logo bloedsuiker
    Uitgave 12 - 2009, jaargang 24
‘Een triatlon bestaat voor mij uit vier disciplines’
Johannes Hemelrijk noemt zichzelf een “diabeet” en “triatleet”. In die volgorde. Diabetes speelt een grote rol in zijn leven. Hij combineert zijn aandoening met gezin, werk en met sport. ‘Sport is een belangrijke bijzaak.’

Johannes is getrouwd met Nelie. Juni 2009 kwam zoon Danny erbij. Johannes verdient de kost als programmeur in Biddinghuizen: ‘Ik schrijf programma's voor machines in de metaalindustrie. Voor 99% zit ik achter de computer.' Johannes (1981) is net iets jonger dan de triatlon (1978). Sinds zijn 21ste heeft hij diabetes type 1. Hij zat niet lekker in zijn vel, had een te drukke baan en leefde ongezond door veel roken en drinken. Bij niemand rinkelde er een belletje toen hij snel en veel begon af te vallen. Ook bij Johannes niet. Totdat de huisarts een glucosewaarde mat van 27,8 mmol/l.

Herpakken en hardlopen
Van de diagnose "diabetes" schrok Johannes: ‘Toen ik het hoorde, schaamde ik me een beetje. Ik wist weinig over diabetes en een chronische aandoening paste totaal niet in mijn leven.' Het leren omgaan met diabetes was een drie jaar durend proces. De eerste jaren schoten zijn bloedglucosewaarden alle kanten op. Johannes was moeilijk instelbaar. ‘De ene keer was één eenheid insuline te veel, dan weer waren twee eenheden te weinig. Daar werd ik redelijk moedeloos van.' In 2005 probeerde Johannes weifelend een insulinepomp. Een hele overgang. Hoe zou het zijn met werk? In het zwembad? ‘s Zomers? Op verjaardagen? Toch probeerde hij de pomp. Johannes merkte dat hij er grote schommelingen in zijn bloedglucose mee kon opvangen. De pomp bleek een hele vooruitgang. ‘Ik hoef niet meer voor elke maaltijd te spuiten. Tijdens het trainen of sporten kan ik de basaalstand van de pomp eventueel verlagen. Ik ben daardoor veel flexibeler.' Johannes stopte bovendien met roken en drinken. Zijn ritme veranderde en er brak een compleet ander leven aan. ‘Ik heb mezelf na die periode van drie jaar herpakt door anders te gaan leven en intensief te gaan hardlopen. Mijn eerste doel was de vijf kilometer lopen in 25 minuten.'

Jeugdliefde
Al gauw stelde Johannes zich steeds meer doelen. Hij trainde voor de regionale Windmolenloop in Urk van 8,5 kilometer. Na deze loop trainde hij voor de tien kilometer en later voor de vijftien. En wat, als hij de marathon van Rotterdam (42 kilometer) zou lopen? Dat lukte hem in 2007 in 3 uur en 43 minuten, waarmee hij een mooie sportprestatie had geleverd. Ook zijn vrouw Nelie leverde indirect een sportprestatie. ‘Ze steunt me honderd procent. Nelie heeft er begrip voor als ik veel moet trainen en dus van huis ben', aldus Johannes die ondanks de mooie resultaten nog niet tevreden was. Want een marathon is "maar" een marathon en bestaat alleen uit lopen. Johannes wilde meer. Toen zag hij op tv een triatlon, zijn jeugdliefde sinds zijn dertiende. Vanaf dat moment begon de jonge atleet te trainen voor zijn allereerste langeafstandstriatlon: de UPC Holland Triatlon in Almere.

Online training
De UPC Holland Triatlon in Almere is precies dezelfde afstand als de triatlon van Hawaï (zie kadertekst). Johannes wilde daar beslist aan deelnemen en bereidde zich er een jaar lang op voor. Omdat hij op een serieuze en verantwoorde manier met de sport wilde omgaan, klopte hij aan bij Lars Karmelk, een geschoolde sportbegeleider en zelf triatleet. ‘Lars traint online', zegt Johannes. ‘Hij weet alles over voorbereiding en verbranding in de sport.' Lars schreef voor Johannes een uitgekiend sportschema in blokken van vier weken, soms van tweeëntwintig uur per week. Daarin stond per dag aangegeven welke sport hij, hoe lang moest trainen. Wekelijks hebben ze mailcontact en een paar keer per jaar zien ze elkaar live.

De triatlon in perspectief
Toen in 1978 enkele vrienden op Hawaï zich afvroegen welke sport het zwaarste zou zijn, ontstond het idee om drie uitverkozen onderdelen achter elkaar te beoefenen: 3,8 kilometer zwemmen, 180 kilometer fietsen en de marathon lopen. De triatlon was geboren. Inmiddels is de triatlon – Grieks voor ‘drie’ en ‘wedstrijd’ – voor iedereen toegankelijk geworden en zijn er verschillende afstanden.

