logo bloedsuiker
    Uitgave 1 - 2013, jaargang 28
Is het een bijwerking?
Mevrouw de Vries (64) heeft sinds 13 jaar type 2 diabetes. Zij gebruikt hiervoor sinds vier jaar naast metformine ook insuline. Met driemaal daags kortwerkende insuline en eenmaal daags langwerkend is de regulatie inmiddels goed. Helaas heeft zij twee jaar geleden een klein herseninfarct gehad waarvan ze gelukkig geen noemenswaardige restverschijnselen heeft. Haar bloeddruk is iets te hoog, maar de behandeling daarvan gaat moeizaam. Bij verschillende medicijnen heeft zij klachten gehad. Van perindopril kreeg zij een prikkelhoest, van andere tabletten had zij het gevoel dat zij minder goed kon slapen. Zij heeft nu vier verschillende middelen geprobeerd, maar ook zonder de tabletten slaapt zij nog matig.

Bijwerkingen van andere klachten onderscheiden
Bij de behandeling van diabetes worden veel geneesmiddelen gebruikt. Om te beginnen de verschillende middelen om de glucose te verlagen, zowel tabletten als insuline. Daarnaast hebben nogal wat mensen met diabetes ook medicijnen nodig die de bloeddruk verlagen. Deze worden niet alleen gebruikt voor de behandeling van een hoge bloeddruk, maar ook bij teveel eiwit in de urine (diabetische nierschade) en bij hartfalen. Zoals alle medicijnen kunnen bloeddrukverlagende medicijnen bijwerkingen hebben. In de praktijk is het soms lastig te achterhalen of bepaalde klachten echt een bijwerking zijn.

Geven alle middelen uit een groep dezelfde bijwerkingen?
Medicijnen die de bloeddruk verlagen worden in groepen ingedeeld. Wat betreft de werking, maar ook bijwerkingen, lijken de geneesmiddelen binnen één groep op elkaar. Het is dus vaak zo, maar zeker niet altijd, dat als iemand een bijwerking heeft van een middel uit een groep, dit vaak ook optreedt bij een ander middel uit deze groepen. Bekende groepen zijn de ACE-remmers, angiotensine II antagonisten (ook angiotensine receptor blokker genoemd), bètablokkers, calciumantagonisten en diuretica (plaspillen).

De groep ACE-remmers
Veel gebruikte ACE-remmers zijn enalapril, perindopril en lisinopril. Deze middelen hebben een vaatverwijdende werking waardoor de bloeddruk daalt. Ook verlagen zij de hoeveelheid eiwit die in de urine komt. Zij worden dan ook veel gebruikt bij diabetische nierschade. De meest voorkomende bijwerkingen van deze middelen zijn duizeligheid en hoofdpijn. Ook klachten van prikkelhoest, maag-darmklachten, een gevoel van malaise, een verhoogde kaliumwaarde, huiduitslag en jeuk kunnen voorkomen. In sommige gevallen verslechteren deze medicijnen de nierfunctie. Daarom moet de nierfunctie, kreatininewaarde in het bloed, altijd gecontroleerd worden één of twee weken na het starten van deze middelen. Mevrouw de Vries had last van een prikkelhoest bij het gebruik van perindopril. De hoest verdween nadat ze gestopt was met dit middel.

Angiotensine II receptor blokkers
Deze middelen lijken wat betreft de werking op de ACE-remmers. Zij hebben ook een vaatverwijdende werking, en verminderen eiwitverlies via de nieren. Hierdoor hebben ze een gunstige invloed op nierschade bij diabetes. Bekende medicijnen in deze groep zijn losartan, irbesartan, valsartan en candesartan. De bekendste bijwerkingen bij deze middelen zijn duizeligheid, milde bloedarmoede, en vermoeidheid. Net als de ACE-remmers kunnen maag-darmklachten, hoofdpijn, een verhoogd kalium, huiduitslag en jeuk ontstaan. Prikkelhoest komt veel minder voor dan bij ACE-remmers. Ook bij deze middelen moet één of twee weken na het begin van de behandeling de nierfunctie met een bloedonderzoek gecontroleerd worden. Mevrouw de Vries had van de huisarts irbesartan gekregen, maar had het gevoel dat zij daar minder goed van kon slapen. Slaapstoornissen zijn wel beschreven bij deze middelen, maar na het staken van irbesartan hield mevrouw dezelfde klachten. Vermoedelijk is het dus toch geen bijwerking van de irbesartan.

