logo bloedsuiker
    Uitgave 8 - 2011, jaargang 26
Leren van zelfcontrole
Mensen met diabetes krijgen medicijnen voorgeschreven door hun arts. Het doel van deze middelen is het bloedglucosegehalte zo normaal mogelijk te houden. Om te controleren of uw waarden goed zijn, kunt u een bloedglucosemeter gebruiken. Toch doet niet iedereen met diabetes aan zelfcontrole.

Of en hoe vaak u uw bloedglucosespiegel moet controleren, hangt af van de behandeling die u krijgt. Gebruikt u geen insuline dan zal uw behandelend arts regelmatig uw glucosewaarden laten controleren. U zult dan doorgaans niet zelf uw glucose testen.

Heeft u een gecombineerde behandeling met tabletten en eenmaal daags insuline, dan kunt u één keer per dag uw nuchtere bloedglucose testen. Volgens de Internationale Diabetesfederatie zijn die idealiter 's ochtends < 5,5 mmol/l.
Als u een intensieve insulinebehandeling krijgt, moet u waarschijnlijk minstens drie à vier keer per dag een test doen. Bij een minder intensieve insulinebehandeling volstaan meestal één à twee tests per dag.
Op basis van de testresultaten, kunt u zo nodig uw insulinedosis aanpassen. Hoe u dit kunt doen, leert u van uw diabetesteam. Zij zullen u ook vertellen wat uw streefwaarden zijn.

Met behulp van zelfcontrole leert u hoe uw lichaam reageert op verschillende omstandigheden, want naast de insuline en koolhydraten, hebben ook beweging, stress en ziekte invloed op uw glucosewaarden. Het is leerzaam om de resultaten bij te houden in een diabetesdagboekje.

Op www.onetouch.nl leest u meer over zelfcontrole.
facebook google plus



OTV-Testen-in-etui
Of en hoe vaak u uw bloedglucosespiegel moet controleren, hangt af van de behandeling die u krijgt