logo bloedsuiker
    Uitgave 07 - 2009, jaargang 24
Hypofavoriet
Mijn bloedglucosemeter kijkt beschuldigend naar me:
1,7 mmol/l. Ik zit laag. Zo laag dat sommige mensen al tegen de vlakte zouden zijn gegaan. Maar ik niet, hoor. Ik ben namelijk op zoek naar mijn favoriete koekjes met appelsmaak.

Morrend gooi ik zakken chips, dozen "gewone" koekjes en zakken brood uit onze kast op de grond. Onze hond staat er zich aan te verlustigen, maar dat kan me niets schelen. Mijn vriend komt binnen en neemt de situatie even waar. ‘Jij zit zeker ontzettend laag?' Het is voor hem geen vreemd verschijnsel: als mijn bloedglucose gevaarlijke dieptepunten dreigt te bereiken, krijg ik last van tunnelvisie. Dit komt omdat er letterlijk geen energie meer is voor meerdere opties. Ik kan me dan nog maar op één ding concentreren.

Het probleem is dat dat ene ding bij een hypo meestal iets is wat ik het allerlekkerst vind om te eten. Zijn dat op dat moment (ik ben nogal wisselvallig) naar-kunstmatige-appel-smakende koekjes, so be it. ‘Eh... Maaike', probeert mijn vriend, ‘ik heb daarnet bij de koffie het laatste koekje opgegeten.' Mijn ogen schieten vuur. Hij bedoelt toch niet het aller-, aller-, allerlaatste koekje? Inclusief de pakken koekjes die ik had verstopt omdat hij altijd mijn koekjes opeet? Ja, ook die koekjes, verzekert hij me. Hij had ze gevonden en realiseerde zich niet dat de kast waar het hondenvoer in staat ook dienst deed als verstopplek.

Probleem nummer twee: als ik echt heel, heel laag zit, ben ik niet voor rede vatbaar. ‘Ben jij nou helemaal van de konijnen bescheten?', roep ik, en ik gooi een zak brood naar zijn hoofd. Hij probeert me te sussen met het feit dat koekjes met sesamsmaak ook heus heel lekker zijn, maar dan heeft hij de verkeerde voor zich. Koekjes met sesamsmaak zijn smerig, dat weet iedereen. Intens chagrijnig en bijna comateus laat ik me tussen alle etenswaren op de grond zakken. Mijn vriend stapt rustig tussen de zakken brood en chocoladerepen door en laat een glas vollopen met water. ‘Jij hebt duidelijk suikerwater nodig', zegt hij sussend. Ik geef me over. Na twee slokken suikerwater voel ik me al iets beter.

De denkbeeldige tunnel opent zich langzaam en ik word me bewust van de enorme troep die ik gecreëerd heb op de keukenvloer. De hond is intussen begonnen aan het verorberen van de broodjes. Mijn vriend laat zich op zijn knieën zakken en overhandigt me een sesamkoekje: ‘Toe nou lief, eet nou maar.' Vol walging zet ik mijn tanden in het koekje. Ik zit duidelijk nog niet boven de 2,0 mmol/l. Na de derde hap begin ik het zowaar lekker te vinden: ‘Die sesamkoekjes, die zijn echt te gek! Ik heb volgens mij een nieuwe hypofavoriet ontdekt!' Mijn vriend zucht. Twee weken geleden lustte ik namelijk ook nog geen appelkoekjes...

Maaike de Boer (30) is journaliste en columniste voor het tijdschrift Yes
facebook google plus



maaike