logo bloedsuiker
    Uitgave 1 - 2010, jaargang 25
Voorkom hypo's tijdens sporten
Tegen overtollige kilo’s, goed voor de conditie en fijn voor de geest: bewegen. Voor mensen met diabetes type 2 heeft bewegen ook nog als voordeel dat het de insulinegevoeligheid verbetert. Kortom: bewegen is slim, liefst elke dag. Wees wel voorbereid en hou bijvoorbeeld rekening met uw voeding en uw medicatie.

Bij ieder startschot dat voor schaatser Michael Poot klinkt, hoopt hij op een snelle start en een mooie eindtijd. Om dat te bereiken, traint hij dagelijks twee keer en is hij voortdurend bezig met zijn diabetes. Michael was pas tien maanden oud toen bij hem diabetes type 1 werd geconstateerd. Dat heeft hem er echter nooit van weerhouden om zich als schaatser te ontwikkelen tot een professionele sprinter.
Om zich zo goed mogelijk te voelen en optimaal te kunnen presteren, meet Michael vaak zijn bloedglucose: ‘Voor belangrijke wedstrijden eet ik twee uur voor de start. Ik meet mijn glucose, bepaal wat ik wil eten en pas mijn insuline daarop aan. Een uur voor mijn start begin ik aan mijn warming-up. Voor en na de warming-up meet ik weer. Indien nodig zorg ik voor extra insuline of wat extra eten. En naast deze controles ga ik op mijn gevoel af en meet ik extra als ik denk dat ik te hoog of te laag zit.’

Meten is weten
Ook als u maar af en toe sport of zelfs gewoon maar een uurtje per week tuiniert, is controle van de bloedglucose belangrijk. Daarom wordt mensen met diabetes type 1 en mensen met diabetes type 2 die met insuline worden behandeld, geadviseerd één uur tot enkele minuten voorafgaand aan de inspanning de bloedglucose te controleren. In de tabel onderaan dit artikel kunt u zien wat gemiddeld bij welk type en duur inspanning aan koolhydraten geadviseerd wordt. Mensen die insuline spuiten kunnen er ook voor kiezen minder eenheden toe te dienen als ze gaan bewegen of sporten. In dat geval is de tabel niet op u van toepassing omdat u anders meer kans heeft op een hyper. In dit geval geldt zeker: meten is weten! Het is verstandig ook na de lichaamsbeweging de bloedglucose te controleren. Zelfs 24 tot 48 uur na de inspanning kan namelijk een hypo ontstaan door een hogere insulinegevoeligheid.

Kramp
Schaatser Michael merkt een hypo tijdens een training of wedstrijd aan kramp in zijn benen. ‘Tijdens het sporten is transpiratie geen betrouwbaar signaal, omdat ik door het sporten sowieso al zweet’, zegt hij lachend. ‘Zodra ik kramp krijg tijdens het schaatsen, stop ik meteen om mijn bloedglucose te meten!’
Michael heeft een insulinepomp, die hij ook tijdens lange trainingen draagt. ‘Soms train ik wel 2,5 uur, met name op de fiets. Dan zet ik de basale insuline van mijn pomp lager. Ik eet gewoon tijdens het fietsen, maar train niet bijzonder intensief. Als ik de pomp af zou koppelen, zou mijn bloedglucosegehalte stijgen.’ Bij een intensieve korte training koppelt Michael de pomp wel af. ‘Dan zit de pomp in de weg en mijn verbruik aan koolhydraten is dan toch al hoog. Bij zo’n hoge intensiteit daalt mijn bloedglucose flink en heb ik de basale insuline uit mijn pomp niet nodig. Ook geef ik geen grote bolussen in de twee uur voor een training, want dan schiet mijn bloedglucose als een komeet naar beneden.’

