logo bloedsuiker
    Uitgave 2 - 2010, jaargang 25
Hoge bergen beklimmen is mogelijk met diabetes
Wat is de invloed op de bloedglucosewaarden wanneer iemand zich op grote hoogte bevindt en is de bloedglucosemeter dan nog betrouwbaar? En hoe staat het met de werking van de insulinepomp en de glucosesensor wanneer de lucht ijler wordt?

Tijdens de Kilimanjaro Challenge in oktober 2008 deed een medisch team onder leiding van internist prof. dr. Henk Bilo onderzoek naar deze en andere vragen met betrekking tot diabetes en hoogte. Een groep van achttien mensen, waaronder acht mensen met diabetes type 1, beklom tijdens de expeditie in zeven dagen de Kiliman-jaro in Tanzania. Deze berg is 5.895 meter hoog en is daarmee de hoogste van Afrika. De expeditie was een initiatief van de Bas van de Goor Foundation. Ex-profvolleyballer Bas van de Goor heeft zelf diabetes  type 1 en nam ook deel aan de expeditie. De onderzoeksresultaten1 hebben aangetoond dat het voor mensen met diabetes type 1 mogelijk is veilig en succesvol hoge bergen te beklimmen.

Frequent meten
De deelnemers met diabetes type 1 hadden een continue bloedglucosesensor. Deze sensor meet 24 uur per dag de veranderingen in glucosewaarden onder de huid. De sensor moet viermaaldaags met een gewone bloedglucosemeter worden geijkt. Zeven deelnemers gebruikten een insulinepomp en één spoot insuline. Elke dag werden de meetresultaten nauwkeurig bijgehouden.

Hogere insulinebehoefte 
Tot op ongeveer 3.500 meter hoogte bleken de glucosewaarden vergelijkbaar met wat er in Nederland zou gebeuren onder soortgelijke omstandigheden. Door de intensieve lichaamsbeweging nam de insulinegevoeligheid toe en had men minder insuline nodig. Boven de 3.500 meter veranderde dit en stegen de glucosewaarden langzaam en nam de insulinebehoefte toe. Bij het bereiken van de top op 5.895 meter waren de glucosewaarden significant hoger dan op 1.400 meter. Wel was er sprake van individuele verschillen. Sommigen hadden nog steeds minder insuline nodig, terwijl anderen fors in insulinebehoefte stegen. De insulinepompen, sensoren en insulinevoorraden werden op het lichaam gedragen, zodat ze niet konden bevriezen.

Geen invloed
Het team deed tijdens de expeditie ook onderzoek naar de werking van bloedglucosemeters op grote hoogte. Eerder onderzoek toonde aan dat de meters boven de 3.000 meter minder betrouwbaar werden, mogelijk doordat er op hoogte minder zuurstof is om de meetreactie in de glucosemeters goed te laten verlopen. Tijdens de Kilimanjaro Challenge werd dit weerlegd. Zolang de glucosemeter en teststrips maar goed op temperatuur bleven door ze bijvoorbeeld in de binnenzak te bewaren, was er geen sprake van foutieve metingen.

Atlas Challenge 2010
In september 2010 organiseert de Bas van de Goor Foundation een nieuwe challenge. Onder leiding van een medisch team gaan twaalf mensen met diabetes type 2 de uitdaging aan. Zij gaan de Toubkal, de hoogste berg van het Atlas Gebergte in Noord-Afrika beklimmen. Er wordt onderzoek gedaan naar het effect van sport, hoogte en insulinegevoeligheid bij mensen met diabetes type 2. Novo Nordisk ondersteunt de Bas van de Goor Foundation en beide challenges. Zie www.changingdiabetes.nl   klik op Atlas Diabetes Challenge 2010. 
facebook google plus



pieterdemol
Boven de 3.500 meter stegen de glucosewaarden langzaam en nam de insulinebehoefte toe. Bij het bereiken van de top op 5.895 meter waren de glucosewaarden significant hoger dan op 1.400 meter


pieterdemol2


kilimanjarochallenge