logo bloedsuiker
    Uitgave 07 - 2009, jaargang 24
Hypo handvaten
De klachten bij een hypo zijn voor iedereen anders: onder andere trillen, zweten, vermoeidheid, honger of een wisselend humeur kunnen optreden. Welke klachten u ook heeft, een hypo is vervelend. Het zou mooi zijn als u deze lage bloedglucosewaarden zoveel mogelijk kunt voorkomen. En als u toch een hypo heeft, is het prettig en belangrijk om zo snel mogelijk weer een normale glucosewaarde te krijgen.

De officiële naam voor een hypo is ‘hypoglykemie'. Een hypo is een lage bloedglucosewaarde en daarop reageert het lichaam met trillen, zweten, hoofdpijn, duizeligheid, een verminderde concentratie, moe, honger of een wisselend humeur. Een deel van de verschijnselen, met name trillen en zweten, wordt veroorzaakt door het stresshormoon adrenaline. Dit hormoon wordt bij een hypo door de bijnier uitgescheiden. Andere symptomen geven aan dat de hersenen niet meer optimaal functioneren. Hersenen hebben namelijk altijd glucose nodig om te kunnen werken. Wordt de bloedglucose laag dan zijn wazig zien, vermoeidheid, concentratiestoornissen, hoofdpijn, verwardheid en in ernstige gevallen zelfs coma het gevolg.

Suf reageren
Doordat de hersenen niet adequaat werken, kunnen mensen met deze klachten vaak niet de link leggen tussen een hypo en wat ze moeten doen om hun bloedglucosewaarde te laten stijgen. Het is dan prettig als mensen in de omgeving weten wat ze moeten doen. Bij een ernstige hypo kunt u verward en suf reageren en zelfs in een coma raken.

Onder de 3,5 - 4 mmol/l
We spreken van een hypo als de bloedglucose onder de
3,5 - 4 mmol/l is. Wanneer iemand last heeft van een hypo varieert per persoon. Sommigen hebben pas klachten bij een bloedglucose van 3,3 mmol/l anderen voelen zich duizelig en gaan trillen bij een bloedglucose van 4,0 mmol/l. Soms ontbreken zelfs de door adrenaline veroorzaakte waarschuwingssymptomen en treedt de bewustzijnsstoornis onverwacht op.

Wanneer
Bij insuline, sulfonylureumderivaten en meglitiniden (zie kader hieronder) bestaat de kans op het krijgen van hypo's. En hoe beter u ingesteld bent, hoe meer risico. Daarnaast zijn er andere factoren die tot een hypoglykemie kunnen leiden:

• gebruik van alcohol;
• extra lichamelijke beweging;
• te laat eten of te weinig koolhydraten eten zonder aanpassing van de medicatie;
• gebruik van te veel bloedglucoseverlagende medicijnen;
• gewichtsverlies.

Probeer altijd na te gaan wat de oorzaak was van de hypo. Zo kunt u nieuwe hypo's in de toekomst misschien voorkomen. Soms is het nodig uw medicijnen of voeding aan te passen. Laat het uw behandelend team dus weten als u vaak last heeft van hypo's.

Diabetesmedicatie met hypo's als bijverschijnsel

• Insuline; regelt de opname van glucose in de lichaamscellen.
• Sulfonylureumderivaten (SU-preparaten); stimuleren de insuline-afgifte in de alvleesklieer. Voorbeelden zijn tolbutamide, glibenclamide, Diamicron® (ook verkrijgbaar als gliclazide) en Amaryl® (ook verkrijgbaar als glimepiride).
• Meglitiniden; stimuleren de insuline-afgifte in de alvleesklier. Een voorbeeld is NovoNorm® (met als werkzame stof repaglinide).

Als een naam met een hoofdletter en ® erachter is geschreven betreft het een merknaam van het medicijn. Begint de naam met een kleine letter en staat er geen ® achter, dan is het de werkzame stof van het medicijn. In de praktijk worden merknamen en de namen van de werkzame stoffen door elkaar gebruikt.


