logo bloedsuiker
    Uitgave 5 - 2014, jaargang 29
Waarom kan ik mijn diabetes niet zelf reguleren in het ziekenhuis?
Freek Wolters (63) werd vorige maand opgenomen met een ernstige longontsteking. Toen hij begon te herstellen, wilde hij zelf zijn diabetes weer gaan regelen. Het kostte hem enige tijd om de verpleging te overtuigen dat hij dat kon. Waarom?

Freek heeft nu 21 jaar diabetes type 2. Naast metformine tabletten, gebruikt hij eenmaal daags langwerkende insuline (Lantus®) en bij de maaltijden ultrakortwerkende insuline (NovoRapid®). Hij was vroeger veel te zwaar maar dat is al jaren niet meer zo. De diabetes is goed ingesteld. Hij vroeg zich af waarom in het ziekenhuis soms op onlogische tijden glucose gecontroleerd wordt en waarom verpleegkundigen hem, als ervaren diabeet, niet gewoon zijn gang lieten gaan met zijn eigen insuline. Vier jaar geleden had hij een operatie in verband met spataderen, toen mocht hij wel alles regelen.

Veel mensen in het ziekenhuis hebben diabetes
Diabetes komt veel voor. Ongeveer vijf procent van de Nederlanders heeft diabetes. Hoe ouder de mensen worden, hoe meer diabetes er voorkomt. Van de mensen tussen zestig en zeventig jaar heeft veertien procent van de mannen en elf procent van de vrouwen diabetes. Een aanzienlijk percentage van de mensen die in een ziekenhuis wordt opgenomen heeft dus diabetes. Op ziekenhuisafdelingen is er dus zeker een bepaalde routine met de behandeling en begeleiding van diabetes tijdens een opname.

Veel factoren in het ziekenhuis beïnvloeden de glucosewaarden
De regulatie van bloedglucosewaarden is tijdens een ziekenhuisopname niet eenvoudig. Er zijn veel factoren die invloed hebben op de glucosewaarden en dus ook op de keuze van de behandeling. Deze factoren verklaren waarom de aanpak van diabetes bij een ziekenhuisopname zo van elkaar kan verschillen. Factoren die een rol kunnen spelen zijn: het type diabetes; is er sprake van een ontsteking of operatie, krijgt iemand aanvullende geneesmiddelen, kan iemand wel of niet eten, krijgt iemand bijvoeding, is er sprake van een verminderd bewustzijn door ziekte of worden er gezien de omstandigheden andere streefwaarden voor glucosewaarden gehanteerd.

Er is weinig onderzoek gedaan naar de behandeling van diabetes in het ziekenhuis
Waar er veel onderzoek is verricht naar de beste behandeling buiten het ziekenhuis, zijn er weinig studies gedaan naar de behandeling van diabetes in het ziekenhuis, enkele  bijzondere situaties daargelaten. Zo is het al dan niet scherp reguleren van bloedglucosewaarden op de Intensive Care onderzocht, evenals de diabetesregulatie rondom grote operaties zoals een bypassoperatie van het hart of bij opnames voor een hartinfarct. Door het gebrek aan onderzoek op dit terrein, berusten de manieren van aanpak van diabetes in het ziekenhuis in andere gevallen vooral op adviezen van experts met veel ervaring. Dat zijn vaak geen strikte protocollen, maar adviezen die ook kunnen afwijken van de gangbare adviezen die buiten het ziekenhuis gelden.

Invloed van ziekte op de diabetesregulatie
Zowel stress als ernstige ontstekingen kunnen ervoor zorgen dat de gevoeligheid voor insuline afneemt en de bloedglucosewaarden stijgen. Bij een acute opname via de spoedeisende hulp zijn de glucosewaarden vaak hoger dan normaal. Ook bij uitdroging kunnen de glucosewaarden nogal oplopen. Daarnaast kan iemand met diabetes tijdens een ernstige ziekte te suf zijn om goed te eten of een hypo te voelen aankomen. Niet altijd wordt er direct begonnen met bijvoeding via een sonde of infuus. In zo’n geval bestaat er een reëel risico op hypo’s, zeker als de gewone diabetesmedicijnen gewoon gebruikt worden. Verminderd bewustzijn kan door de ziekte zelf, maar ook door sterke pijnstillers zoals morfine veroorzaakt worden.

