logo bloedsuiker
    September 2014
Meer inzicht met de 7-puntscurve
Waarom is mijn HbA1c te hoog terwijl ik nuchter en voor het slapengaan altijd goed zit? Of: bolus ik wel genoeg om mijn maaltijden op te vangen? Zijn dit herkenbare vragen voor u? Wellicht kan het maken van enkele 7−puntscurves dan helderheid geven.

Als u insuline gebruikt, meet u waarschijnlijk regelmatig uw bloedglucose. De ene keer om te checken of u niet te hoog of te laag zit, de andere keer om een indicatie te hebben voor het aantal eenheden insuline dat u moet toedienen. De zogenaamde 4−puntscurve is het meest gebruikelijk bij mensen die vier keer per dag insuline spuiten of een insulinepomp gebruiken. U controleert dan vier keer per dag: nuchter, voor de lunch, voor het avondeten en voor het slapengaan.

Zit u na de maaltijd goed?
"Is de 4-puntscurve goed, maar het HbA1c te hoog, dan weet je dat iemand waarschijnlijk na de maaltijden hoge glucosewaarden zal hebben""Om meer inzicht te krijgen in het verloop van de glucosewaarden, vraag ik mensen regelmatig om een 7−puntscurve te maken", begint William van Houtum, internist in het Spaarne Ziekenhuis in Hoofddorp. "We doen dit standaard als mensen worden ingesteld op een nieuwe therapie, bijvoorbeeld op de insulinepomp, maar ook bij een onverklaarbare hoge HbA1c-waarde. Bij een 7−puntscurve controleren mensen naast de vier standaard meetmomenten, ook nog drie keer 1,5 uur na de maaltijd. Uit een 4−puntscurve kun je aflezen of iemand nuchter, voor de maaltijden en voor het slapengaan goed zit.  Dit zegt vooral iets over de langwerkende insuline of de basaalstanden van de insulinepomp. Als deze waarden goed zijn, maar het HbA1c is toch hoog, dan weet je dat iemand waarschijnlijk na de maaltijden hoge glucosewaarden zal hebben. Om dit uit te zoeken, kun je een 7−puntscurve maken."

Hou een dagboekje bij
Van Houtum geeft een voorbeeld: "Stel, nuchter meet je 6 mmol/l. Je neemt twee boterhammen met kaas en een glas vruchtensap voor je ontbijt en bolust 8 eenheden insuline. Anderhalf uur na het ontbijt meet je 11 mmol/l. Dan weet je dat de 8 eenheden niet voldoende waren om je maaltijd op te vangen. Neem je de volgende ochtend hetzelfde ontbijt, dan kun je kijken wat er gebeurt als je 10 eenheden toedient. Op deze manier kun je je instelling bijsturen. Dit werkt het beste als je ook een dagboekje bijhoudt. Hierin noteer je niet alleen de glucosewaarden, maar ook de insuline die je toedient en de koolhydraten die je eet en drinkt. Nog beter is om daarnaast ook eventuele bijzonderheden als stress, beweging of ziekte te vermelden. Als je dit een tijdje bijhoudt, krijg je veel inzicht in je diabetes. Je leert hoeveel insuline je nodig hebt bij een bepaald aantal koolhydraten. Ook zie je of je insulinegevoeligheid gedurende de dag verandert. Het kan namelijk zijn dat je 's ochtends meer eenheden insuline nodig hebt dan 's avonds  voor hetzelfde aantal koolhydraten."

