logo bloedsuiker
    Uitgave 4 - 2012, jaargang 27
Uit logeren of op kamp met insuline

Voor een jong kind met diabetes zijn sommige dingen niet zo vanzelfsprekend als voor anderen. Op kamp of uit logeren gaan bijvoorbeeld. Drie moeders aan het woord.

Marja's zoon
Marja's zoon (10) heeft vijf jaar diabetes en gebruikt de insulinepen. "Onze zoon heeft slijtage aan zijn heupkoppen en zit meestal in een rolstoel. Zijn logeerpartijtjes zijn daarom bij een instelling voor kinderen met een handicap. Ook al zijn daar verpleegkundigen, toch vind ik het lastig om hem helemaal los te laten en ik geef dus veel informatie mee: een schema waarin ik van uur tot uur beschrijf wat er moet en mag. Wanneer ze moeten prikken, wat ze moeten doen bij welke glucosewaarde. Ik geef alternatieven: vijftien koolhydraten is anderhalve Sultana of een kleine appel of drie ministarkoekjes."

Ontregelen
"Maar ja, als ze zich dan heel netjes aan dat schema houden, komt hij natuurlijk toch niet altijd goed uit, want dan heeft hij ‘teveel' of ‘te weinig' bewogen of wordt er door omstandigheden een half uur later gegeten. Ze zijn met een groep kinderen en daar gebeurt natuurlijk van alles wat de loop van de dag kan ontregelen. Voor hem kan dat extra lastig zijn want doordat hij zit, kan hij een hypo niet  zo goed voelen aankomen als een kind dat loopt en wiebelbenen krijgt."

Overdreven
"Die verpleegkundigen hebben natuurlijk geen moeite met prikken en spuiten, ook 's nachts niet. Ze meten dan eerder te vaak dan te weinig. Hij baalt dat hij om 06.30 uur wordt wakker gemaakt voor een vingerprik. Hij heeft ook wel eens gelogeerd bij een vriendje met ouders die allebei arts zijn. Die wisten nergens van. Ze vonden het maar gek dat ze 's avonds om elf uur nog moesten meten en misschien zelfs iets te eten moesten geven. Of dat ze een paar uur na een spuit nog een keer moesten meten. Mensen vinden het soms overdreven dat je dat allemaal doet. Maar ze zijn wel bang dat er iets gebeurt."

Yvonne's dochter
Yvonne's dochter (10) heeft al ruim acht jaar diabetes en gebruikt een pomp. "Sinds haar zevende logeert ze wel eens bij een vriendinnetje, hier vlakbij. Ik wil die moeder niet teveel tot last zijn, dus doen we het avondeten thuis en gaat ze daarna naar haar logeeradres. Ze krijgt een trommeltje mee met een tussendoortje voor later op de avond: ontbijtkoek, Sultana, zoiets. En een beker jus d'orange voor de volgende ochtend. Als het mooi weer is, wordt er 's avonds natuurlijk nog buiten gespeeld. Dan vraag ik bij het wegbrengen of die moeder haar wat eerder wil prikken dan anders. Voor het slapen gaan meten ze nog een keer en word ik gebeld, want ik wil weten hoe ze de nacht in gaat. Ik vertel haar dan hoe laat ze 's ochtends moet prikken."

‘Stomme pomp'
"Mijn dochter kan meten en bolussen, maar niet zelf bedenken hoeveel. De pomp zelf stilzetten kan ze ook nog niet want dan moet ze door een heel menu heen en daarmee wil ik haar niet belasten. Die ‘stomme pomp' maakt haar al zo anders dan anderen. Dat wil ik niet erger maken.
Ik voel me veilig als ik weet dat de ouders zich houden aan mijn instructies. Want ja, een koekje meer of minder maakt bij een kind veel uit. Tijdens zo'n logeerpartij slaap ik prima, maar wel met de telefoon naast mijn bed. Een heel weekend uit logeren zou ik niet doen. Dan zijn er zoveel momenten waarop er eten gewogen moet worden en gebolust. Nee, dan ben ik bang dat het misgaat. Wat er dan misgaat? Dat weet ik eigenlijk niet. Ik heb gewoon graag de touwtjes in handen."

De dochter van Els
"Haar diabetes is nooit een belemmering geweest om uit logeren te gaan", vertelt Els over haar dochter (12) die op haar achtste diabetes kreeg. Op eigen verzoek had het meisje al na een paar maanden een pomp. Els: "Toen heeft ze meteen geleerd er zelfstandig mee om te gaan. Dat was ook een must, want anders zou ze hem niet hebben gekregen. De school werkte mee en leerde haar vervroegd breuken. Al vrij snel hebben we een basispakket aangeschaft voor een glucosesensor. Dat is niet goedkoop, maar we hadden geluk en kregen de sensoren - waar je zes dagen mee kunt doen - meestal van het ziekenhuis. Dit apparaat was ideaal om onze dochter ‘los te laten' want hij geeft een alarm als je glucosegehalte onder of boven bepaalde waarden uitkomt. Bovendien kun je doorlopend de waarden aflezen op een display. Dat gaf ons veel vertrouwen, vooral voor de nacht. Als er een logeerpartij aan kwam, brachten we dat apparaatje een dag eerder aan zodat we zeker wisten dat hij goed zat."

Intensief buitenspelen
"Ondanks dat onze dochter zelf al snel behoorlijk zelfstandig met haar diabetes kon omgaan, waren we (en zijn we nog steeds) altijd bereikbaar. We maakten een duidelijk A-viertje met de belangrijkste wetenswaardigheden, zodat de ouders van het logeeradres eventueel konden checken wat ze deed en haar konden herinneren aan wat er moest gebeuren, zoals vaker meten als ze intensief buitenspeelde."

Sensor-alarm
"Ik herinner me een slaapfeestje bij een vriendinnetje, waar
‘s nachts haar sensor-alarm afging. Met zijn slaperige hoofd nam de vader heel trouw het A-viertje door, om vervolgens te lezen: ‘als het alarm afgaat, kan Emma het zelf regelen.' Kon hij meteen zijn bed weer in."




 
facebook google plus



Door Claar Urbanus, journalist en moeder van een kind (9) met diabetes type I.


ouderkwestie


“Mensen vinden het soms overdreven dat je dat allemaal doet. Maar ze zijn wel bang dat er iets gebeurt”


“Tijdens zo’n logeerpartij slaap ik prima, maar wel met de telefoon naast mijn bed”


“Een duidelijk A-viertje met de belangrijkste wetenswaardigheden"


Volgend ouderthema: een nieuw schooljaar, een nieuwe leerkracht. Wat komt u tegen en hoe lost u het op? Lees het in de nieuwsbrief van augustus