logo bloedsuiker
    Uitgave 06 - 2009, jaargang 24
'Naast alle aandoeningen is diabetes een kleinigheid'
Ouderdom komt met gebreken. Zo ook bij Maria Paauwe (95) en Wil van Drunen-Smits (80). Beide dames kampen met meerdere aandoeningen, waarvan diabetes er één is. Heeft de aandoening een grote impact op hun leven? Of nemen ze hun diabetes op de koop toe?

Maria Paauwe was een schipperskind. Ze werd geboren op een schip in Duitsland en was een paar maanden oud toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak en haar vader stierf. Haar moeder hertrouwde toen ze vijf was. Het gezin voer op de rivieren in Nederland, België en Duitsland. Van haar moeder kreeg Maria altijd een taak in rekenen of schrijven. In de middaguren moest ze handwerken of breien. ‘Ook ik trouwde met een schipper’, vertelt Maria. ‘Mijn man Henk is omgekomen tijdens de Tweede Wereldoorlog, nadat ons schip in beslag werd genomen door de Duitsers en hij tijdens een razzia is meegenomen.’ Maria stond letterlijk op straat met drie kinderen, de vierde op komst. Ze hertrouwde met Piet die als timmerman werkzaam was op de werf van de Holland-Amerikalijn. Met hem woonde ze eerst in Rotterdam, later verhuisden ze naar Sleeuwijk. ‘Piet is alweer 28 jaar geleden overleden’, zegt Maria. ‘In deze seniorenwoning woon ik 24 jaar. Hier wil ik uitgedragen worden. Ik hoop dat ik niet naar een verzorgingstehuis hoef.’

Beter laten zitten
Of haar wens uitkomt, hangt af van haar gezondheid. Maria is slecht ter been en ziet niet meer zo goed. Vorig jaar heeft ze een herseninfarct gehad en ze heeft een cyste in haar buik. Kwaadaardig of goedaardig is onduidelijk. ‘Omdat ik al zo oud ben, wordt er niets aan gedaan’, licht Maria toe. ‘Ik ben het daarmee eens, ook al heb ik er last van. Je kunt het beter laten zitten.’ Daarnaast heeft ze sinds twaalf jaar diabetes type 2. ‘Ik had een tijd ontzettende dorst. Dat vertelde ik aan de huisarts. Hij onderzocht mijn urine en toen bleek dat ik diabetes had. Als je zo oud bent als ik’, lacht ze, ‘raak je versleten.’

Zonder sausje
Maria weet wat diabetes inhoudt. Toen ze zwanger was van haar jongste dochter heeft ze zwangerschapsdiabetes gehad. Ze vertelt: ‘Het was net na de oorlog. Ik werd door de huisarts direct op een zwaar dieet gezet. Ik mocht geen greintje vet of koolhydraten innemen. Al het voedsel moest ik op basis van water bereiden. Ik at veel veldsla en rode kool, maar dat mocht niet met een sausje. Het was negen maanden afzien, maar na de geboorte van mijn dochter was het direct over.’ 

Zeven laatjes
Tegenwoordig slikt Maria elke dag twintig tabletten. Onder andere plastabletten, bloedverdunners, bloedglucoseverlagende tabletten en tabletten tegen hartritmestoornissen. Om al die verschillende tabletten en de tijd van inname te kunnen overzien, gebruikt Maria een kastje met zeven laatjes; een laatje voor iedere dag. Ieder laatje is opnieuw verdeeld in ochtend, middag en avond. Bijvullen doen de bejaardenverzorgers één keer per week. ‘Ik houd het zelf ook goed in de gaten’, zegt Maria. ’Er zijn ouderen die dat niet meer kunnen. Soms weten ze zelfs niet meer dát ze pillen moeten slikken, maar dat geldt niet voor mij’, lacht ze. ‘Ik heb ze nog allemaal op een rijtje.’

Een ongelukkige val
Toch heeft Maria hulp nodig. Iedere ochtend is er iemand die haar wast, aankleedt en haar ontbijt verzorgt. Daarnaast komt er twee keer per week een huishoudelijke hulp. De doktersassistente komt één keer per maand. Zij prikt bloed en meet de glucosewaarden van Maria. ‘Ik heb zelf niet zo´n apparaat. Mijn glucosewaarden zijn best goed. Van hypo´s heb ik nooit last gehad. Ik ben wel bang om te vallen, maar niet door een hypo.’ Vorige week nog maakte ze een ongelukkige val in de douchebak. Maria was bont en blauw, maar had geen enkele botbreuk. ‘En daar ben ik juist zo bang voor. Daarom loop ik altijd met mijn rollator, maar soms gaat het dus wel eens mis. Ik viel omdat ik een rare beweging had gemaakt.’

Slecht zien
Diabetes heeft in Maria’s leven geen groot aandeel. ‘Als je bedenkt wat ik allemaal mankeer, dan vind ik diabetes een kleinigheid’, zegt ze. Indirect heeft het wel invloed. Maria vindt het namelijk lastig dat ze niet meer zo goed ziet. Oogaandoeningen zijn dikwijls een complicatie van diabetes, als gevolg van de schade die de hoge glucosewaarden aanrichten aan zenuwen en bloedvaten.

Stokoud
Maria vindt het moeilijk dat veel mensen rondom haar wegvallen. ‘Hoe ouder je wordt, hoe minder kennissen, vrienden en familie er overblijven. Zelf had ik negen kinderen, drie ervan zijn op te jonge leeftijd gestorven. Mijn andere zes kinderen, veertien kleinkinderen en acht achterkleinkinderen komen geregeld, maar wonen ver weg. Nieuwe mensen leren kennen, gaat op mijn leeftijd wat lastiger’, zegt Maria. ‘Mensen van zeventig of tachtig vinden mij oud. Stokoud. Dat vond ik zelf ook toen ik zeventig was.’  

