logo bloedsuiker
    Uitgave 6 - 2014, jaargang 29
Ben ik allergisch voor insuline?
Fatima el Kouaa (27)  heeft sinds negen jaar diabetes type 1. Zij had daarvoor al mild astma. Zij heeft de eerste jaren een ultra-kortwerkende insuline in combinatie met insuline NPH gebruikt. Vorig jaar is zij overgegaan op het gebruik van een insulinepomp, wat haar goed bevalt. Toen zij op reis was naar haar grootouders in Marokko, had zij een technisch probleem met de pomp. Zij moest tijdelijk zelf weer insuline gaan spuiten en kreeg van een arts twee insulinesoorten van een ander merk voorgeschreven: een ultra-kortwerkende insuline en NPH insuline. Sindsdien heeft zij last van jeuk en huiduitslag bij de injectieplaats van de insuline. De laatste week kreeg ze ook  last van haar astma. Zij wil weer zo snel mogelijk haar eigen insuline en pomp gebruiken. Zij vraagt zich af of dit vaker voorkomt en of zij nu problemen moet verwachten bij het hervatten van de pompbehandeling.

Wat is allergie?
Gelukkig komen allergieën niet vaker voor bij diabetes, maar ze kunnen voor mensen met diabetes wel heel vervelend zijn. Een allergische reactie is een reactie van het immuunsysteem op een lichaamsvreemde stof. Het lichaam kan met deze stof - het allergeen - op allerlei manieren in aanraking komen. Bijvoorbeeld via inademing, de huid of voeding. De klachten van een allergie komen vooral door de reactie van ons eigen immuunsysteem, niet zozeer door het allergeen zelf.

Welke soorten allergieën bestaan er?
Er bestaan verschillende soorten allergische reacties. Het bekendste is de type 1 allergische reactie. Hierbij treden klachten vaak snel op na blootstelling aan de stof die de allergische reactie opwekt. Het gaat dan om klachten zoals jeukende ogen, opgezette tong of lippen, astmatische klachten en huiduitslag. Bij een ernstige reactie kan ook  een bloeddrukdaling en/of een moeilijke ademhaling door oedeem (vocht) van de luchtwegen optreden. Dit wordt een anafylactische reactie genoemd. Bij de type 1 reactie zijn het afweereiwit IgE en mestcellen betrokken. Mestcellen zijn bepaalde witte bloedcellen die stoffen zoals histamine uitscheiden. Deze stoffen zorgen voor de verschijnselen van de reactie. Er bestaan ook type 2, 3 en 4 reacties waarbij andere cellen en stoffen van het immuunsysteem betrokken zijn.

Voorbeelden van allergieën

Hooikoorts
Mensen met diabetes kunnen net als iedereen hooikoorts, astma, een voedselallergie of een allergie voor een bepaald geneesmiddel hebben. Bij hooikoorts is er sprake van een allergie tegen de pollen of stuifmeel van bepaalde bomen, planten of grassen. Niet iedereen reageert op dezelfde pollen. In de periode dat de pollen of het stuifmeel waar iemand allergisch voor is in de lucht aanwezig zijn, kunnen mensen met hooikoorts last hebben van een loopneus, jeuk, niezen of ontstoken ogen.

Allergisch astma
Bij allergisch astma bestaat er vaak een allergie voor een stof die ingeademd wordt zoals huisstofmijt, pollen, of zeer kleine huidbestanddelen van katten of andere dieren. Door de allergische reactie in de bronchiën zijn deze vernauwd en ontstaan klachten van benauwdheid en hoesten.

Voedselallergie
In voedsel zitten verschillende stoffen. De ene persoon met een voedselallergie reageert op noten, terwijl iemand anders reageert op vis, en weer iemand anders op bepaalde vruchten. Bij een voedselallergie kan er sprake zijn van buikklachten of diarree, maar ook kunnen huiduitslag of astmatische reacties ontstaan.