Pomp op 85%
Alles wat tijdens de training mis ging of afwijkend was, kon hij met Lars bespreken. ‘Bepaalde dingen waren heel logisch. Bijvoorbeeld dat lopen méér energie verbrandt dan fietsen. Als ik aan het lopen ben, is mijn insulinebehoefte dus anders dan tijdens het fietsen. Hier pas ik mijn pompinstellingen op aan. Tijdens een looptraining zorg ik er altijd voor dat ik een glucosewaarde heb van 9 tot 10 mmol/l. Dan zet ik de basaalstand van mijn pomp op 30% of soms wel op 20%, afhankelijk van de intensiteit van de training. (zie kadertekst) Ik heb wel eens een marathon gelopen op 10% van mijn pompinstellingen en finishte dan met een glucosewaarde van 7,8 mmol/l. Tijdens een gemiddelde fietstraining staat mijn pomp op 85% en probeer ik te starten met dezelfde waardes als met het lopen. Zodra de intensiteit oploopt, zet ik de basaalstand van mijn pomp tijdelijk lager.’ Alleen tijdens het zwemmen draagt Johannes geen pomp. Dan bolust hij een halve of één eenheid insuline en zorgt hij dat hij een glucosewaarde heeft van 10 mmol/l bij aanvang. ‘Tijdens het fietsen en het lopen drink ik bovendien om het kwartier een combinatie van water en sportdrank.’

Bolussen en basaalstand
Mensen hebben 24 uur per dag een klein beetje insuline nodig. Dit wordt de basale insulinebehoefte genoemd. Daarnaast is er extra insuline nodig voor de verwerking van glucose uit een maaltijd of een tussendoortje. De basale insulinebehoefte is programmeerbaar bij een insulinepomp.  Daarnaast kan voor een maaltijd of tussendoortje extra insuline bijgeklikt worden. Dat wordt bolussen genoemd.

Hypo
Wel duizend keer heeft Johannes de route van de UPC Holland Triatlon in Almere in zijn hoofd herhaald. ‘Bepaalde dingen mogen nou eenmaal niet fout gaan. Ik heb ooit één hele zware hypo gehad. Dat wens ik niemand toe. Wat een afschuwelijk gevoel!’ Daarom heeft Johannes zowel tijdens een wedstrijd als tijdens een training alles bij de hand. Telefoon, sportdrank of sportgel en de bloedglucosemeter. ‘Tijdens de training heb ik altijd koolhydraten in vloeibare vorm bij me. Alles zit in de tubebox op mijn fiets. Als ik zo lang train, test ik elk uur mijn glucosewaarde.’

Elke dag leren
Ook in het dagelijkse leven controleert Johannes standaard minimaal acht keer per dag zijn waarden. Sport en diabetes zijn in zijn geval verweven met elkaar. ‘Als je minimaal vijftien uur per week traint en veel controleert, dan gaat dat vanzelf. Daarna noteer ik de waarden. Ik schrijf ook op welk weer het was die dag. Als het bijvoorbeeld heel warm is, kan dat van invloed zijn op mijn glucosewaarden. Ik probeer van elke dag te leren. Wat gaat goed, wat gaat fout? Dan besef ik weer dat een triatlon voor mij niet uit drie maar vier disciplines bestaat.’

Triatlon in Almere
De UPC Holland Triatlon start met zwemmen in het Gooimeer. Na het zwemonderdeel komt elke deelnemer in de havenkom het water uit. ‘Onder je wetsuit zit je wedstrijdpak om te fietsen’, legt Johannes uit. ‘In mijn wetsuit zit dan ook een sportgel. Tijdens de wedstrijdwissel ligt er op het wisselpunt een extra insulinepomp voor me klaar. Voor het geval de mijne ermee ophoudt. Bij iedere wissel test ik bovendien mijn glucose en reken ik uit hoeveel ik bij moet bolussen, mocht dit nodig zijn. Tijdens een triatlon ben ik constant bezig met hoe ik me voel en wat ik voel.’ Na 180 kilometer fietsen belandt Johannes weer in de bewoonde wereld. Dan hoeft hij alleen zijn schoenen te wisselen en loopt hij de marathon.

Ondersteuning
‘Diabetes kan hartstikke zwaar zijn. Zeker als je de aandoening nét hebt. Om te voorkomen dat mensen diabetes zien als hooikoorts – vervelend, maar niet bedreigend – én om ze in hun sport te ondersteunen, heb ik een website voor hun gemaakt: www.tri-abetes.nl .’

Zelf repareren
Over de triatlon in Almere deed Johannes 11 uur en 12 minuten, maar hij weet dat hij sneller kan. Johannes heeft een tijdsachterstand door zijn aandoening, maar dat ziet hij zelf anders: ‘Een triatlon is een hele pure sport. Als je op de fiets zit en je krijgt een lekke band, krijg je óók geen hulp. Je moet zelf je band repareren.’ Op dit moment bereidt Johannes zich voor op de Marathon van Amsterdam, in 2010 wil hij de Iron Man van Antwerpen doen. Zijn doel op de lange termijn is zich te kwalificeren voor het WK in Florida. ‘Sport is een belangrijke bijzaak.’
facebook google plus



NOVO01091107061
In het dagelijks leven controleert Johannes standaard minimaal acht keer per dag zijn glucosewaarden


johan hemelrijk 2
Johannes: ‘Toen ik hoorde dat ik diabetes had, schaamde ik me een beetje. Ik wist weinig over diabetes en een chronische aandoening paste totaal niet in mijn leven’


johan hemelrijk 3
‘Ik heb mezelf na drie jaar herpakt door anders te gaan leven en intensief te gaan hardlopen’


johan hemelrijk 5
‘Tijdens de wedstrijdwissel ligt er op het wisselpunt een extra insulinepomp voor me klaar. Voor het geval de mijne ermee ophoudt. Bij iedere wissel test ik bovendien mijn glucose’