logo bloedsuiker
    Uitgave 04 - 2008, jaargang 23
Het verschil tussen een zinvolle en zinloze glucosemeting
‘Bij elk insulineregime hoort een apart schema voor het meten van de bloedglucosewaarden. In mijn ogen moet je alleen meten als je hier consequenties aan kunt verbinden’, aldus Frits Holleman, endocrinoloog in het AMC Amsterdam en hoofdredacteur van Bloedsuiker.

'Ik zie mensen op het spreekuur met pijnlijke vingers van het prikken. Als ze me dan hun waarden laten zien, kan ik hier soms toch geen conclusies uit trekken. Dat is jammer. Deze mensen doen erg hun best maar zadelen zichzelf op met veel, soms negatieve, informatie waar ze niets mee kunnen. Een meting moet een reden hebben. Zo maar prikken op een willekeurig moment is zinloos', meent Holleman. ‘Er zijn natuurlijk wel uitzonderingen: als iemand klachten heeft van een hypoglykemie dan is een controle natuurlijk altijd nuttig, maar een bloedglucosemeting is een momentopname. Wil je echt iets kunnen doen met de waarden die je meet, dan moet je op zoek gaan naar patronen. Deze ontdek je alleen als je aan de hand van een vast schema gaat controleren.' Holleman heeft voor de verschillende insulineregimes een controleschema ontwikkeld waarin hij zijn visie op zelfcontrole heeft verwerkt. Elke dokter heeft echter zo zijn eigen manier om het doel, een beter HbA1c, te bereiken. Elders zullen dus mogelijk andere adviezen gegeven worden.

Denkt u dat het zelf aanpassen van de insulinedosering iets voor u is, overleg dit dan altijd met uw behandelend arts. Hij of zij kan de begeleiding dan hierop afstemmen.

Eenmaal daags langwerkende insuline
Bij het instellen op insuline nemen artsen de nuchtere glucosewaarde en het HbA1c* als uitgangspunt. Vallen deze binnen de NHG-streefwaarden en heeft de patiënt geen last van hypo's, dan is het insulineregime goed. Mensen die eenmaal daags langwerkende insuline spuiten naast hun tabletten, kunnen controleren of de dosis goed is door hun nuchtere waarde te prikken. Holleman: ‘Voor deze mensen is één controle per dag voldoende. Is hun glucosewaarde 's ochtends lager dan 6 mmol/l dan weten ze dat ze het juiste aantal eenheden insuline spuiten voor het slapengaan. Zitten ze 's ochtends te hoog, dan kunnen ze de insulinedosis om de twee dagen ophogen met twee eenheden, net zolang totdat ze onder de 6 zitten.'

De streefwaarden volgens de NHG
(Nederlandse Huisartsen Genootschap)
HbA1c <7%
Nuchtere waarde 4 - 7 mmol/l (bij voorkeur < 6 mmol/l)
2 uur na de maaltijd < 9 mmol/l

Zinloze meting
‘Als je eenmaal daags langwerkende insuline spuit, is het niet zo zinvol om de waarden rondom de maaltijden te controleren', vervolgt Holleman: ‘Stel, je nuchtere glucosewaarde is goed en je meet na de lunch een waarde van 12 mmol/l. Deze kun je niet beïnvloeden door meer langwerkende insuline te gaan spuiten. Zou je dit doen dan loop je het risico ‘s nachts een hypo (te lage glucosewaarde) te krijgen. Bij mensen waarbij het HbA1c en de nuchtere waarden goed zijn, is een hoge waarde na de lunch meestal een incident. Deze extra metingen creëren dan alleen maar onrust. Het wordt pas zinvol om rond de maaltijden te gaan controleren als het HbA1c te hoog wordt en mensen bereid zijn om vaker per dag insuline te gaan spuiten.'

Tweemaal daags insulinemix
Bij mensen die tweemaal daags een insulinemix spuiten, vangt de ochtenddosis het ontbijt en de basale insulinebehoefte overdag op en de avonddosis vangt het avondeten op en de basale behoefte 's nachts. Holleman: ‘Om te bepalen of je 's ochtends het juiste aantal eenheden hebt gespoten, meet je 's avonds voor het avondeten. Als de waarde te hoog is kun je het aantal eenheden insuline ophogen totdat de waarde voor het avondeten goed is, oftewel lager dan 6 à 7 mmol/l. Bij de avonddosis doe je hetzelfde, deze hoog je op totdat de nuchtere waarde lager dan 6 mmol/l is. Om hypo's te vermijden is het belangrijk om het ophogen van de insuline in kleine stapjes te doen. Dit kan door om de dag de dosis te verhogen met 2 tot 4 eenheden insuline.'

Lang- en kortwerkende insuline

Een mens heeft gedurende de hele dag behoefte aan een klein beetje insuline. Dit wordt de basale insulinebehoefte genoemd. Een insuline-injectie met langwerkende insuline voldoet in deze basale behoefte. Daarnaast heeft iemand insuline nodig om de koolhydraten uit een maaltijd op te vangen. Hiervoor gebruikt iemand met diabetes kortwerkende insuline. In een insulinemix zit zowel kort- als langwerkende insuline.

