logo bloedsuiker
    Uitgave 10 - 2011, jaargang 26
Op een ouwe fiets
Dokter, zei ik, ‘het gaat niet goed. Het is mijn hart.’ Ik wist het zeker. Sinds enige tijd had ik, als ik me inspande, last van benauwdheid, druk op mijn borst, uitputting en zweten. Voor iemand van 33 niet normaal, vond ik. De dokter keek me bezorgd aan: ‘Komt het voor in uw familie?’ ‘Jazeker, mijn vader heeft tien jaar geleden een hartinfarct gehad.’ De dokter besloot dat ik gezien mijn diabetes, mijn klachten en familieachtergrond een hartfilmpje mocht laten maken na inspanning. Ik was opgelucht. Maar op de één of andere manier lukte het me in de weken erna niet om dat in te plannen. Deadlines, griep, afspraken, misschien ook angst voor een onheilstijding. Ik maakte de hartfilmpjesafspraak niet. En schaamde me kapot naar de dokter. In de tussentijd ging ik niet dood. Dus of het nou écht zo erg was…

Toen, op een dag dat ik heel vroeg naar een journalistieke klus fietste, legde ik een link. De uitputting, het zweten, het gebeurde meestal in de trein. Nadat ik naar het station was gereden. Op mijn oude, tweedehands barreltje. Fietsen, ik beweeg me op die manier graag voort: beweging is goed om mijn diabetes goed gereguleerd te houden en het houdt me fit. Mijn laatste eerstehands fiets is aangeschaft toen ik twaalf was. Een knalpaarse mountainbike. Mountainbikes waren toen helemaal hot. Niet dat we echt bergen hadden op de Heuvelrug - waar ik toen woonde - , maar mochten ze plots ontstaan, dan was ik er in elk geval op voorbereid. Ik heb behoorlijk lang met de fiets gedaan voor een puber: pas op mijn achttiende was die totaal uitgewoond. In de jaren erna kocht ik bij voorkeur allemaal krotjes - studenten- en startersbudget. De afgelopen twintig jaren zijn voor mij samen te vatten in barrels en brikken. Dit is tweedehandsje nummer zeven, moest ik die niet eens laten controleren?

Ik naar de fietsenmaker. Die keek me met grote ogen aan. ‘Mevrouw, fíetst u hierop?’ Ik: ‘Eh… ja.’ De mond van de fietsenmaker viel open: ‘Maar mevrouw, uw hele remsysteem is kapot. U fietst waarschijnlijk lood- en loodzwaar tegen de rem in. Dit is al heel lang geen fiets meer, maar een martelwerktuig. ’Nu keek ík de fietsenmaker ongelovig aan. Dat verklaarde alles. De vermoeidheid, het gehijg, het transpireren in de trein, en dat ik het alléén had na het fietsen. O jee. Ik was helemaal geen hartpatiënt, mijn fiets was al een tijdje kassie wijlen. De fietsenmaker raadde me af de fiets ooit nog te gebruiken. Waarvan akte. En nu durf ik de dokter niet te bellen om te zeggen dat het aan mijn fiets lag. ‘Dokter, ik ben kerngezond, maar mijn fiets is nu wel wijlen’

Maaike Helmer-de Boer (33) is freelance journalist voor diverse week- en maandbladen zoals Viva,  Cosmopolitan en Aktueel. In Bloedsuiker vertelt ze over haar diabetes
facebook google plus



maaike