logo bloedsuiker
    Oktober 2014
Sport en diabetes: al doende leert men!

Veel mensen met diabetes zijn voorzichtig met sport omdat ze bang zijn hypo’s te krijgen. Heel jammer, want sporten is fijn en juist heel goed bij diabetes. Lees hier de tips and tricks uit de praktijk, van drie enthousiaste sporters met diabetes!

Iedereen reageert verschillend op sporten, dat laten de interviews in dit artikel wel zienBij beweging gaan alle spieren wat harder werken, waardoor ze meer glucose verbruiken. Daardoor daalt dus de bloedglucose, waardoor een hypo op de loer ligt. Gaat u sporten? Zorg dan voor een goede instelling van uw insuline en meet rondom het sporten regelmatig uw bloedglucose. Tijdens het sporten heeft u snelle koolhydraten nodig, zoals dextro of een isotone sportdrank en na het sporten nog wat langzame koolhydraten. Iedereen reageert verschillend op sporten, dat laten de interviews in dit artikel wel zien. En ook de omstandigheden kunnen een groot verschil maken. Een wedstrijd is heel anders dan een training, en bij warm weer reageren bloedglucosewaarden ook weer anders. Zelfregulatie is dus echt een must.

Vertrouwen in mijn lichaam
“Een sporter ben ik altijd al geweest”, zegt Ger Casparie (52 jaar, waarvan 25 met diabetes). “En ik ben misschien een rare, maar toen ik hoorde dat ik met diabetes in principe alles zou kunnen, wilde ik dat ook meteen testen. Twee jaar na de diagnose maakte ik een trektocht van zes weken door Bolivia. Een pittige tocht, waarbij halverwege bleek dat de gids te weinig eten bij zich had. Door mijn goede conditie konden we de trektocht in minder dagen volbrengen. Dat was het moment waarop ik weer vertrouwen in mijn lichaam kreeg.

Tips en trucs
  • Injecteer de insuline niet in de in de buurt van spiergroepen die u tijdens het sporten veel gaat gebruiken
  • Hou er rekening mee dat sporten zorgt voor een betere doorbloeding en dat daardoor de opname van insuline toeneemt
  • Ga niet sporten bij hoge bloedglucosewaarden (16 mmol/l of hoger). Dan is er namelijk kans op hyperglykemische acidose. Dit is overigens alleen zo als u weinig actieve insuline in uw lichaam heeft, dus lang geleden insuline heeft toegediend. Als u deze waarde meet één uur na het eten en het geven van insuline, dan is er niets aan de hand.
  • Gaat u in de winter sporten (bijvoorbeeld schaatsen) en neemt u insuline mee? Draag die dan op de huid, zodat het niet te koud wordt. Bijvoorbeeld in een tasje om de nek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrijheid
“Tijdens het sporten controleer ik mezelf niet. Voor mij is sporten echt even vrijheid: niet meten, niet spuiten”Mijn sport is wielrennen en ik doe dat twee keer per week. De ene keer in een groep en dan fiets is zo’n honderd kilometer, de andere keer alleen en dan fiets ik ongeveer zestig kilometer. Mijn truc is om de avond voor de training alvast wat minder langwerkende insuline te spuiten, ook bij vertrek gebruik ik minder insuline. En op de fiets ga ik meteen eten! Vijgen zijn ideaal, je kunt ze gemakkelijk meenemen en doseren. Veel gemakkelijker dan bananen! Ik blijf heel regelmatig eten en sportdrank drinken tijdens het fietsen. Tijdens het sporten controleer ik mezelf niet. Voor mij is sporten echt even vrijheid: niet meten, niet spuiten. Mijn teamgenoten weten dat ik diabetes heb, dus als ik wat wazig of onredelijk reageer, vragen ze of ik mezelf even wil checken. Lange tijd heb ik gestreden tegen mijn ziekte, zag ik diabetes als een autoriteit die mij in de houdgreep hield. Nu heb ik het omgedraaid. Ik regel mijn diabetes zelf en ik accepteer dat niet alles in mijn lijf het goed doet. Het was een enorme kick toen ik vorig jaar de Mont Ventoux beklom. Zie mezelf nou eens gaan, dacht ik. Zo’n ouwe diabeet van 52 doet het toch maar.”

Drinken tijdens het sporten
Sport u maximaal een uur per keer? Dan heeft u waarschijnlijk aan alleen water voldoende. Voor sporters die langer actief zijn, is het vaak verstandig vocht met koolhydraten te nemen. Dat helpt een hypo te voorkomen én u vult meteen uw glycogeenvoorraad weer aan, zodat u het sporten langer vol kunt houden.
Probeer (tijdens trainingen) uit welke sportdrank u het beste bevalt en wat het effect is op uw bloedglucose.