Twee keer controleren
‘Meten rondom de lunch is bij een tweemaal daags insulineregime niet heel erg zinvol', vervolgt Holleman. ‘Want mocht blijken dat die waarde te hoog is, dan kun je de ochtenddosis niet ophogen, want dan krijg je waarschijnlijk een hypo na het ontbijt. Het is pas zinvol om de waarde na de lunch te meten, als je bereid bent om ook voor de lunch te gaan spuiten. Maar zolang je nuchter en voor het avondeten goed zit en het HbA1c is lager dan 7, dan is twee keer per dag controleren voldoende.'

Viermaal daags
Voor mensen die viermaal daags insuline spuiten, bestaat een volledige dagcurve uit zeven metingen. Om de dosis langwerkende insuline te toetsen, meet je nuchter en voor het slapengaan. Nuchter moet deze lager dan 6 zijn en voor het slapengaan ongeveer 7 à 8 mmol/l.
De drie injecties kortwerkende insuline, controleer je door voor en na de maaltijden te prikken. Meet je voor en na de maaltijd waarden die niet meer dan 1 à 2 mmol/l oplopen, dan weet je dat de insuline de maaltijd goed heeft opgevangen.

Meten in setjes
Holleman: ‘In de praktijk zie ik veel mensen die bij een viermaal daags schema vier keer per dag controleren. Soms een aantal dagen voor de maaltijd en dan weer een aantal dagen na de maaltijd. Dat is jammer, want als je na de lunch hoog zit, is het interessant om te weten hoe je voor de lunch zat. Want pas dan weet je of je hoog zat door de lunch of dat het probleem al is ontstaan omdat de ochtendinjectie niet toereikend was. Het is belangrijk om die samenhang te ontdekken door in setjes te meten, voor en na de maaltijd.'

Stapsgewijs
Zeven keer per dag controleren is voor veel mensen die werken of studeren moeilijk te realiseren. Holleman: ‘Ik adviseer mensen altijd om nuchter en voor het slapengaan te prikken, en daarnaast te kiezen voor één maaltijd. Bijvoorbeeld, voor en na de lunch. Dit doe je dan drie of vier dagen. Zonodig pas je de insulinedosis aan. Heb je één maaltijd onder de knie, dan kun je overstappen naar de volgende maaltijd. Op deze manier pak je het stapsgewijs aan.' Mensen met een insulinepomp kunnen ook een 7-puntscurve aanhouden.

Alleen tabletten
Over de zin of onzin van het maken van dagcurves door mensen die alleen tabletten gebruiken voor hun diabetes, is veel debat. ‘Als deze mensen bij de huisarts een goed HbA1c en een goede nuchtere waarde hebben, dan zie ik geen reden om dagcurves te maken. Het wordt anders als mensen willen afvallen. Dan kunnen ze aan de hand van een dagcurve bekijken op welk moment van de dag ze de grootste glucosesprong maken en besluiten op dat moment dan minder te gaan eten. Maar in de praktijk blijkt dit vaak lastig. Voor mensen die binnen afzienbare tijd willen overstappen op insuline, is het wel zinvol om dagcurves te maken.'

Andere factoren
Tabletten en/of insuline zijn bepalend voor de diabetesinstelling. Daarnaast spelen voeding, beweging, ziekte en stress een rol bij het verloop van de glucosewaarden. Holleman: ‘De meeste mensen eten vrij regelmatig. Van mij hoeven ze niet exact de koolhydraten te noteren. Het is wel handig om uitzonderingen op te schrijven, bijvoorbeeld: taart gegeten of uit eten geweest. Informatie over sport, ziekte of koorts is ook zinvolle informatie bij een dagcurve.'

Diabetesdagboekje
Om al deze informatie op een overzichtelijke wijze te noteren bestaan er diabetesdagboekjes. Tegenwoordig kunnen de gegevens uit veel bloedglucosemeters bovendien worden uitgelezen op de computer. Holleman: ‘Een digitaal dagboekje heeft wel wat voordelen. Je kunt er snel gemiddelden mee uitrekenen en zien of iemand vaak hypo's of hypers heeft. Door de overzichtelijke weergave krijg je sneller overzicht en kun je beter de vinger op de zere plek leggen.'


200804digidagboek350.jpg
Bij veel bloedglucosemeters is software verkrijgbaar waarmee de glucosewaarden uitgelezen kunnen worden op de computer.
Dit is een rapport uit een digitaal diabetesdagboekje, gemaakt met behulp van OneTouch® Software behorend bij de OneTouch® bloedglucosemeters. Afwijkende glucosewaarden worden in verschillende kleuren weergegeven. Ook berekent de software automatisch gemiddelde waarden en is er ruimte om opmerkingen toe te voegen. U kunt de software gratis downloaden op www.lifescan.nl .


* HbA1c is een meting in het bloed die zicht geeft op de gemiddelde bloedglucosewaarde van de afgelopen zes weken.
facebook google plus



zelfcontroleoudereheer
'Wil je echt iets kunnen doen met de waarden die je meet, dan moet je op zoek gaan naar patronen. Deze ontdek je alleen als je aan de hand van een vast schema gaat controleren'