Bètablokkers
Metoprolol en atenolol zijn veel gebruikte bètablokkers. Deze medicijnen verlagen de bloeddruk doordat zij de hartslag vertragen en effect hebben op het sympatisch zenuwstelsel (dat is een deel van het onbewuste zenuwstelsel wat onder andere veel invloed heeft op bloeddruk). De meest voorkomende bijwerking van bètablokkers is vermoeidheid. Maar ook duizeligheid, hoofdpijn, een trage hartslag, koude handen en voeten en buikklachten treden nogal eens op.

Een hypo kan anders voelen
Door bètablokkers kunnen hypo's anders aanvoelen dan zonder deze medicijnen. Vooral de hartkloppingen die mensen met diabetes normaal bij een hypo hebben voelen ze niet, of niet goed. Als u diabetes heeft, is het belangrijk dit te weten voordat u start met deze medicatie. Bètablokkers worden niet alleen voor een te hoge bloeddruk gebruikt, maar ook voor de behandeling van angina pectoris (pijn op de borst door een vernauwing van een kransslagader van het hart) en voor de behandeling van hartfalen.

Calciumantagonisten
De calciumantagonisten verlagen de bloeddruk door een verwijdend effect op de bloedvaten, maar met een ander mechanisme dan de ACE-remmers en angiotensine II receptor blokkers. Nifedipine en amlodipine worden het meest gebruikt. Bij deze medicijnen kunnen oedeem aan de enkels (dikke enkels), vermoeidheid, buikpijn, roodheid van het gezicht en hartkloppingen voorkomen. Vooral bij het begin van de behandeling kan hoofdpijn, duizeligheid en een slaperigheid optreden. Mevrouw de Vries kreeg amlodipine en had dezelfde slaapproblemen als daarvoor, de bloeddruk verbeterde mooi, maar zij had het gevoel dat de slaapproblemen toch net wat erger waren dan daarvoor. Daarom vroeg zij de huisarts toch een andere pil te proberen.

Diuretica (plaspillen)
Diuretica worden ook plaspillen genoemd. Er bestaan verschillende soorten, maar vooral de ‘thiazide-diuretica' worden voor de behandeling van hoge bloeddruk gebruikt. Zij zorgen ervoor dat er net wat meer zout uitgeplast wordt dan zonder deze medicijnen. Dit heeft een gunstig effect op de bloeddruk. Andere soorten plaspillen worden vaak voor andere aandoeningen gebruikt. Met name hydrochloorthiazide en chloortalidon worden veel voorgeschreven. Deze middelen worden ook vaak gecombineerd met andere bloeddrukmedicijnen in één tablet. Bekende voorbeelden van combinaties zijn: met ACE-remmer (lisinopril-hydrochloorthiazide), angiotensine II receptor blokker (losartan-hydrochloorthiazide) of bètablokker (atenolol-chloortalidon).

Jicht of stijgende glucosewaarden?
Plaspillen kunnen verlaagde waarden van zouten (vooral kalium en natrium) veroorzaken. Ook een verminderde eetlust, misselijkheid en jicht komen wel vaker voor. Soms stijgen glucosewaarden wat na het starten van deze medicijnen maar niet zodanig dat zij niet bij mensen met diabetes gebruikt mogen worden. Slaapstoornissen zijn bij deze middelen zelden een probleem, maar wel beschreven. Bij mevrouw de Vries was de slaap na het starten van hydrochloorthiazide iets onrustiger.

Is het een bijwerking?
Het is niet altijd eenvoudig uit te maken of lichamelijke klachten na het starten van een geneesmiddel altijd een bijwerking zijn. Vooral als de klachten heel subtiel en geleidelijk beginnen, is het moeilijk. Bij veel bloeddrukmedicijnen moet het lichaam in het begin wennen. Het kan de moeite waard zijn om bijvoorbeeld bij duizeligheidsklachten juist nog even door te gaan, om te kijken of het lichaam went. Echter, bij een allergische reactie of een verslechtering van de functie van de nieren moet natuurlijk wel gestopt worden. Bij twijfel kan samen met de arts geprobeerd worden het medicijn een periode niet te gebruiken en dan weer te hervatten. Als de klachten dan duidelijk samenhangen met het wel of niet slikken van het medicijn, is de bijwerking waarschijnlijker gemaakt.
facebook google plus



victor en eelco
Wilt u een casus voorleggen aan Eelco Meesters en Victor Gerdes, internisten en hoofdredacteuren van Bloedsuiker? Mail deze naar: redactie@bloedsuiker.nl