logo bloedsuiker
    Uitgave 3 - 2010, jaargang 25
Vader en dochter met diabetes
De één heeft type 2, de ander type 1. Vader en dochter. Folkert en Maaike de Boer in gesprek over hun diabetes.

Maaike: ‘Hoe voelde je je toen je hoorde dat ik
diabetes had?’

Folkert: ‘Ik had op dat moment geen idee wat de consequenties waren, ik wist er weinig van en dacht dat het met een paar pilletjes wel onder controle te houden was. Ik kwam net thuis van een werkreis. De auto van de huisarts uit het dorp stond bij ons voor de deur en ik weet nog dat hij er nogal luchtig over deed. Nadat hij had verteld dat je diabetes had, vroeg hij of ik nog leuke restaurants in Utrecht wist, dat heeft hij heel slecht aangepakt. Ik was zo geschrokken, het was zo vreemd om te horen, dat ik helemaal geen vragen heb gesteld. Het leek ook of er niet zoveel met je was. Omdat je niet bedlegerig was, kon ik me nauwelijks voorstellen dat je ziek was. Pas toen je in het ziekenhuis werd ingesteld, realiseerde ik me hoe erg het was. Dat duurde weken. En in de periode daarna, toen je nog geen pomp had en er veel misging, sloeg de bom goed in bij mij.’

Maaike: ‘Hoe voelde je je toen je hoorde dat je zélf
diabetes had?’

Folkert: ‘Dat werd opnieuw luchtig gebracht door diezelfde huisarts. Ik had een hartinfarct gehad en kreeg daarna elke maand een checkup. Bij een bloedanalyse kwam naar voren dat ik diabetes type 2 had. De dokter zei: “Welcome to the club” en dat was het. Verder kreeg ik alleen een briefje met medicijnen mee. Het leek alsof het geen big deal was. Ik heb nooit veel van mijn diabetes gevoeld. Misschien heb ik daardoor soms een beetje de neiging het te bagatelliseren.’

Maaike: ‘Heb je het echt moeten verwerken?’

Folkert: ‘Nauwelijks, omdat ik ook een hartprobleem en de neiging tot hoge bloeddruk heb. Het kwam erbíj, zo voelde het. Hoe geldt dat voor jou, heb jij het geaccepteerd?’

Maaike: ‘Omdat het zo heftig ingreep in mijn dagelijks leven, heeft het wel even geduurd voor ik dat onder de knie had. Bij diabetes type 1 komen er veel handelingen kijken. Maar ik ben nu goed gereguleerd, dan speelt het een minder grote rol. Ik heb het idee dat jouw diabetes bij jou nóóit echt een rol heeft gespeeld.’

Folkert: ‘Je zei ooit dat als er een pil zou zijn tegen diabetes, dat je die niet zou slikken.’

Maaike: ‘In het begin voelde mijn diabetes als een onderdeel van mijn persoon. Ik heb wel het gevoel dat ik door mijn diabetes anders naar sommige dingen kijk dan leeftijdsgenoten, ik ben me meer bewust van mijn sterfelijkheid. In het begin dacht ik dat diabetesvrij zijn ook dat bewustzijn zou wegnemen. Nu denk ik dat niet meer. Het heeft me toen wel geleerd van elk moment te genieten. Over genieten: vind jij dat je gezond leeft?’

Folkert: ‘Ja, al ben ik minder bewust bezig met eten dan jij. Ik ben soms iets te makkelijk misschien. Type 2 is een sluipmoordenaar, type 1 een moordenaar die zich wel regelmatig laat zien. Daarom ga ik er misschien wat “lakser” mee om, in jouw beleving. Bovendien, als ik later doodga, wil ik wel kunnen zeggen dat ik tot op de bodem heb genoten. Jij eet bijvoorbeeld niet vaak een groot bord pasta.’

Maaike: ‘Pap, dat is omdat ik niet goed kan rekenen en dan in de war kom met hoeveel koolhydraten het zijn. Dus dat is luiheid, en jij maar denken dat ik zo bewust bezig ben! Maar ik probeer inderdaad wel zoveel mogelijk verstandige keuzes te maken. Hoewel ik ook echt wel eens een zak chips leeg eet, hoor.’

Folkert: ‘Het lijkt me heel ingrijpend als je vier keer per dag je bloedsuikers moet testen en moet nadenken over sporten, eten en insuline. Dan is type 2 toch makkelijker, ik check alleen mijn bloedsuiker als ik me duizelig voel en zit bijna altijd goed. Ik heb er diep respect voor als je diabetes type 1 hebt, het lijkt me heel zwaar. Het doet pijn in mijn hart als ik zie dat mijn kind dat elke dag moet doen, maar je gaat er fantastisch mee om. Ik ben echt trots op je. Dat mag je gerust weten.’