“Sporten is mijn uitlaatklep”
“Nu weet ik dat ik na het sporten juist meer insuline nodig heb. Dat komt waarschijnlijk door de adrenaline die vrijkomt”Ze heeft sinds haar tiende diabetes en is altijd al actief geweest. Nicole Steneker (26): “Ik loop drie keer per week hard en daarnaast doe ik ook nog aan fitness en zaalvoetbal. Ik ben dus bijna elke dag actief. Dat moet, omdat ik altijd druk ben in mijn hoofd. Van sporten word ik rustig. Het was wel even zoeken voor ik de juiste balans had gevonden tussen voeding en insuline. Nu weet ik dat ik na het sporten juist meer insuline nodig heb. Dat komt waarschijnlijk door de adrenaline die vrijkomt. Ik zet mijn pomp na het sporten twee uur lang op 200% van mijn basale behoefte en dan gaat het goed. Meestal loop ik ’s ochtends. Ik ontbijt dan met havermoutpap en fruit. Tijdens het sporten neem ik voor de zekerheid wat dextro mee, maar eigenlijk heb ik dat vrijwel nooit nodig. Als ik zaalvoetbal, doe ik mijn pomp af en neem ik een fles ranja mee. Als ik tijdens het spel even op de bank zit, check ik mijn bloedglucose en neem zo nodig ranja. Na het zaalvoetbal zet ik de pomp ook weer wat hoger. Dankzij het sporten voel ik me beter dan ooit.”

Meer of minder insuline na het sporten?
Nicole heeft na het sporten juist meer insuline nodig. Maar er zijn ook veel mensen die juist minder insuline nodig hebben. Bij veel mensen met diabetes is na het sporten sprake van een hogere insulinegevoeligheid, die 24 tot 48 uur kan aanhouden. Hierop kunt u uw insuline- of koolhydraatinname aanpassen. Ook voordat u gaat sporten kunt u uw insulinedosis verlagen of de basaalstand van uw pomp lager zetten. Door zelfcontrole krijgt u inzicht in uw lichaam en hoe het reageert op inspanning. Twijfelt u? Overleg dan met uw diabetesverpleegkundige.

“Ik voel me er lekker bij”
“Ik ben heel insulinegevoelig en heb snel last van hypo’s”Drie jaar geleden werd bij Danny van Esch (19) diabetes geconstateerd. “De eerste periode zat ik slecht in mijn vel. Ik was heel moe, ging veel eten en voelde me helemaal niet fit. Toen begon ik met buiten fietsen en krachttraining in de sportschool. Qua instellen had dat wel wat voeten in de aarde. Ik ben heel insulinegevoelig en heb snel last van hypo’s. Ik kan er nauwelijks tegenop eten als ik fiets, zeker niet als ik flink doortrap bij stevige tegenwind. Na vijftien kilometer moet ik dan echt wel naar huis. In de sportschool gaat het beter. Daar prik ik ook elke vijftien of twintig minuten, om te kijken of ik niet te laag zit. Ik zet de basale insuline al vier uur van tevoren wat lager en eet van tevoren een snee roggebrood. Na het sporten eet ik vaak een banaan of een cracker. Het is al met al wel wat plannen en uitzoeken, maar het is het waard. Het lekker bezig zijn en de buitenlucht doen me echt goed.”

Extra koolhydraten
Het is onmogelijk om precies aan te geven hoeveel koolhydraten iemand extra nodig heeft, want dit varieert per persoon. Maar dit is een mooie richtlijn:

Duur en type inspanning 
Glucosewaarde voor aanvang Extra koolhydraten
30 minuten of minder lichte inspanningOnder 5 mmol/l
Boven 5 mmol/l
10-15 gram
geen
30-60 minuten matige inspanningOnder 5 mmol/l
Tussen 5 en 10 mmol/l
Tussen 10 en 16 mmol/l
30-45 gram
15 gram
geen
1 uur of langer matige inspanning
Onder 5 mmol/l
Tussen 5 en 10 mmol/l
Tussen 10 en 16 mmol/l
45 gr per uur
30-45 gr per uur
15 gram per uur

Tekst Karine Hoenderdos
Foto's Ed Kooreman

facebook google plus



Ger Casparie-020
Ger Casparie: “Mijn truc is om de avond voor de training alvast wat minder langwerkende insuline te spuiten, ook bij vertrek gebruik ik minder insuline. En op de fiets ga ik meteen eten”


Ger Casparie-003
“Mijn teamgenoten weten dat ik diabetes heb, dus als ik wat wazig of onredelijk reageer, vragen ze of ik mezelf even wil checken”


Danny van Esch-009
Danny van Esch: “Ik kan er nauwelijks tegenop eten als ik fiets, zeker niet als ik flink doortrap bij stevige tegenwind”


Danny van Esch-005
“In de sportschool gaat het beter. Daar prik ik ook elke vijftien of twintig minuten, om te kijken of ik niet te laag zit”