logo bloedsuiker
    Uitgave 02 - 2008, jaargang 23
Het allerlaatste teststripje
Mensen met diabetes moeten kunnen boekhouden. Dat is mijn conclusie. Als mijn teststrips op zijn of ik nieuwe insuline nodig heb, moet ik dit tijdig bestellen. Laat boekhouden nu net mijn allerzwakste kant zijn.

Hoe vaak ik al niet beteuterd naar mijn laatste teststripje heb zitten staren... Tegenwoordig staat maandelijks in mijn agenda het agendapunt: check "de kast". Ik heb namelijk een diabeteskast met daarin netjes opgestapeld al mijn diabetesspullen. Fijn hoor, zo'n agendapunt. Jammer alleen dat ik mijn agenda altijd op mijn werk laat liggen en het dus vergeet...

Tering naar de nering
Dit weekend is het dus weer eens zover. Ik keek gisteren even naar mijn pomp en ja hoor, de insuline is bijna op. Het gevolg: ik zit over vierentwintig uur zonder. Raak ik in paniek tijdens dit soort toestanden? Nee. Ik zet "de tering naar de nering", zoals ze zo mooi zeggen. Ik zal wel moeten, want probeer maar eens op een zondagochtend insuline te regelen. Dat betekent dus even een dagje weinig koolhydraten eten tot ik weer nieuwe insuline heb. Of, in het geval van een tekort aan teststrips, weinig testen tot mijn strips zijn bijgevuld. Het is tenslotte mijn eigen stomme rotschuld.

Oude troep
Een andere optie is mijn oude troep doorzoeken, handtassen enzo. Altijd vind ik nog wel ergens een oude spuitpen met een restje insuline of wat los rondslingerende teststrips. Vriend weet altijd wanneer het weer raak is: dan loop ik al mompelend en scheldend door het huis en wurm ik door oude plastictassen, keukenkastjes en spit ik al mijn veertien handtassen door.

Open-deur vragen
'Waarom regel jij je zaakjes dan ook niet beter?', steunt Vriend, die deze situatie inmiddels zo vaak voorbij heeft zien komen. Kijk, dat moet je nu juist niet tegen mij zeggen op zo'n moment. Ik sta onder hoogspanning en dan moet je mij niet gaan lastigvallen met retorische open-deur-vragen. Natuurlijk weet ik dat het niet verantwoord is, natuurlijk weet ik dat ik juist dit soort dingen op orde moet hebben. Maar daar heb ik nu niets aan.

Jennen
Gelukkig staat Vriend ook niet bekend om zijn geordendheid. Wij zijn allebei nogal van de chaotische. En dus pak ik hem terug op momenten dat hij zelf even zijn dingen niet goed voor elkaar heeft. Moet hij het maar niet bij mij doen. Op het moment dat hij iets kwijt is, ga ik hem enorm lopen jennen. Ik loop dan achter hem aan en kreun: 'Waar kan dat ding nou zijn?' Heel irritant. Zelf vind ik het heerlijk. Lekker even het vuurtje aanwakkeren.

De schat
Zoals vanochtend: Vriend is een cd kwijt. Een belangrijke, die hij nodig heeft voor zijn werk. Koren op mijn molen natuurlijk. 'Waar is die cd nou?', vraagt Vriend in paniek. 'Goh, wat heb jij dat soort dingen altijd slecht voor elkaar', zucht ik cynisch. De ogen van Vriend schieten vuur. Ik blijf achter hem aansloffen. Uiteindelijk vindt hij de cd op een totaal onlogische plek (het keukenkastje). Jammer, want nu heb ik niets meer om hem mee te pesten. Nog vervelender is dat ik nu naast mijn insuline eh… ook door mijn teststrips heen ben. Als Vriend me in de kastjes ziet rommelen, zwijgt hij. Ik weet wat hij denkt, hij weet dat ik weet wat hij denkt. 'Ik zou er maar niets van zeggen, als ik jou was', sneer ik. Dat doet ie niet. De schat.
facebook google plus



maaike de boer