logo bloedsuiker
    Uitgave 5 - 2012, jaargang 27
Ongemákkelijk…
Lief en ik hebben een woordje voor gênante momenten. Meestal laten we een korte stilte vallen, om daarna tegelijk het woordje ‘ongemákkelijk' te neuriën. We hebben het ooit in een tekenfilmpje gezien (voor de mensen die echt álles willen weten: zoek op Youtube ‘Kudt: Pindakaas', op 0.47 seconden) en sindsdien maakt dit woord een vast deel uit van ons gezamenlijke oeuvre.

Goed, dit terzijde, maar een mooie inleiding op het volgende. Sinds mensen in mijn omgeving weten dat ik een pomp heb, is dat vaak aanleiding om ongegeneerd mijn pompleven ondersteboven te halen. Meestal ben ik daar heel open in. Ze mogen van mij alles weten. Nou ja, bijna alles. Een pomp is een apart ding, want ja, je hebt hem altijd bij je. Reden voor mensen om zich te mengen in hoe je leven er achter de schermen aan toegaat. Blijkbaar maakt het mij een curieus geval, à la de vrouw met de baard op de kermis.

"Eh... jeetje. Dus dat ding heb je vierentwintig uur per dag om."
"Ja."
"Dus ook als je gaat douchen."
"Dan doe ik hem even af."
"Of als je op het strand zit."
"Dan leg ik hem onder mijn rug of bij de handdoek, want insuline kan niet goed tegen warmte."
"Oh. En als je een jurkje aanhebt?"
"Dan doe ik hem in mijn beha. Zeg, je nadert nu wel met rasse schreden het punt "ongemakkelijk".
Stilte.
"Ja... ja."
Dan volgt er meestal een bedachtzame blik. Een blik met: hoe zal ik dit eens vragen.
Een stilte.
En dan dé zin"
"Hoe moet dat dan met seks?"
(Meestal kijk ik nu de vragensteller onafgebroken aan, in de hoop hem af te schrikken)
"Wat bedoel je ‘hoe moet dat dan met seks?'"
"Nou, hóe gaat dat? Seks?"
"Moet ik je uitleggen hoe seks gaat? Nou, je hebt een mannetje en een vrouwtje en die vinden elkaar heel lief, en dan..."
"Nee, ik bedoel met seks en die pomp."
"Er zit een afkoppelfunctie op."
"Maar je mag toch maar een paar uur zonder pomp?"
(Op dit punt maak ik geïrriteerde zuchtgeluiden en neurie ik: "ongemákkelijk")
"Klopt."
"Maar als je nou héél lang gaat seksen?"

Meestal laat ik hier een betekenisvolle stilte vallen. In de zin van: wat zou jij nou zelf op deze vraag antwoorden? Moet ik ook nog namen en rugnummers geven? De vragensteller kijkt dan vaak betrapt en zegt tot slot: "Dat wás het punt van ongemakkelijk, hè?" Waarop ik antwoord. "Ja, ongeveer zeven kilometer geleden. Maar dank je dat je de stopborden negeerde."

Voortaan denk ik maar dat ik ze wat sneller op hun nummer zet. Vragen: "Hoe doen jullie dat eigenlijk, zónder pomp?" Of op de vraag "hoe moet dat dan met seks", antwoord ik voortaan meteen, nog vóór ze vervolgvragen kunnen stellen: "Lang leve de trilfunctie. Pomp. Moet je ook nemen. Je seksleven zal nooit meer hetzelfde zijn. Moeten ze patent op aanvragen. Ik kan het iedereen aanraden." That will teach them.

facebook google plus



maaike
Maaike Helmer (34) is freelance journalist voor veel publieksbladen (zoals Cosmopolitan en Margriet) en werkt als copywriter voor diverse merken