het optreden van trombose. Zo is obesitas een risicofactor. Hetzelfde geldt voor minder bewegen en dit kan voorkomen bij mensen met een diabetische voet, bijvoorbeeld door een moeilijk genezende of ontstoken wond aan de voet. Ook een operatie of een andere ontsteking, zijn risicofactoren. Als iemand een diep veneuze trombose of longembolie heeft, kan de diabetesregulatie tijdelijk minder goed zijn. Vaak zijn de suikerwaarden dan wat hoger.

Carolien Kramer
In de familie van Carolien komt voor zover zij weet trombose niet vaak voor. Alleen een verre neef had een trombosebeen. Na het ski-ongeval heeft ze haar linkerbeen nauwelijks kunnen gebruiken en ook na de knieoperatie was ze veel minder mobiel dan normaal. Na de operatie heeft zij drie dagen injecties laag moleculair gewicht heparine gekregen. Die verlagen de kans op trombose, maar kunnen helaas niet alles voorkomen. Omdat zij de anticonceptiepil gebruikt en deze de kans op trombose vergroot, is zij hier op aanraden van haar arts mee gestopt. Ook krijgt ze antistollingsmedicatie. De diabetesverpleegkundige heeft uitgelegd dat haar glucosewaarden als gevolg van de longembolie tijdelijk wat verhoogd kunnen zijn. Ook het feit dat ze minder beweegt kan hieraan bijdragen.

facebook google plus



victor en eelco
Wilt u een casus voorleggen aan Eelco Meesters en Victor Gerdes, internisten en hoofdredacteuren van Bloedsuiker? Mail deze naar: redactie@bloedsuiker.nl


trombosebeen
Bij een trombosebeen verhindert een bloedstolsel in een bloedvat de bloeddoorstroming. Door de stuwing die hierdoor ontstaat, wordt het been dikker en vaak ook warmer, rood en pijnlijk