logo bloedsuiker
    Uitgave 1 - 2014, jaargang 29
Strakke instelling na diagnose diabetes type 1 betekent gezondheidswinst op latere leeftijd

Grote internationale studies laten zien dat mensen met diabetes type 1 die in de beginjaren na de diagnose goed zijn ingesteld, later in hun leven minder last hebben van diabetescomplicaties aan hart, ogen, nieren en zenuwen.

DCCT en EDIC
De DCCT(Diabetes Control and Complications Trial) was in de periode 1982 tot 1993 een grote internationale klinische studie waarin intensieve insulinetherapie werd vergeleken met conventionele minder intensieve insuline therapie. Er werd vooral gekeken in welke mate deze therapievormen effect hadden op het krijgen van diabetescomplicaties. In de aansluitende EDIC-studie (Epidemiology of Diabetes Interventions and Complications) van 1994 tot nu werden dezelfde mensen gevolgd om te onderzoeken hoe lang de gevonden verschillen zouden aanhouden.

Intensieve therapie versus conventionele therapie
Onder intensieve insulinetherapie (IIT) wordt verstaan drie of meer insuline-injecties per dag of het gebruik van een insulinepomp, in combinatie met frequente zelfcontrole. De therapie heeft tot doel bloedglucosewaarden te bereiken die zoveel mogelijk de glucosewaarden nabootsen van mensen zonder diabetes. In de conventionele groep werd minder vaak insuline toegediend en minder aan zelfcontrole gedaan.

Het effect op micro-vasculaire aandoeningen
In de DCCT was de kans op het ontwikkelen van micro-vasculaire aandoeningen (schade aan de kleine bloedvaatjes als gevolg van diabetes) bij de mensen met IIT 35 tot 76% lager in de 6,5 jaar dat ze werden gevolgd. De gemiddelde HbA1c-waarde in de IIT groep was 53 mmol/mol (7%), in de conventionele groep lag de gemiddelde waarde op 75 mmol/mol (9%). Wel hadden de mensen in de IIT-groep drie keer zo vaak hypoglykemieën, overigens zonder verlies van kwaliteit van leven en cognitieve (verstandelijke) functies. Tijdens de EDIC studie nam het verschil in regulatie geleidelijk af. In het achtste jaar was de gemiddelde HbA1c-waarde in beide groepen 64 mmol/mol (8%).
De EDIC liet zien dat het minder ontwikkelen van micro-vasculaire schade in de IIT-groep,ook later in het leven van deze mensen de kans op het krijgen van ernstige complicaties of hart- en vaataandoeningen vermindert.

Minder oogaandoeningen
Het ontstaan en het verder ontwikkelen van diabetische retinopathie (netvliesbeschadigingen in het oog als gevolg van diabetes) werd in de studies gevolgd. Bij de aanvang van de studie had de helft van de mensen nog geen diabetische retinopathie. De andere helft had een milde retinopathie. Ook nu weer werden de gegevens 6,5 jaar bijgehouden.
In de IIT-groep was de kans op het ontwikkelen van diabetische retinopathie 76% lager, en werd de kans op verdere achteruitgang met 54% gereduceerd, in vergelijking tot de conventionele groep. Hoewel in de jaren volgend op de DCCT de HbA1c-percentages van de IIT en conventionele groepen bij elkaar komen te liggen (64 mmol/mol (8.0 %)) blijven deze voordelen ook gedurende achttien jaar daarna nog zichtbaar. De kans op verslechtering van retinopathie is ongeveer 50% lager voor de patiënten die in het verleden in de IIT-groep waren behandeld.

De gevolgen voor nierziekten
Tijdens de DCCT verminderde de kans op micro-albuminurie (het verlies van een kleine hoeveelheid eiwit met de urine als gevolg van nierschade) met 39% en op macro-albuminurie (het verlies van meer eiwit met de urine als gevolg van nierschade) met 54% bij de IIT- groep in vergelijking tot de conventionele groep. Deze effecten hielden stand, ook in de daaropvolgende jaren van de EDIC-studie. Gedurende de eerste acht jaar na DCCT was de kans op micro-albuminurie nog steeds 59% lager en de kans op macro-albuminurie 84% lager in de IIT groep. Daarnaast hadden de mensen in de IIT-groep ook minder vaak last van hoge bloeddruk, het risico was 20% lager.

Diabetische neuropathie en hartaandoeningen
Evenals bij de eerder genoemde diabetescomplicaties, komt diabetische perifere neuropathie (schade aan de uiteinde van de zenuwen) veel minder vaak voor bij de mensen uit de IIT-groep, zowel in de DCCT-, als in de EDIC-studie. Dit geldt ook voor aderverkalking, hartinfarcten, hartdood en andere complicaties van hart- en bloedvaten.

Conclusie
Een goede diabetesinstelling met behulp van intensieve insulinetherapie in de beginjaren na de diagnose van diabetes type 1, vermindert de kans op het ontwikkelen van diabetescomplicaties aanzienlijk. Dat gunstige effect houdt nog vele jaren aan, ook als de HbA1c-waarde in de loop van de jaren wat hoger geworden is.

Bron Diabetes Care, januari 2014

 

facebook google plus



science
Wereldwijd wordt er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de genezing en behandeling van diabetes. Voor de rubriek nieuws uit de medische wetenschap' selecteren we maandelijks n of twee toonaangevende onderzoeken uit de internationale medische vaktijdschriften.