logo bloedsuiker
    Uitgave 8 - 2012, jaargang 27
Het beste cijfer
"Wat is jouw HbA1c?" Niet zelden de eerste vraag nadat twee mensen met diabetes zich aan elkaar hebben voorgesteld. "Hoeveel eenheden spuit jij per dag?", dat is vraag twee. Wij mensen met diabetes rekenen onszelf en elkaar af op nummertjes. "Zozo, een HbA1c van 8, ik heb maar 5. Ben je wel goed ingesteld? Snoep je veel? Sport je te weinig?" Maar niet alleen wij doen het. Beroepshalve doen internisten en diabetesverpleegkundigen het natuurlijk ook. En soms kun je daarom het gevoel hebben een wandelende examenpoging te zijn. Geslaagd. Of gezakt. Een aantal maanden geleden zat ik bij mijn diabetesverpleegkundige en zij zei, kijkend naar mijn diabetesoverzicht in haar computer: "Je koolhydraat-insulineratio op de pomp is wel strak, je spuit op dit moment 1 eenheid op 3 koolhydraten." Ik keek haar glazig aan. "Is dat slecht?" Ze antwoordde: "Nee hoor, helemáál niet, maar veel mensen spuiten 1 op 5." Een waarheid als een koe, vast en zeker. Maar ik voelde me terstond een soort van afgekeurd. Ik was dus niet zoals de meeste mensen. Ik was de diabeteskoolhydraatinsulinratio-uitvoering (mooi galgjewoord) van Quasimodo. Ik deed het vast niet goed: een insulineratio hebben. Misschien moest ik daar iets aan doen? Maar wat doe je in hemelsnaam aan een natuurlijk bepaalde ratio? Toen mijn ratio op een zeker moment een beetje werd aangepast naar 1 op 5, voelde ik me meteen wat beter. Maar waarom eigenlijk? Soms voel ik me gereduceerd tot een verzameling cijfers. Daar werk ik zelf minstens net zo hard aan mee. Een bekentenis: ik heb zojuist mijn diabetesverpleegkundige gemaild met de vraag wat de uitslag van mijn HbA1c onderzoek is. Gaat het met die cijfers goed, dan ben ik trots. Gaat het niet goed, dan ben ik gefrustreerd. Heb ik eens een dag een hoog insulinegebruik, dan voel ik me schuldig. Want ja. Ik wil het beste cijfer hebben, een gemiddeld insulinegebruik. Natuurlijk is het logisch dat we een objectief meetgegeven hebben om vast te stellen hoe het met diabetes gaat. Maar ook dat is geen wet van Meden en Perzen. Zo heb ik - jaren en jaren geleden - eens een internist gehad in mijn beginjaren als diabetespatiënt die die cijfers zodanig los zag van "de mensch erachter" dat hij op mijn opmerking dat het niet goed ging met mijn instelling, zei: "Ach, je komt niet boven de 22 mmol/l of onder de 2 mmol/l, volgens mij gaat het best redelijk." Zijn vaststelling van de uiterste waarden was weliswaar correct, maar ik zat toen zo ongeveer twaalf uur per dag op die uitersten: 2 mmol/l of 22 mmol/l. Ik vóelde me slecht. Dat ik diabetes heb, betekent niet dat ik diabetes ben. Ik ben geen cijfers. Een betere, aanvullende vraag van hem zou dus eigenlijk zijn: "Maar hoe gaat het echt? Met jóu?"
facebook google plus



maaike
Maaike Helmer (34) is freelance journalist voor veel publieksbladen (zoals Cosmopolitan en Margriet) en werkt als copywriter voor diverse merken