Plan uw insuline
Gebruikt u insuline? Dan is het slim niet te sporten binnen het eerste uur na het toedienen van de maaltijdinsuline. Door de insulinepiek in het bloed is de kans op een hypo dan namelijk groter. Meestal is het, als u binnen twee uur na de maaltijd gaat sporten, verstandig dat u minder maaltijdinsuline toedient dan gebruikelijk, bijvoorbeeld een derde tot de helft minder. Als u een insulinepomp heeft kan het, bijvoorbeeld als u intensief gaat sporten, nodig zijn deze af te koppelen of tijdens het sporten uw basaalstand te reduceren. Ook is het soms nodig de basale insuline na het sporten een tijdje te verminderen.
Als u insuline spuit, kan het ook nodig zijn uw eenheden aan te passen. U kunt dan bij de maaltijd voorafgaand aan de inspanning wat minder spuiten. Na het sporten is het soms nodig om wat extra koolhydraten te eten zonder dat u daarvoor spuit. En soms is het slim om ook uw basale insuline die dag wat te verlagen als u na het sporten last heeft van nachtelijke hypo’s. Kant en klare adviezen zijn lastig te geven. Het bijhouden van een logboekje en regelmatig meten geeft inzicht. Uw behandelend arts, verpleegkundige of diëtist kan u persoonlijke adviezen geven.

Tabletten
Gebruikt u geen medicijnen voor uw diabetes of gebruikt u metformine?  Dan heeft u weinig kans op een hypo en hoeft u geen preventieve maatregelen te nemen. Bij het gebruik van sulfonylureumderivaten bestaat er wel een kans op een hypo. Extra inspanning kunt u het beste opvangen met extra koolhydraten. Zorg daarom dat u altijd eten en/of drinken met koolhydraten bij u heeft. Een boterham, granenbiscuit, fruit of ontbijtkoek bijvoorbeeld. Als u juist gaat sporten om af te vallen en u wilt liever niet extra eten, overleg dan met uw diabetesteam hoe u een hypo kunt voorkomen als u sulfonylureumderivaten gebruikt.

Koolhydraten in uw (sport)tas
Voor lichaamsbeweging van één uur of minder is het voldoende om alleen water te drinken. Wanneer de beweging langer duurt dan één uur is het vaak verstandig vocht met koolhydraten te nemen. Dat helpt een hypo te voorkomen en vult uw glycogeenvoorraad weer aan, zodat u het sporten langer vol kunt houden. Gewone vruchtensap is niet geschikt, omdat het maagklachten kan geven. De combinatie van vruchtensap met water in de verhouding 1:1 kan wel.


Inspanning, bloedglucose en koolhydraten
Duur en type inspanning
Glucosewaarden voor aanvang
Extra koolhydraten
Max. 30 min. lichte inspanning (b.v. wandelen, fietsen)Onder 5 mmol/l10-15 gram
Max. 30 min. lichte inspanning (b.v. wandelen, fietsen)Boven 5 mmol/lgeen
   
30 – 60 min. matige inspanning (b.v. hard fietsen, joggen, tennissen)Onder 5 mmol/l30-45 gram
30 – 60 min. matige inspanning (b.v. hard fietsen, joggen, tennissen)
Tussen 5 en 10 mmol/l15 gram
30 – 60 min. matige inspanning (b.v. hard fietsen, joggen, tennissen)
Tussen 10 en 16 mmol/lgeen
   
Minstens 60 min. matige inspanning (b.v. hard fietsen, joggen, tennissen)Onder 5 mmol/l45 gram per uur
Minstens 60 min. matige inspanning (b.v. hard fietsen, joggen, tennissen)
Tussen 5 en 10 mmol/l30-45 gram per uur
Minstens 60 min. matige inspanning (b.v. hard fietsen, joggen, tennissen)Tussen 10 en 16 mmol/l15 gram per uur
Bron: Richtlijnen NDF-werkgroep Sport en Bewegen

Mensen die insuline spuiten kunnen er ook voor kiezen minder eenheden insuline toe te dienen als ze gaan bewegen of sporten. Dan is deze tabel niet van toepassing.
facebook google plus



voeding.michaelpoot
Michael Poot: ‘Tijdens het sporten is transpiratie geen betrouwbaar signaal, omdat ik door het sporten sowieso al zweet’