logo bloedsuiker
    Uitgave 4 - 2011, jaargang 26
Hondenvrouw
Ik ben een hondenvrouw. Mijn vriend Joram is een kattenman. Een aantal jaar geleden had ik Joram eindelijk zover gekregen – na eindeloos zeuren – dat ik een hond mocht. Hoezee! Het werd een asielexemplaar: Dino. Dino en ik waren meteen de allerbeste vrienden. Onafscheidelijk. Een korte samenvatting van waarom Dino de leukste hond allertijden was. Dino’s grootste hobby was sneeuwballen vangen. In de winter likte hij de weg in één lange streep schoon, als een soort hondenijsje. Hij liep altijd zonder riem achter me aan en lag het liefst languit op de bank naast me met zijn kop op mijn schoot. Hij volgde me als een schaduw en zijn grootste hobby was knuffelen. Dino was gek op de zee. Hij zwom graag en hapte ondertussen in het water. En als we een badje met water lieten vollopen, stampte hij erin om golfjes te maken. Toen ik eens een hypo had en uit puur gebrek aan energie thuis op de vloerbedekking ging liggen, kwam hij naast me zitten en legde zijn hoofd op mijn buik. Ik fakete meteen een coma, om te checken of hij daar iets mee zou doen. En inderdaad, hij duwde zijn neus in mijn gezicht, likte mijn wang, probeerde mijn hand omhoog te duwen. Dino was absoluut onvervangbaar. Maar helaas werd Dino ziek en moesten we hem uiteindelijk laten inslapen. Hoewel ik zag dat dat het beste voor hem was, vond ik het vanzelfsprekend verschrikkelijk.

Toen ik laatst bij mijn diabetesverpleegkundige was, vroeg ze (als onderdeel van mijn checkup) hoeveel beweging ik op dit moment dagelijks kreeg. ‘In je status staat anderhalf uur per dag’, zei ze. Anderhalf úúr? Ik keek haar ongelovig aan. Nee, ik maak wel eens een wandeling en ik fiets veel, maar anderhalf uur… Zou ik destijds gelogen hebben? Plotseling verschenen twee grote bruine hondenkijkers voor mijn geestesoog. Dino! Daarmee wandelde ik inderdaad drie keer per dag ongeveer een halfuur, soms langer. ‘Mijn hond is dood’, zei ik. De dood van mijn hond is slecht voor mijn conditie. En dús voor mijn diabetes.

Het is intussen alweer een tijd geleden dat Dino overleed. En hoewel een nieuwe hond nog niet aan de orde is, krijg ik wel kriebels in mijn buik als een héél leuke hond in mijn nabijheid verkeert. Zoals Beertje, de hond van de baas van Vriend. Of Keesje. De hond van vrienden van ons. Als die om me heen trippelen en ik hun een knuffel geef en even in hun hondenhaar snuif, zou ik het liefst meteen Joram aankijken en onder het mom van ‘het is goed voor mijn HbA1c’ naar het dichtstbijzijnde asiel rijden. Geen enkele hond kan ooit mijn grote vriend Dino vervangen. Maar ik verheug me erop weer zo’n vriend voor het leven te leren kennen. Ik hoop dat het een grote, slome knuffellobbes is. Dan noem ik hem Hyper.

Maaike Helmer-de Boer (32) is freelance journalist voor diverse week- en maandbladen zoals Viva, Cosmopolitan en Aktueel. In Bloedsuiker vertelt ze over haar diabetes.
facebook google plus



maaike