logo bloedsuiker
    Uitgave 2 - 2014, jaargang 29
Meer insuline nodig door de behandeling van hoge bloeddruk
Karel van de Meer (44) is fysiotherapeut en heeft sinds 29 jaar type 1 diabetes. Zijn diabetes is redelijk gereguleerd sinds hij een insulinepomp gebruikt en zorgvuldiger is gaan meten. Hij heeft zich goed verdiept in hoe hij reageert op verschillende soorten voeding, stress en inspanning. Hij heeft al ruim tien jaar albuminurie, een kleine hoeveelheid eiwit in de urine, waarvoor hij al die jaren enalapril gebruikt. De laatste twee jaar is de bloeddruk langzaam gestegen. De afgelopen vier maanden kreeg hij er twee bloeddrukverlagende tabletten bij: hydrochloorthiazide en metoprolol. Hij bemerkte dat hij sindsdien wat vaker hoge glucosewaarden heeft en dat hij meer insuline moest spuiten om de glucosewaarden te reguleren. Hij vraagt zich af of het een bekende bijwerking van bloeddrukmedicijnen is en of de medicatie misschien moet veranderen.

Complicaties voorkomen
Voor de behandeling van hoge bloeddruk worden verschillende geneesmiddelen gebruikt. Vaak heeft iemand met een te hoge bloeddruk meer dan één tablet nodig om de bloeddruk goed in te stellen. De arts zal dan een combinatie van middelen voorschrijven. Het streven is de bloeddruk goed in te stellen. Dat is van belang om de kans op complicaties van nieren, ogen en de kans op herseninfarct te verlagen. Als iemand bij diabetes al tekenen van nierschade heeft, bijvoorbeeld albuminurie, is het nog belangrijker een goede bloeddruk na te streven.

Verschillende soorten bloeddrukverlagende medicijnen

Zoals al aangegeven bestaan er verschillende medicijnen die de bloeddruk verlagen. Zij worden ingedeeld in groepen op grond van hun werking. Bekende soorten bloeddrukverlagende medicijnen zijn de ACE-remmers en angiotensine II receptor blokkers, bètablokkers, calciumantagonisten en plastabletten of diuretica.

Namen van de middelen
Bekende ACE-remmers zijn enalapril, perindopril en lisinopril. De ACE-remmers hebben een vaatverwijdende werking waardoor de bloeddruk daalt. Ook verlagen zij de hoeveelheid eiwit die in de urine komt. De angiotensine II receptor blokkers hebben een vergelijkbare werking als de ACE-remmers. Ook zij hebben een vaatverwijdende werking en verminderen eiwitverlies via de nieren. Bekende medicijnen in deze groep zijn losartan, irbesartan, telmisartan, valsartan en candesartan. De ACE-remmers en de angiotensine II receptor blokkers worden veel gebruikt bij diabetes, met name als er tekenen zijn van nierschade.

Bètablokkers
Bètablokkers worden ook al lang gebruikt voor de behandeling van hoge bloeddruk. Zij verlagen de bloeddruk doordat zij voor een langzamere hartslag zorgen en een dempend effect hebben op het sympatisch zenuwstelsel (dat is een deel van het onbewuste zenuwstelsel wat onder andere veel invloed heeft op bloeddruk). Metoprolol en atenolol zijn bekende bètablokkers.

Calciumantagonisten
Ook de calciumantagonisten hebben een vaatverwijdend effect waardoor de bloeddruk daalt, maar zij doen dat op een andere manier dan de ACE-remmers en angiotensine II receptor blokkers. Nifedipine, amlodipine, lercanidipine en barnidipine zijn veel gebruikte calciumantagonisten.

Plastabletten
Plastabletten worden ook diuretica genoemd. De ‘thiazide-diuretica’ zorgen ervoor dat iemand net wat meer zout verliest dan zonder deze medicijnen. Dat blijkt goed voor het verlagen van de bloeddruk. Hydrochloorthiazide, chloortalidon en indapamide zijn thiazide-diuretica. Andere plastabletten zoals furosemide en spironolacton worden met name gebruikt bij hartfalen.

Werking en bijwerking
De arts houdt bij het voorschrijven van bloeddrukverlagende medicijnen rekening met de voor- en nadelen van elk soort.Het lukt vaak niet om met één middel de bloeddruk goed te reguleren. Een combinatie van twee of drie medicijnen is helaas heel gebruikelijk. Om het aantal in te nemen tabletten enigszins te beperken wordt er ook veel gebruik gemaakt van combinatietabletten.

Invloed op glucosewaarden
Van de verschillende bloeddrukverlagende medicijnen hebben met name de plastabletten, en in mindere mate de bètablokkers, invloed op de bloedglucosewaarden. Bij deze tabletten kunnen de glucosewaarden stijgen en kan het nodig zijn om wat meer insuline te gebruiken om weer een goede glucoseregulatie te bereiken.

En hoe zit het dan met Karel van de Meer?
Wat Karel van de Meer heeft bemerkt, komt dus vaker voor. Hij had hydrochloorthiazide, een plastablet, en metoprolol, een bètablokker, erbij gekregen. Hij gebruikte al enalapril, een ACE-remmer. De stijging van glucosewaarden en insulinebehoefte is een te verwachten effect van de in de laatste maanden erbij gegeven tabletten.

Meestal is het niet nodig om vanwege deze bijwerking een ander bloeddrukverlagend medicijn te kiezen. Dat heeft de internist van de Van de Meer ook niet gedaan. Met het aanpassen van de insuline is de regulatie van de diabetes nu goed. Bij de laatste controle was de bloeddruk ook in orde, 128/75 mmHg.  Bovendien was er maar een spoor albumine in de urine. 


facebook google plus



victor en eelco
Wilt u een casus voorleggen aan Eelco Meesters en Victor Gerdes, internisten en hoofdredacteuren van Bloedsuiker? Mail deze naar: redactie@bloedsuiker.nl

"Als iemand bij diabetes al tekenen van nierschade heeft, bijvoorbeeld albuminurie, is het extra belangrijk een goede bloeddruk na te streven"