Geen echte hypo
Heeft u wel eens het gevoel gehad een hypo te hebben terwijl uw bloedglucose toch ruim boven de 5 mmol/l lag? Dat kan. Zeker bij mensen die langere tijd hoge bloedglucosewaarden hebben gehad. Bijvoorbeeld door een slechte instelling of vóór het stellen van de diagnose diabetes. Hypoklachten bij een goede bloedglucose wordt ‘pseudo-hypoglykemie' genoemd. Voor uw lichaam lijkt het een hypo omdat het gewend was aan hogere waardes en die als normaal beschouwde, terwijl een normale glucose als te laag wordt ervaren. Ook een zeer snelle daling van de glucose kan zo'n gevoel teweeg brengen. Gun uw lichaam dan de tijd om weer te wennen aan goede bloedglucosewaarden. Hoe moeilijk ook, probeer geen extra glucose te nemen. Als u bij een pseudo-hypo wel extra glucose neemt, krijgt u weer te hoge waarden en went uw lichaam niet aan een normale bloedglucose. Het is dus belangrijk om uw bloedglucose te controleren om zeker te zijn dat u een hypo heeft. Bij een bloedglucose van 5 mmol/l kan er echt niks misgaan.

De oplossing
Om een hypoglykemie snel op te lossen is 15 tot 20 gram aan snel opneembare koolhydraten nodig. De voorkeur gaat uit naar glucose. Om uw bloedglucose met zo'n 3 mmol/l te laten stijgen is ongeveer 20 gram glucose nodig. Door uw bloedglucose te meten, weet u of deze richtlijn ook voor u opgaat.
 

20 gram glucose zit bijvoorbeeld in:
• 40 ml limonadesiroop (geen light), aangevuld met water;
• 200 ml gewone frisdrank;
• 7 glucose-, druivensuiker- of dextrosetabletten.

Door de extra glucose stijgt uw bloedglucosegehalte weer. Dit effect is echter van korte duur: in het algemeen maximaal twee uur. Als het nog langer dan twee uur duurt voor u een volgende maaltijd eet, kan het nodig zijn extra koolhydraten te gebruiken in de vorm van een koolhydraatrijk tussendoortje. Ook kunt u uw bloedglucose nog een keer meten om te zien of zo'n extra tussendoortje nodig is.

Neem niet meer dan nodig
Het is een goede gewoonte om niet meer koolhydraten te gebruiken dan u nodig heeft om uit de hypo te komen. Als u meer koolhydraten tot u neemt dan uw lichaam nodig heeft zal de glucosewaarde weer te hoog worden. Als u dit vaak doet kan uw gewicht hierdoor stijgen. En dat is jammer.

Praktisch stappenplan 
Deze stappen helpen u bij een hypo:
  1. Stop met datgene waarmee u bezig bent en controleer uw bloedglucose;
  2. Neem bij een hypo 15 - 20 gram koolhydraten, bij voorkeur in de vorm van limonadesiroop, dextrosetabletten/glucosetabletten/druivensuikertabletten of frisdrank (geen light);
  3. Controleer uw bloedglucose opnieuw na vijftien à twintig minuten. Als uw bloedglucose nog te laag is, heeft u meer glucose nodig;
  4. Neem een tussendoortje met koolhydraten als de volgende maaltijd langer dan twee uur op zich laat wachten;
  5. Ga na wat de oorzaak kan zijn geweest van de hypo;
  6. Neem contact op met uw arts of verpleegkundige als u vaker hypo's heeft, of als de hypobehandeling niet goed lukt.
facebook google plus



voeding.suiker
Doordat de hersenen niet adequaat werken, kunnen mensen met hypoklachten vaak niet de link leggen tussen een hypo en wat ze moeten doen om hun bloedglucosewaarde te laten stijgen