Het is belastend
"Afgezien van de pijn van het prikken, is het ook belastend om zeven keer per dag je bloedglucose te moeten meten"Diabetesverpleegkundige Marijke Bunschoten begeleidt al veertien jaar mensen met diabetes in het Spaarne Ziekenhuis in Hoofddorp. Uit ervaring weet ze dat de meeste mensen niet graag een 7−puntscurve maken. "Afgezien van de pijn van het prikken, is het ook belastend om zeven keer per dag je bloedglucose te moeten meten. Bij de 4−puntscurve valt het testen samen met het toedienen van insuline, dat gaat min of meer vanzelf. Bij een 7−puntscurve moeten mensen daarnaast ook 1,5 uur na het ontbijt, de lunch en het avondeten testen. Dat is veel meer gedoe. Mensen zijn dan vaak met iets anders bezig. Om te voorkomen dat je de meting 1,5 uur na de maaltijd vergeet, kun je de alarmfunctie van je mobieltje gebruiken."

Breng één maaltijd in kaart
Om het minder belastend te maken adviseert Bunschoten haar patiënten om niet alle drie maaltijden tegelijk in kaart te brengen. "Bij mensen die erg opzien tegen het maken van een 7−puntscurve, stel ik voor om eerst een aantal dagen het ontbijt bij te houden. Breng hiervan de waarden voor en na het eten in kaart. Als ze dat een paar dagen hebben gedaan, doen ze een paar dagen de lunch en daarna het avondeten. Dan heb je na twee weken een redelijk beeld van het verloop van je glucosewaarden. Mensen die dit voor het eerst doen, begeleiden we vaak per mail en telefoon. Komen we er niet uit dan schakelen we desnoods een diëtist in, dat werkt heel goed."

Van zelfcontrole naar zelfregulatie
"Het geeft een goed gevoel dat je zelf de controle hebt over je diabetes en niet andersom"Van Houtum is een voorstander van het diabetesdagboekje en zou het liefst al zijn patiënten willen begeleiden van zelfcontrole naar zelfregulatie. "Ik zeg vaak: diabetes heb je nu eenmaal. Je moet insuline toedienen en je glucosewaarden controleren, daar ontkom je niet aan. Dan kun je het maar beter direct goed doen. Bij zelfcontrole controleer je iets, vaak achteraf. Bij zelfregulatie ga je een stapje verder. Door je glucosewaarden met een doel te controleren, een dagboekje bij te houden en dit goed te analyseren, al dan niet samen met je behandelaar, leer je veel over je diabetes. Het geeft een goed gevoel dat je zelf de controle hebt over je diabetes en niet andersom. Bovendien heb je veel meer vrijheid als je weet hoe jouw lichaam op diabetes reageert en op de lange termijn maak je de kans op diabetescomplicaties kleiner."

Pijnlijke vingerprik?
Bespreek het met uw diabetesverpleegkundige
Stelt u een vingerprik het liefst zo lang mogelijk uit omdat deze pijn doet? Bespreek dit dan eens samen met uw diabetesverpleegkundige. Samen kunt u nalopen of u de juiste middelen en techniek gebruikt. "Prikken blijft altijd vervelend, maar het lancetje, de prikdiepte van de prikpen en de grootte van de bloeddruppel, kunnen veel verschil maken. Daarnaast is het belangrijk de juiste prikplek te kiezen en af te wisselen tussen de  vingers."


dagcurves
4−puntscurve7−puntscurvegemiddelde streefwaarden
nuchter
*
*
tussen 4 - 7 mmol/l
1,5 uur na ontbijt *
tussen 6,5 - 7,5
voor lunch*
*
lager dan 5
1,5 na lunch *
tussen 6,5 - 7,5
voor avondeten*
*
lager dan 5
1,5 uur na avondeten *
tussen 6,5 - 7,5
voor slapengaan*
*
niet lager dan 6 - 7

Let op: dit zijn gemiddelde streefwaarden. Vaak spreekt u met uw behandelaar uw persoonlijke streefwaarden af en die kunnen afwijken van bovenstaande waarden

bron Slotervaartziekenhuis, diabetesteam
facebook google plus



DSC 4118
Diabetesverpleegkundige Marijke Bunschoten: "Om te voorkomen dat je de meting 1,5 uur na de maaltijd vergeet, kun je de alarmfunctie van je mobieltje gebruiken"