logo bloedsuiker
    Uitgave 12 - 2009, jaargang 24
Sarah's sensor
Aan alle verzekeringsmaatschappijen en Ab Klink

Ik hoop dat alle verzekeringsmaatschappijen in Nederland en Ab Klink deze column lezen. Normaal ben ik redelijk “grappig”, maar deze keer niet. Dit is namelijk een column op leven en dood.

Sarah, een goede vriendin van mij, is zwanger en ze heeft diabetes. Door haar zwangerschapshormonen, is haar diabetes moeilijk te reguleren. Erg wisselende suikers zijn niet goed voor de baby. Bij een tekort aan glucose kun je de baby zien als een auto die zonder benzine naar zijn bestemming probeert te komen: dat gaat na een tijdje fout. Bij hoge suikers verandert de placenta na verloop van tijd van structuur en ook dit kan ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid van de vrucht. Vrouwen met diabetes hebben sowieso al vaker miskramen en doodgeboren kindjes. Sarah zit nu al maanden in een diabetesachtbaan. Haar eerste zwangerschap eindigde in een miskraam en nu is ze vreselijk bang ook dit kindje te verliezen.

Sarah’s arts zei dat een glucosesensor uitkomst zou bieden. Een sensor houdt haar bloedsuikers nauwlettend in de gaten en geeft een alarm af als deze onder de 4 mmol/l of boven de 10 mmol/l komen. Dit zou sowieso een uitkomst zijn voor mensen met diabetes, omdat het binnen de perken houden van bloedsuikers langetermijngevolgen (blindheid, nierfalen, hart- en vaatziekten, slechte voetzenuwen) erg zou beperken. Hoe korter je immers hoog zit, hoe beter het is. Enfin, Sarah neemt contact op met haar verzekeringsmaatschappij. Ze vraagt meteen kraamzorg aan, want dat moet ook gebeuren. Ze heeft er alle vertrouwen in dat haar verzekeringsmaatschappij het beste voor heeft met haar en haar kindje.

Na twee weken heeft ze nog niets gehoord. Ze belt. Na een dag kastje-muur zegt een medewerker dat er een brief onderweg is. Sarah is verheugd. Een dag later ontvangt ze de brief. ‘Beste Sarah, uw sensor wordt niet vergoed.’ Sarah kan het niet geloven. Ze belt de verzekering. Die zegt dat dit “de regels” zijn. Sarah vertelt huilend over het kindje dat ze eerder verloor en het feit dat ze deze kosten niet kan ophoesten. Een zender kost € 500,-, de sensoren € 50,- per week; voor haar hele zwangerschap zou dit neerkomen op € 1.750,-. ‘Regels zijn regels’, herhaalt de mevrouw. Door dit alles krijgt Sarah het gevoel dat het leven van haar kindje nog geen € 1.750,- waard is.

‘Regels zijn regels’, blijft de mevrouw herhalen. En als ze het daar niet mee eens is, kan ze een brief sturen. Zo één die in de versnipperaar terechtkomt, zegt Sarah verbitterd. Nadat ze heeft opgehangen huilt ze drie dagen lang. Ze belt nog een aantal malen met de verzekeraar, maar komt niet verder. Een paar dagen na deze enorme klap ontvangt Sarah een brief van haar verzekeringsmaatschappij over de aanvraag van kraamzorg. ‘Hartelijk gefeliciteerd Sarah, met je zwangerschap’, staat erin, ‘wij van jouw verzekeringsmaatschappij willen er alles aan doen om deze belangrijke tijd zo aangenaam mogelijk te maken, dus laten we je bij deze weten dat je recht hebt op goede verzorging als je kindje is geboren.’ Sarah huilt. Wat nou “er alles aan doen”. Ze stuurt een klein handgeschreven briefje terug. ‘Fijn dat jullie me willen helpen met mijn kraamzorg, nu maar hopen dat het kindje, ondanks jullie sensorafwijzing, ook daadwerkelijk levend geboren wordt.’
facebook google plus



maaike