Stamppot met jus
Ook Wil van Drunen-Smits lijdt aan verschillende aandoeningen. Ze heeft hartklachten en COPD (chronische bronchitis en longemfyseem, een aandoening van de longen en luchtwegen). Als gevolg van haar diabetes heeft ze staar ontwikkeld. Ook Wil heeft een pillendoos, zodat ze haar pillen niet vergeet. ‘Dat is tot op heden nog niet gebeurd.’ Wil woont in Sleeuwijk, waar ze nog bijna iedere dag haar eigen stamppot met jus en een stukje vlees maakt. Ook boodschappen doet ze zelf met haar scootmobiel. Soms gaat ze met het veerpontje naar Werkendam voor schoenen.

Mooiste dag
Wil heeft acht kinderen en net als Maria veertien kleinkinderen en acht achterkleinkinderen. Een halfjaar geleden heeft Wil met al haar familieleden haar tachtigste verjaardag gevierd. Eén van de mooiste dagen uit haar leven: ‘Daar kijk ik met veel plezier op terug. Echt iedereen was er. We hebben lekker gegeten, er was muziek en een optreden van het artiestenduo Koos en Toos, waar we erg om hebben gelachen.’

Last van heimwee
Wil heeft een roerig leven achter de rug. ‘Ik heb de lagere school niet afgemaakt, omdat ik thuis niet gemist kon worden’, vertelt ze. ‘Mijn ouders hadden een kleine boerderij in Vijcie in Noord-Brabant,  waar ik met de koeien en de varkens hielp.’ Wil trouwde met Toon in 1950. Ze emigreerden twee keer naar Canada. De eerste keer woonden ze tweeëneenhalf jaar in Ontario. Toon hoopte er een goede baan te vinden, maar dat liep op niets uit: ‘En dus gingen we terug naar Nederland, waar we niets hadden, behalve een kleine woonark in de Biesbosch, zonder elektriciteit of stromend water.’ Na twee jaar probeerde het gezin het opnieuw in Ontario, maar toen had Wil ontzettende last van heimwee. ‘We woonden boven op een berg met een schitterend uitzicht. Ik had allemaal nieuwe spulletjes, maar kon ze niet aan mijn familie en vrienden laten zien. Pas toen Toon en ik in het oude schoolhuis van Sleeuwijk terecht konden, hadden we een vaste, grote woonplek. Vierentwintig jaar lang.’

Diagnose: diabetes
De tweede keer dat het gezin op het punt stond terug te keren naar Nederland werd er bij Wil bloed afgenomen. ‘Ik herinner me de reden niet meer, maar wel dat er diabetes type 2 werd ontdekt.’ In Nederland bevestigde de arts de diagnose. Vanaf dat moment werd Wil op bloedglucose-verlagende tabletten gezet, die ze driemaal daags moest innemen. Na een paar jaar voldeden de tabletten niet meer, omdat haar waarden weer opliepen. Naast de tabletten moest ze vanaf dat moment ook vier keer per dag insuline gaan injecteren.

Vaker moe
Wil stond veertig jaar geleden niet zo bij diabetes stil. Ze wist wel van de consequenties op latere leeftijd, zoals problemen met de ogen of schade aan de zenuwen (neuropathie). Het enige dat ze zich echt herinnert, is haar vermoeidheid. ‘Pas als je ouder wordt, merk je veel meer dat je diabetes hebt. Ik heb nooit zo’n last van overmatige dorst gehad of dat ik vaak naar het toilet moest. Ik was wel vaak moe. Ook mijn benen wilden niet meer. Ze zijn gevoelloos geworden.’ Wil had open plekken op haar benen die niet wilden genezen; waarschijnlijk veroorzaakt door diabetes. Jarenlang consulteerde ze een dermatoloog, maar de behandelingen met crèmes hielpen niet. Totdat ze in 1998 een krantenadvertentie zag. ‘Ik kon meedoen aan een medisch experiment om de open plekken te laten opereren. Mijn dermatoloog zorgde ervoor dat ik mee kon doen. De operatie heeft gewerkt; ik heb er nooit meer last van gehad, maar lopen is altijd moeilijk gebleven.’  

Controleren
Het toedienen van insuline en het meten van de glucosewaarden doet Wil nog zelf. Eén keer per maand belt ze haar waarden door naar de diabetespoli. Als de waarden te hoog zijn, wordt haar insuline verhoogd, maar dat gebeurt niet vaak. Daarnaast moet ze eens in de drie maanden op controle voor haar voeten, benen en spuitplekken. Een hypo heeft Wil wel eens, maar ze voelt een te lage waarde altijd aankomen: ‘Laatst nog, toen de hulp bij me was. Ik wilde helpen met uitpakken van de boodschappen, maar toen begon ik te transpireren en te beven. Dan weet ik dat ik even moet gaan zitten en een Dextro of een suikerklontje moet nemen. Ik ben gelukkig nog nooit gevallen of buiten westen geweest, maar daar maak ik me ook niet druk om. Ik vind het veel vervelender dat ik door mijn slechtziendheid niet meer kan breien. Of dat ik snel buiten adem ben.’
facebook google plus



persoonlijk maria pauwe
'Maria Paauwe: ‘Mensen van zeventig of tachtig vinden mij oud. Stokoud. Dat vond ik zelf ook toen ik zeventig was’


persoonlijk wil van drunen
‘Pas als je ouder wordt, merk je veel meer dat je diabetes hebt’, aldus Wil van Drunen-Smits