logo bloedsuiker
    Oktober 2014
Pissig
Toen gaf ik maar toe. Heel soms, ik denk zo één keer per jaar, zet ik mijn diabetes in als wapen. Als je tijdens Koningsdag in een vreselijk lange rij staat voor de toiletten van een van de grotere fastfoodketens, kun je hem er altijd ingooien: "Ik heb diabetes en ik moet insuline spuiten.” En dit zal ik verder nooit openlijk toegeven, maar als mijn lief me vraagt de stofzuiger ter hand te nemen, zet ik weleens een denkbeeldige hypo in.

In restaurants werkt ie ook altijd goed:"Mevrouw, ik heb diabetes en ik heb een hoge suiker. Mag ik misschien wat insuline spuiten op jullie toilet?” "Het duurt wel erg lang met jullie service zeg, ik moet nu snel eten, anders krijg ik een hypo en dan mogen jullie me opvegen.” Laatst was mijn één-keer-per-jaar-misbruik weer eens prangend vanwege een toiletbezoek. Ik stond in één van de grootste modeketens van Nederland en moest heel, héél nodig plassen. Ik kon letterlijk geen stap meer zetten, zó nodig. Ik keek een medewerkster van de betreffende winkel aan en zei met mijn kleinste stemmetje: "Mevrouw, ik heb diabetes en ik heb een hoge suiker. Mag ik misschien wat insuline spuiten op jullie toilet?” De vrouw keek me meteen geschokt en vol medelijden aan. „Ja, nee, túúrlijk mag dat!” Ze troonde me meteen mee naar ‘achter de schermen’. Ik bedankte haar vriendelijk, met het heerlijke vooruitzicht dat ik over een paar minuten niet meer bijna uit elkaar zou ploffen. De opluchting zou groter zijn dan ooit, bedacht ik me. Maar toen… “Hier, ik zal je niet op het toilet laten spuiten, dat vind ik zo barbaars.” Ze wees me een stoel en een tafel aan. “Kun je rustig je spuit zetten.”

Natuurlijk was dit een buitengewoon vriendelijke, De enige optie was: tanden op elkaar en deze geweldige service accepterenmeelevende geste. Maar het enige wat ik kon denken was: “Néé! Geef me de plee! Ik kán niet meer!” Maar de enige optie was: tanden op elkaar en deze geweldige service accepteren. Dus ging ik zitten, verwisselde ik mijn infuus (eerlijk is eerlijk, dat moest ook wel gebeuren, maar niet per se nú). Waarna we elkaar met een glimlach aankeken (ik probeerde dankbaarheid uit te stralen, zij straalde ‘graag gedaan’ uit). Maar ik moest nog steeds. “Nu ik hier toch ben, mag ik heel misschien ook even gebruik maken van het toilet?” “Dat hebben we hier niet, zit aan de andere kant van het gebouw”, zei ze vriendelijk. En ja, dan is het weer raar om te zeggen: breng me daar nú naartoe. En zo viel ik keihard in mijn eigen leugen. “Eh… oké, bedankt voor je hulp”, stotterde ik. Met een blaas zo vol dat ik er bijna van moest huilen verliet ik, pissig (pun intended), het gebouw. Dat krijg je er nou van als je je voordeel probeert te doen met je aandoening: vroeg of laat word je met je snoet in je eigen pis gedrukt (gelukkig kon ik nog net op tijd een toilet vinden bij een belendende boetiek).

Maaike Helmer
facebook google plus



foto
Maaike Helmer (35) is freelance journalist voor veel publieksbladen (zoals Cosmopolitan en Margriet) en werkt als copywriter voor diverse merken