logo bloedsuiker
    September 2014
Gebruik ik wel de juiste naaldlengte?
Erika Strikwerda (36) heeft last van overgewicht. Om die reden gebruikt ze voor het toedienen van insuline 8 mm naalden. Soms heeft ze last bij het injecteren. Volgens een vriendin kan ze beter naalden van 4 mm gebruiken. Erika heeft type 1 diabetes sinds haar negende. In de loop van de jaren heeft zij verschillende soorten insuline gebruikt. Nu gebruikt zij twee keer per dag een langwerkende insuline en drie tot vier keer per dag ultrakortwerkende. Zij heeft zeer milde neuropathie, maar verder gelukkig geen complicaties van haar diabetes. Wel heeft zij last van overgewicht. Zij vindt zichzelf zeker tien kilo te zwaar. Daarom gebruikt ze al jaren naalden met een lengte van 8 mm. Op aanraden van haar vriendin overlegt ze met haar diabetesverpleegkundige of een naaldlengte van 4 mm voor haar een optie is.

Hoe dient u insuline toe?
Tijdens het spreekuur bij uw diabetesbehandelaar wordt de medicatie regelmatig besproken. De verschillende tabletten en soorten insuline komen aan bod. Zo nodig wordt de therapie bijgesteld. Als u insuline moet gaan toedienen, legt de diabetesverpleegkundige uit hoe u moet injecteren en welke techniek u daarbij kunt gebruiken. Wat zijn de beste spuitplaatsen en hoe vaak moet u afwisselen van injectieplaats? Eigenlijk zou dit net als de medicatie, jaarlijks herhaald moeten worden. Op dat moment kan er ook gekeken worden of u last heeft van spuitinfiltraten of lipohypertrofie. Door allerlei redenen gebeurt dat helaas niet altijd.

Voor elke insuline een andere spuitplek?
De meest gebruikte injectieplaatsen zijn de huid van de buik, het bovenbeen en de bil. Voor gewone kortwerkende insuline (Humuline® Regular, Insuman® Rapid, Actrapid®) wordt aanbevolen de huid van de buik te gebruiken. De huid is daar wat dunner en soepeler waardoor de opname daar sneller is dan in de huid van het been of de bil. Middellang werkende NPH insuline (Humuline® NPH, Insuman® basal, Insulatard®) kan juist beter in de huid van het bovenbeen of de bil gespoten worden. Door een wat langzamere opname is de kans op een hypo 's nachts daardoor kleiner. De snelwerkende insuline analogen (Apidra®, Humalog®, NovoRapid®) en de langwerkende analogen (Lantus®, Levemir®) mogen op alle gebruikelijke injectieplaatsen gebruikt worden: er zijn geen aanwijzingen dat de opname bij deze langwerkende insulinesoorten verschilt tussen de injectieplaatsen.

Waardoor ontstaat lipohypertrofie?
Om te voorkomen dat u lipohypertrofie krijgt, kunt u het beste goed afwisselen van de injectieplaatsenAls u te vaak op dezelfde plaats insuline toedient, kunnen er verdikkingen en littekens in het onderhuidse weefsel ontstaan. Dit wordt ook wel lipohypertrofie genoemd. Door deze verdikkingen wordt de opname van insuline minder stabiel en kunnen er grotere schommelingen in de glucosewaarden ontstaan. Als u eenmaal een onderhuidse verdikking heeft, kunt u voorlopig beter niet meer op die plek injecteren. Soms duurt het maanden voordat het weefsel weer is hersteld. Om te voorkomen dat u lipohypertrofie krijgt, kunt u het beste goed afwisselen van de injectieplaatsen.

Lange naald bij overgewicht?
Lang werd gedacht dat mensen met forse obesitas langere naalden voor de toediening van insuline nodig haddenU moet insuline toedienen in het weefsel onder de huid. De dikte van het vetweefsel onder de huid verschilt per persoon, afhankelijk van de mate van overgewicht. Echter, de dikte van de huid verschilt niet veel tussen een slank persoon en iemand met obesitas (extreem overgewicht). In het verleden werden vrij lange naalden gebruikt om insuline toe te dienen. Het is inmiddels duidelijk dat hierdoor de kans groter is dat er per ongeluk insuline in de spier gespoten wordt, in plaats van in het onderhuidse weefsel. Bij toediening in de spier neemt de kans op een hypo toe. Daarnaast werd lang gedacht dat mensen met forse obesitas, met een dikkere onderhuidse vetlaag, langere naalden voor de toediening van insuline nodig hadden. Onderzoeken onder patiënten laten zien dat veel mensen de voorkeur geven aan kortere naaldjes. In een onderzoek waarin 56 mensen met diabetes deelnamen met een gemiddelde BMI van 36 kg/m2 (extreem overgewicht) was er geen verschil tussen de effectiviteit van 5 en 8 mm naalden. Of naalden van 4 mm bij forse obesitas net zo goed zijn, is nog niet helemaal zeker.

Loodrecht of schuin injecteren?
Uit projecten waarin de verschillende naaldlengtes in het dagelijks gebruik werden vergeleken, bleek dat veel mensen de voorkeur geven aan kortere naalden. Bij kinderen met diabetes is het loodrecht of schuin injecteren onderzocht, evenals het al dan niet maken van een huidplooi voor de injectie. Het bleek dat kinderen die loodrecht injecteren met een naald van 8 mm regelmatig in de spier spuiten. Dit geldt ook voor het schuin injecteren met naalden van 6 mm. Als kinderen een huidplooi maken en schuin injecteren, werd er niet meer per ongeluk in de spier geïnjecteerd. Bij het gebruik van 4 mm naalden, is die kans nog kleiner.

Wat heeft Erika Strikwerda gedaan?
Erika is naar haar diabetesverpleegkundige gegaan en heeft haar de vraag voorgelegd. Omdat zij wel fors overgewicht heeft, haar BMI is 35 kg/m2, heeft de diabetesverpleegkundige haar 5 mm naalden gegeven. Ook heeft ze haar injectieplaatsen gecontroleerd. De vriendin die haar de 4 mm naalden aangeraden had, is slank. Erika heeft nu een aantal weken de 5 mm naalden geprobeerd en merkt wat betreft de regulatie van haar diabetes geen verschil. Wel heeft zij minder last van de injecties, het verschil is subtiel. Zij heeft gelukkig geen last van lipohypertrofie.
facebook google plus



victor en eelco
Wilt u een casus voorleggen aan Eelco Meesters en Victor Gerdes, internisten en hoofdredacteuren van Bloedsuiker? Mail deze naar: redactie@bloedsuiker.nl


BMI-berekenen
BMI staat voor Body Mass Index. Het zegt iets over uw gewicht ten opzichte van uw lengte. Een normaal BMI ligt tussen de 18-25 kg/m2. Bij een BMI tussen de 25 en 30 is er sprake van overgewicht en komt u boven de 30 uit, dan heeft u obesitas, oftewel extreem overgewicht. Wilt u weten wat uw BMI is? Hier vindt u een berekening.