Maaike: ‘Ik ook op jou hoor,pap.’

internet.gif

Maaike: ‘Wat doe jij precies voor je diabetes? Zijn er dingen die je moet laten?’

Folkert: ‘Voor mijn gevoel beïnvloedt het mijn leven niet echt, behalve dat ik gezonder eet, goed beweeg, en stress vermijd. Maar dat moest ik sowieso al, vanwege mijn hart.
Ik meet ook af en toe wel eens. Niet op geregelde tijden, alleen als ik me slecht voel. Ik heb, als ik het dan toch moet benoemen, in eerste instantie een hartprobleem, daarna een kleiner bloeddrukprobleem en een heel klein suikerprobleem. Mijn huidige huisarts begeleidt me fantastisch, daar voel ik me heel veilig bij, en ik probeer zelf ook mijn verantwoording te nemen voor de dingen waar ik zelf aan bij kan dragen. Het enige wat ik nog meer zou kunnen doen is ongeveer vijftien kilo afvallen.’

Maaike: ‘Waarom doe je dat niet?’

Folkert: ‘Lekker eten kan wel gezond zijn, maar ik wil me geen konijn voelen. De dingen die mijn eetbelevening veraangenamen zijn niet allemaal slecht, vaak zelfs gezond, maar ik hou er wel van om het onderste uit de kan te halen, te genieten. Van bijvoorbeeld foie gras of een wijntje. Al doe ik dat niet regelmatig.’

Maaike: ‘Consequentie kan misschien zijn dat je minder lang leeft.’

Folkert: ‘Als ik vijf jaar chagrijnig langer moet leven, dan heb ik liever die kortere tijd heel veel plezier.’

Maaike: ‘Het een sluit het ander toch niet uit?’

Folkert: ‘Ik kan niet tegen een zin die begint met ‘ik vind dat jij’. Er zijn ook zo veel dingen die slecht voor je zijn.’

Maaike: ‘Garnalen? Die eet ik graag, zijn mager.’

Folkert: ‘Te hoog cholesterol. Bovendien, als je je echt gaat inlezen is bijna alles slecht voor je. Overigens eten wij heel vaak kip en witvis, heel gezond.’

Maaike: ‘Wat vind jij het meest vervelend of eng aan jouw eigen diabetes?’

Folkert: ‘De mogelijke langetermijngevolgen. Ben het meest bang voor doorbloeding van mijn benen, voor hartinfarct of hersenbloedingen ben ik minder bang, omdat ik daar medicijnen voor heb.’

Maaike: ‘Heb jij het gevoel dat je er serieus mee omgaat?’

Folkert: ‘Eh… ja. Ik denk er niet dagelijks aan. Ik hoop dat ik tachtig word, natuurlijk.’

Maaike: ‘Als je mij vier keer per dag ziet testen, wil je dat dan ook of ben je juist blij dat je dat volgens de arts niet hoeft?’

Folkert: ‘Ja, jij wordt wel van uur tot uur geconfronteerd met een aandoening. En met alles wat je doet nadenken over de gevolgen. Ik heb het gevoel dat het bij jou wezenlijk onderdeel van je bestaan is, als jij weggaat, moet je altijd iets te eten bij je hebben.’

Maaike: ‘Kan je je voorstellen dat dat op een gegeven moment je tweede natuur wordt?’

Folkert: ‘Je zult wel moeten.’

Maaike: ‘Ben je het wel eens oneens met dingen die ik doe, wat betreft mijn diabetes?’

Folkert: ‘Nee, eigenlijk niet. Toen je rookte was ik heel boos, maar daar ben je al lang mee gestopt. En ikzelf at vroeger veel ongezonder dan nu. Dus volgens mij zijn we allebei wel goed bezig.’
facebook google plus



cover
Maaike: ‘Ik heb wel het gevoel dat ik door mijn diabetes anders naar sommige dingen kijk dan leeftijdsgenoten, ik ben me meer bewust van mijn sterfelijkheid’


persoonlijk 1
Folkert: ‘De auto van de huisarts uit het dorp stond bij ons voor de deur en ik weet nog dat hij er nogal luchtig over deed. Nadat hij had verteld dat je diabetes had, vroeg hij of ik nog leuke restaurants in Utrecht wist’


persoonlijk.2
Folkert: ‘Ik had een hartinfarct gehad en kreeg daarna elke maand een checkup. Bij een bloedanalyse kwam naar voren dat ik diabetes type 2 had. De dokter zei: “Welcome to the club” en dat was het’