Geneesmiddelenallergie
Geneesmiddelen kunnen ook een allergische reactie veroorzaken. Bij sommige geneesmiddelen treedt dat vaker op dan bij andere. Bij sommige antibiotica, zoals penicilline en amoxicilline, is een allergische reactie niet zeldzaam. Bij milde gevallen is er alleen wat huiduitslag, maar in ernstige gevallen kan zo een anafylactische reactie met bloeddrukdaling en bemoeilijkte ademhaling optreden. Ook bij andere medicijnen kunnen vergelijkbare allergische reacties optreden. Soms wordt de reactie niet veroorzaakt door het geneesmiddel zelf maar door de stoffen die nodig zijn om de tablet of de injectievloeistof te maken. Bij een allergische reactie op een geneesmiddel dat in de huid geïnjecteerd wordt, zal bij een milde reactie roodheid en jeuk bij de injectieplaats ontstaan.

Allergie voor insuline is zeldzaam
Naast de vaker voorkomende allergische aandoeningen kunnen mensen met diabetes dus ook allergisch zijn voor geneesmiddelen. Allergie voor insuline is relatief zeldzaam. De schattingen lopen uiteen van 0.1% tot 3%. In het verleden werden minder goed gezuiverde dierlijke insulines gebruikt. In die tijd kwam allergie tegen insuline veel vaker voor.  Bij allergie voor insuline gaat het meestal om een type 1 allergische reactie. De reactie kan gericht zijn tegen de geïnjecteerde stof insuline, maar ook tegen toegevoegde bestanddelen zoals zink, protamine en metacresol.

Hoe behandel je een insuline-allergie?
Als er alleen sprake is van jeuk bij de injectieplaats en de klachten zijn mild, dan hoeft niet altijd direct te worden ingegrepen. Het lichaam kan gewend raken aan de insuline of het toegevoegde bestanddeel, waardoor de klachten spontaan weer verdwijnen. Veel artsen proberen vervolgens eerst een ander type insuline. Het is altijd goed te bedenken dat er bij sommige mensen met diabetes type 2 die allergisch zijn voor insuline, de mogelijkheid bestaat om de insuline af te bouwen en te kiezen voor een ander glucoseverlagend medicijn. Bij mensen met diabetes type 1 is dit geen optie, zij zullen altijd insuline nodig hebben.

Desensitisatie voor insuline
De allergoloog kan met huidtesten uitzoeken welk type insuline het beste gegeven kan worden in plaats van de insuline waarop iemand allergisch reageert. Bij sommige mensen lukt het om met continue toediening van ultra-kortwerkende insuline met een pomp het lichaam weer te laten wennen aan insuline. Dit wordt ook wel geprobeerd met een speciaal programma met insulinetoedieningen waarbij elke vijftien tot dertig minuten insuline gegeven wordt. Er wordt dan gestart met een extreem lage dosis insuline. Heel geleidelijk gaan ze hogere dosissen geven. Door dit opbouwprogramma kan het lichaam langzaam aan een allergeen wennen. Dit wordt een desensitisatie genoemd. Voor de veiligheid wordt dat in het ziekenhuis gedaan.

Allergische reactie afremmen
Daarnaast kan het nodig zijn om een middel te geven wat de allergische reactie remt. Hierbij worden antihistaminica gebruikt. Ook middelen zoals prednison, die een ontstekingsreactie remmen, kunnen nodig zijn.

En hoe gaat het met Fatima el Kouaa?
Fatima bleek allergisch voor de stof protamine, een van de toegevoegde bestanddelen in insuline. Ze was dus niet allergisch voor insuline zelf. Het lag niet voor de hand dat ze opnieuw een allergische reactie zou krijgen, nadat ze haar ultra-kortwerkende insuline en de pomp weer zou gaan gebruiken. Omdat zij voor haar astmatische problemen al een prednisonkuur had gekregen, waren haar klachten al milder op het moment dat ze haar pomp weer kon gebruiken. Het is daarna goed met haar gegaan. Haar astma is onder controle en ook de glucosewaarden zijn weer goed. De allergoloog heeft haar geadviseerd welke insulinesoorten zij mag gebruiken als haar pomp in de toekomst een probleem zou geven.
facebook google plus



victor en eelco
Wilt u een casus voorleggen aan Eelco Meesters en Victor Gerdes, internisten en hoofdredacteuren van Bloedsuiker? Mail deze naar: redactie@bloedsuiker.nl


“Bij allergie voor insuline gaat het meestal om een type 1 allergische reactie. De reactie kan gericht zijn tegen de geïnjecteerde stof insuline, maar ook tegen toegevoegde bestanddelen zoals zink, protamine en metacresol”


Een allergie voor insuline is relatief zeldzaam. De schattingen lopen uiteen van 0.1% tot 3%.