logo bloedsuiker
    Uitgave 05 - 2008, jaargang 23
Een grote koffer vol
Ik ga op vakantie en ik neem mee... Een enorm grote koffer vol met medicijnen. Natuurlijk is vakantie geweldig, maar ik voel me van tevoren altijd wat sneu. Zomaar spontaan van alles in mijn bagage gooien? Nee, zelfs vlak voor ik de Route du Soleil kies, moet ik diep nadenken. Ik mag niets vergeten voor mijn diabetes.

Al weken voor de vertrekdatum loop ik mijn "lijstje" na. Insuline, insulinepompbenodigdheden, teststrips en een extra insulinepen. Dubbele hoeveelheden voor de zekerheid. En niet te vergeten suikerrijke etenswaren voor eventuele hypo's. Het pakken neemt welhaast uren in beslag, en niet te vergeten: een groot deel van mijn koffer.

Beteuterd staar ik naar de enorme berg troep (oké, medicijnen) die ik straks in mijn handbagage zal moeten proppen. ‘Dat gaat toch nooit passen?', pruil ik tegen Vriend. Hij hoort dit soort gezeur gelukkig al dik vier jaar aan en hij kan het dus relativeren: ‘Lieverd, dat komt toch niet als een plotselinge verrassing? Dit doe je al jaren.' Ja, maar dat maakt het niet minder vervelend. Maar hij heeft gelijk: elk jaar spelen we hetzelfde scenario. En toch is het voor mij iedere keer weer een teleurstelling dat ik nog stééds zo veel dingen moet meeslepen, als ik juist eens aan alles wil ontsnáppen.

Het hele idee van vakantie is dat je de boel even de boel kunt laten. En bij mij is het aanbreken van de "inpakdag" altijd weer het moment dat ik me plots realiseer dat ik nooit vakantie héb van diabetes. Mokkend kijk ik naar Vriend. Ik moet nu even meelijwekkend zijn. Dit ís toch ook erg? Vol pathos kijk ik hem met betraande ogen van zelfmedelijden aan: ‘Nu gaat mijn fantastische nieuw aangeschafte zomergarderobe, met al die geweldige zomerjurkjes, pumps, bloesjes en lieflijk gebloemde vestjes er helemaal niet in passen. En ze waren allemaal zo dúúr!' Ik voeg er een ingehouden snik aan toe om nog wat extra dramatisch effect te sorteren. Vriend knikt meelevend. Ah, medeleven. Ik voel dat ik hier iets uit kan slepen. ‘Dan heb ik dus bijna helemaal geen mooie meisjeskleren mee, want ja, het past allemaal niet in de auto, op deze manier.'

Vriend is een man van oplossingen, dus hij denkt met me mee. Wat nu als je wat minder boeken meeneemt, of een beetje inbindt op geurtjes en make-upjes? Ja dankjedekoekoek. Zonder boeken kom ik om van verveling, en wil hij dat ik stink als een kudde schurftige hangbuikzwijnen (geen geurtjes) en eruitzie als Ma Flodder op een slechte dag (zonder make-up)? Nee, dat wil hij vast niet. Dus inderdaad: de kléren moeten worden gehalveerd. Dan zie ik er elke dag hetzelfde uit, dat kan natuurlijk niet; ik ben en blijf wel een vróuw.

Vriend probeert nog wat oplossingen, maar elk idee verwerp ik met interessant gevonden drogredenaties. ‘Er zit nog maar één ding op,' concludeer ik, ‘als we op ons vakantieadres zijn, moet ik nieuwe kleren kopen.' Ik laat een stilte vallen en vervolg: ‘Maar ja, ik ben blut. Dus kunnen we eigenlijk niet weg. Want ik ga niet bloot lopen.' Vriend heeft me door. ‘Ja, Maaike. Ik koop wel wat jurkjes voor je. Nu tevreden?' Woehoe, ik krijg nog meer nieuwe kleren, lang leve mijn diabetes!
facebook google plus



maaike