logo bloedsuiker
    Uitgave 6 - 2012, jaargang 27
Nieuwe standaard zelfcontrole.
Meet met beleid
"Zelfcontrole. De één haat het, de ander kan geen dag zonder. Maar het succes van zelfcontrole valt of staat bij de kennis en motivatie van de persoon met diabetes."

Aan het woord is diabetesverpleegkundige Jolanda Hensbergen uit het VU medisch centrum in Amsterdam. Zij is onder meer voorzitter van de commissie ‘richtlijnen' van EADV, de beroepsvereniging van diabetesprofessionals. In juni presenteerde ze de nieuwe richtlijn zelfcontrole, bijna tien jaar nadat in Nederland de eerste richtlijnen werden geïntroduceerd. In de standaard staat beschreven wie, wanneer, hoe vaak de bloedglucosewaarden moeten bepalen en hoe de waarden geïnterpreteerd kunnen worden. Ook de educatie rondom zelfcontrole en het uitvoeren van een correcte meting zijn beschreven.

Zorgplan
Mensen met diabetes nemen belangrijke beslissingen over hun insulinedosering op basis van de glucosewaarden die ze meten. Dan is het belangrijk dat deze waarden betrouwbaar zijn. Hiervoor zijn tien jaar geleden de richtlijnen zelfcontrole opgesteld. "De belangrijkste wijziging is dat in de nieuwe standaard de regels minder centraal staan, maar het opstellen van een zorgplan des te meer. In een zorgplan leg je samen met je diabetesverpleegkundige vast wat het doel is van de behandeling. Wanneer meet je, waarom, met welk doel en hoe ga je dit evalueren? Meet je alleen nuchter en vlak voor de maaltijd om te kijken hoe je basaal zit? Of controleer je juist na de maaltijden om te kijken of de maaltijdinsuline goed is afgestemd op de koolhydraten die je neemt, of doe je het allebei? Om zo intensief aan zelfcontrole te doen, moet je gemotiveerd zijn, maar ook voldoende kennis hebben over diabetes."

Tegenzin
Niet iedereen wil zo intensief met diabetes bezig zijn. "Ik zie zelfs mensen voor wie de bloedglucosemeter een vijand is. Ze willen niet constant geconfronteerd worden met hun glucosewaarden. Ze voelen zich schuldig als ze te veel hebben gegeten en vervolgens een hoge waarde meten. Als mensen echt met tegenzin meten, kun je er - al dan niet tijdelijk - voor kiezen, minder te controleren. Spreek dan met je diabetesverpleegkundige een aantal vaste meetmomenten af voor het volgende consult en laat het daarbij."

Beleid
"Nu is het zo dat mensen die starten met insuline, automatisch een bloedglucosemeter en diabetesdagboekje krijgen van hun diabetesverpleegkundige", vervolgt Hensbergen. "Sommige mensen gaan hier direct mee aan de slag, anderen vullen het dagboekje in voor de diabetesverpleegkundige, maar doen zelf niets met de waarden. Waar het ons om gaat is dat mensen de juiste voorlichting krijgen, weten hoe ze correct moeten meten, hoe ze ervoor kunnen zorgen dat hun meter regelmatig goed wordt gecontroleerd. Hoe intensief ze hier vervolgens mee aan de slag gaan is afhankelijk van wat bij ze past. Te vaak wordt gedacht dat de bloedglucosemeter alleen al leidt tot een betere diabetesinstelling. Dat is natuurlijk niet zo. Door het meten van je bloeddruk, zal deze ook niet dalen. Maak samen met je diabetesverpleegkundige een zorgplan. Leg vast wat je wilt bereiken. Je kunt intensief met zelfcontrole aan de slag gaan, of juist minder, maar meet met beleid."

facebook google plus



jolanda hensbergen hig res
Jolanda Hensbergen: “Hoe intensief iemand aan de slag gaat met zelfcontrole is afhankelijk van wat bij de persoon past”

Foto: Guus Herbschleb