logo bloedsuiker
    Uitgave 9 - 2012, jaargang 27
Uw persoonlijke koolhydraat-insulineratio
Wilt u weten hoeveel eenheden insuline u nodig heeft voor de koolhydraten uit uw voeding en drinken? Bereken dan uw persoonlijke koolhydraat-insulineratio. Het vergt wat rekenwerk maar uiteindelijk biedt het meer flexibiliteit en betere bloedglucosewaarden.

Berekenen
Als uw lichaam geen of bijna geen insuline meer maakt en u gebruikt (ultra)kortwerkende insuline of een insulinepomp, dan is het mogelijk uw persoonlijke koolhydraat-insulineratio te bepalen. Hiermee berekent u hoeveel insuline u op de diverse momenten nodig heeft. Deze ratio is per persoon verschillend en geeft aan wat de juiste verhouding tussen de hoeveelheid koolhydraten van een maaltijd en de daarvoor benodigde insuline is.

Flexibiliteit
De koolhydraat-insulineratio laat zien hoeveel gram koolhydraten gelijk staat aan 1 eenheid (ultra)kortwerkende insuline. Deze ratio zegt dus iets over uw gevoeligheid voor insuline en kan per maaltijd en soms per dag verschillen. Zo is uw ratio anders dan die van een familielid met diabetes type 1. Ook heeft u in de ochtend waarschijnlijk meer insuline nodig dan op de rest van de dag. De ratio is vooral handig omdat u flexibel kunt zijn in wat en hoeveel u eet. Via een rekensommetje weet u hoeveel eenheden insuline u nodig heeft voor drie sneetjes rozijnenbrood met een glas vers geperst sinaasappelsap of wat u moet spuiten of bolussen als uw lunch bestaat uit twee boterhammen met een gebakken ei en een glas melk.

Er zijn twee methodes om de ratio te berekenen: via de regel van 500 of door de ratio per maaltijd te berekenen met behulp van een eetdagboek.

De regel van 500
Hierbij deelt u 500 door de hoeveelheid insuline die u over de hele dag nodig heeft. Stel u gebruikt 70 eenheden insuline per dag dan is uw koolhydraat-insulineratio ongeveer 500 gedeeld door 70 is 7,14. Dit betekent dat iedere 7 gram koolhydraten 1 eenheid snelwerkende insuline nodig heeft.

Deze methode wordt vooral gebruikt door mensen die een pomp hebben en kan alleen gebruikt worden als u een goede of redelijke instelling (HbA1c) heeft en geeft een grove schatting. U gebruikt namelijk de hele dag dezelfde ratio, terwijl de ratio eigenlijk varieert over de dag. Doordat bij veel mensen het lichaam in de ochtend minder gevoelig is voor insuline, is er in de ochtend vaak meer insuline nodig dan de rest van de dag. Maar om te starten is dit een eenvoudige en bruikbare methode.

Insulinegevoeligheid en koolhydraatinsulineratio
 
Regel van 500 voor je koolhydraatinsulineratio

 
Koolhydraatinsulineratio = eenheden insuline die je nodig hebt bij bepaald aantal grammen koolhydraten
 
500 : TDD*
v.b. 500 : 50 TDD = 10 KH (voor 10 KH heb je 1 EH kortwerkende insuline nodig)
 
Regel van 100 voor je insulinegevoeligheid
 
Insulinegevoeligheid = daling mmol/l na toedienen van 1 EH kortwerkende insuline
 
100 : TDD
v.b. 100 : 50 TDD = 2 mmol/l (je bloedglucose daalt 2 mmol/l op 1 EH)
 
 
*totale dagdosis kortwerkende insuline


Met behulp van een dagboekje
Een stukje nauwkeuriger is het bepalen van de ratio met behulp van een dagboekje. Hiervoor is het wel belangrijk dat uw basaalinsuline goed is ingesteld. Om te ontdekken wat uw ratio (per maaltijd) is, is het nodig dat u een bepaalde periode een dagboek bijhoudt. Noteer dan enkele (4 5) opeenvolgende dagen nauwkeurig in een dagboekje:

  • alles wat u eet en drinkt met de bijbehorende hoeveelheid koolhydraten in grammen. U kunt hiervoor het beste de weegschaal gebruiken en in tabellen opzoeken hoeveel koolhydraten de producten leveren.
  • een zevenpuntsdagcurve. Meet dus vr de maaltijd uw bloedglucose en doe dat ook 1 2 uur na de maaltijd en voor het slapen. Het meest ideale is meten met behulp van een continue glucosemeter (zie hieronder).
  • hoeveel insuline u heeft toegediend in eenheden.
  • bijzonderheden die de bloedglucosewaarden kunnen benvloeden zoals stress, ziekte, beweging en hypo's.