Kans op ketoacidose in het ziekenhuis
Tijdens ziekte kunnen er situaties ontstaan die de kans op een ketoacidose verhogen, met name bij mensen met diabetes type 1. Bij een ketoacidose is er sprake van een verzuring van het bloed als gevolg van een overmatige hoeveelheid ketonen die ontstaan bij vetverbranding. Een ketoacidose kan ontstaan als er te lang gestopt wordt met de insuline, bijvoorbeeld bij lage glucosewaarden. Iedereen heeft immers altijd een kleine hoeveelheid basale insuline nodig om de glucose te verbruiken, ook als er niet gegeten wordt. Anders gaat het lichaam vet verbranden om aan energie te komen en daarbij ontstaan ketonen. Klachten van een ketoacidose zijn braken, snel ademen of buikpijn.

Als iemand met diabetes type 1 erg ziek is en bijvoorbeeld door een technisch probleem niet gevoed kan worden, bijvoorbeeld de voedingssonde of het infuus voor de voeding werkt niet meer, moet er toch altijd een kleine hoeveelheid basale insuline gegeven worden.

In het ziekenhuis zijn de behandeldoelen anders
In het dagelijks leven streeft iemand met diabetes naar zo normaal mogelijke  bloedglucosewaarden. Bij ziekte of een operatie is het vooral belangrijk dat iemand met diabetes geen last krijgt van erg hoge waarden of juist van hypo’s. Ernstig zieke mensen lopen het meeste risico’s op deze uitschieters van hun glucosewaarden. Daarom worden in die situaties wat hogere waarden nagestreefd. Bij mensen met diabetes type 1 is ook het voorkomen van ketoacidose van belang. Bij mensen met type 2 is dit veel zeldzamer. Zodra iemand wat minder ernstig ziek is, kan de diabetesinstelling wat aangescherpt worden.

Controle door verpleging in het ziekenhuis
Om de behandeldoelen in het ziekenhuis te bereiken, zal geregeld een glucosemeting gedaan worden. De tijden van die metingen wijken om praktische redenen vaak af van de tijden waarop iemand thuis meet. Zolang de verpleging de behandeling in verband met ernstige ziekte helemaal overneemt, is dat meestal geen probleem. Zodra iemand met diabetes weer zelf controles wil gaan doen, leidt dit weleens tot verwarring en discussie. Bij mensen die alleen tabletten gebruiken voor hun diabetes is een ander schema van glucosemetingen nodig, dan bij iemand die een intensief insulineschema heeft.

Terug naar Freek Wolters
De eerste twee dagen van zijn opname, was Freek te ziek om zelf de tijden en metingen in de gaten te houden. Toen hij aan de beterende hand was, vond hij het vervelend om ‘s ochtends vroeg al gewekt te worden voor de metingen en het ontbijt. Thuis staat hij veel later op. Ook merkte hij dat de verpleging vaak niet 1.5 uur na een maaltijd een glucosewaarde wilde meten, zoals hij gewend was. Ook vonden de verpleegkundigen glucosewaarden van 8, 9 of 10 mmol/l prima, terwijl Freek die waarden te hoog vond. Eén van de verpleegkundigen en de zaalarts hadden een langer gesprek met hem waarbij hij kon aangeven hoe hij normaal zijn metingen en insuline regelde. Nadien begreep hij dat het geen probleem was de eerste dagen wat hogere glucosewaarden te hebben. Ook besefte hij toen pas dat de metformine tijdelijk gestopt was in verband met een probleem van de nieren. Dat ging nu weer beter. Afgesproken werd dat hij weer zelf kon gaan meten en insuline injecteren.  Achteraf gezien was het voor hem ook duidelijk waarom hij na zijn operatie aan zijn spataderen wel direct vanaf het begin de metingen en insuline mocht regelen.
facebook google plus



victor en eelco
Wilt u een casus voorleggen aan Eelco Meesters en Victor Gerdes, internisten en hoofdredacteuren van Bloedsuiker? Mail deze naar: redactie@bloedsuiker.nl


shutterstock 193655867
Zolang de verpleging de behandeling in verband met ernstige ziekte helemaal overneemt, is dat meestal geen probleem. Zodra iemand met diabetes weer zelf controles wil gaan doen, leidt dit weleens tot verwarring en discussie