De ditist kan vervolgens, eventueel samen met u, uw persoonlijke ratio bepalen. Zo kan het zijn dat u bij het ontbijt bijvoorbeeld een ratio heeft van 7 (1 eenheid insuline nodig per 7 gram koolhydraten), bij de tussendoortjes van 10 (1 eenheid per 10 gram koolhydraten), bij de lunch van 15 (1 eenheid per 15 gram koolhydraten) en bij de avondmaaltijd van 18 (1 eenheid per 18 gram koolhydraten).

Continue glucosemeter
Dit apparaatje meet, met een klein naaldje, uw bloedglucosewaarden 24 uur per dag. Hierdoor zijn schommelingen in uw bloedglucose beter op te merken en krijgt u een goed beeld van de hele dag.

Hulpmiddelen
Klinkt dit allemaal wat lastig? In de loop van de tijd zal het rekenen makkelijker gaan. Ook van veelgebruikte producten leert u snel de koolhydraatgetallen. Maar als u een pomp heeft, kunt u (bij de meeste pompen) gebruik maken van een rekenprogramma. Dit wordt vaak de calculator of wizard genoemd. Voordat u hiervan gebruik kunt maken, moeten eerst wat gegevens worden ingevoerd. Niet alleen de ratio per maaltijd/moment, maar ook naar welke bloedglucosewaarden u streeft, de werkingsduur van uw insuline en hoeveel uw bloedglucose daalt bij 1 eenheid insuline. Als de instellingen eenmaal gedaan zijn, kunt u per maaltijd invoeren wat uw bloedglucose is en hoeveel koolhydraten uw maaltijd bevat. De calculator berekent dan aan de hand daarvan hoeveel insuline er in uw lichaam moet komen.

Niet voor altijd hetzelfde
Als uw koolhydraat-insulineratio eenmaal bekend is, wil dat niet zeggen dat u altijd met deze getallen kunt rekenen. Zo is het regelmatig nodig om de instellingen van de calculator van uw pomp een beetje aan te passen. Uw leven verandert natuurlijk ook met de jaren. Misschien wordt u wel actiever of juist minder actief, verliest u wat gewicht of wordt u juist zwaarder. Dan zal de ratio wijzigen. Ook tijdelijk kan een andere ratio nodig zijn, bijvoorbeeld in perioden van stress of ziekte. Zo een aanpassing gebeurt meestal op geleide van uw bloedglucosewaarden. Uw behandelend team kan u daarover adviseren.

Zelf geen insuline meer aanmaken
De koolhydraat-insulineratio is vooral bruikbaar voor mensen die zelf geen of nauwelijks insuline meer produceren. Als u diabetes type 2 hebt of in de Honeymoonfase zit bij diabetes type 1 dan is deze methode niet altijd betrouwbaar.

De honeymoonfase is een tijdelijke periode waarin de alvleesklier bij mensen met diabetes type 1 nog wat eigen insuline aanmaakt. Die periode kan enkele weken maar ook een jaar duren en treedt meestal op als de diabetes net ontdekt is. Na de Honeymoonfase stopt de alvleesklier helemaal met het afgeven van insuline.

facebook google plus



koolhydraat-insulineratio
Illustratie: Ren Leisink


Bij veel mensen is het lichaam in de ochtend minder gevoelig voor insuline. Daarom is er in de ochtend vaak meer insuline nodig dan de rest van de dag. De koolhydraat-insulineratio kan dan ook variren per maaltijd of per dag


Het Voedingscentrum, PlusOnline en Gezondheidsnet.nl hebben een receptengidsje samengesteld dat u hieronder gratis kunt downloaden. Het boekje bevat enkele heerlijke, gezonde recepten met herfstgroenten als pompoen, bospaddenstoelen, andijvie en witlof. Zo houdt u uw weerstand op peil de komende maanden.

Download hier een receptenboekje