logo bloedsuiker
    Uitgave 04 - 2007, jaargang 22
Voorkom een glucosepiek na de maaltijd

Hoge bloedglucosewaarden zijn verantwoordelijk voor het ontstaan van diabetescomplicaties. Daarom geeft de Internationale Diabetes Federatie (IDF) tegenwoordig het advies om de glucosewaarden twee uur na de maaltijd beneden de 7,8 mmol/l te houden. Hoe krijgt u dat voor elkaar?


Controleer uw glucosewaarde twee uur na de maaltijd De behandeling van diabetes is erop gericht om hoge bloedglucosewaarden zo veel mogelijk te voorkomen. Om te kijken of uw glucosewaarden gemiddeld binnen de perken blijven, controleert uw behandelend arts regelmatig uw HbA1c* en/of uw nuchtere glucose­waarde. Als deze binnen de streefwaarden blijven (zie kadertekst) dan gaat het goed met uw diabetes. Tijdens het congres van de EASD (European Association for the Study of Diabetes) in september jl. lanceerde de IDF tijdens een persconferentie een derde ijkpunt om te kijken hoe het gesteld is met de instelling van iemand: de glucosewaarde na de maaltijd. Volgens de IDF moet deze waarde twee uur na de maaltijd lager dan 7,8 mmol/l zijn.


Onderzoek
Een van de sprekers tijdens de persconferentie was professor Antonio Ceriello. Hij is als specialist in diabetes en stofwisselingsziekten verbonden aan de universiteit van Warwick in Engeland en deed de afgelopen jaren onderzoek naar de bloedglucosewaarden na de maaltijd. Hij onderzocht onder meer of deze waarden, ook wel postprandiale glucosewaarden genoemd, goed te behandelen zijn. Vervolgens bekeek hij met welke therapieen je deze waarden dan het best kunt behandelen. Hieruit zijn de nieuwe IDF-richtlijnen voortgekomen.


Voeding
Ceriello ging in op drie manieren waarmee iemand de glucosewaarden na de maaltijd onder controle kan krijgen: voeding, medicatie en zelfcontrole. Wat betreft de voeding adviseert de professor mensen met diabetes vaker te kiezen voor producten met een lage glykemische index.'Hiermee kunnen mensen hoge pieken na de maaltijd voorkomen. Ook kunnen ze vaker op de dag kleinere maaltijden nemen, in plaats van drie keer per dag een grote maaltijd.' Meer informatie hierover leest u op de homepage: kies producten met een lage glykemische index.


Medicatie
'Een andere manier om de glucosewaarden na de maaltijd naar beneden te krijgen is met medicatie', vervolgt Ceriello. 'Door meer insuline te spuiten voor het eten, zal de glucosewaarde na het eten minder oplopen. Mensen die alleen tabletten gebruiken voor hun diabetes, kunnen in overleg met hun arts de medicatie aanpassen als blijkt dat hun waarden na de maaltijd te hoog zijn.'


Zelfcontrole
Zelfcontrole is de beste manier om te controleren of de glucosewaarden te hoog zijn na de maaltijd. Deze mogen twee uur na het eten niet hoger zijn dan 7,8 mmol/l. 'Veel mensen zijn het niet gewend om twee uur na de maaltijd hun glucosewaarde te testen', zegt Ceriello. 'Hiervoor is een verandering in denken en handelen nodig. Maar mensen die erin slagen hun postprandiale waarde onder de 7,8 mmol/l te houden, zien hun HbA1c met 1% dalen.' Ceriello durft te stellen dat 70% van het HbA1c wordt bepaald door de postprandiale waarden. Mensen die het te belastend vinden om na iedere maaltijd hun glucosewaarde te controleren kunnen dit bijvoorbeeld af en toe doen. Dat geeft ook al meer inzicht. Ook kunnen mensen het maaltijd voor maaltijd aanpakken. Bijvoorbeeld eerst een tijd alleen twee uur na het ontbijt controleren. Heeft iemand dit onder controle dan kan de persoon zich gaan richten op de middagmaaltijd.


Vergoeding
Dit is een leuk advies maar mensen met diabetes type 2 die geen insuline gebruiken, komen in Nederland in het algemeen niet in aanmerking voor een vergoeding van de teststrips die nodig zijn voor de zelfcontrole. Mochten zij toch hun glucosewaarden na de maaltijd willen gaan controleren, dan kunnen zij dit het beste overleggen met hun behandelend arts. Deze kan bekijken of dit in hun situatie nodig en zinvol is. De Diabetesvereniging Nederland (DVN) heeft voor haar leden in samenwerking met enkele zorgverzekeraars collectieve contracten opgesteld voor de vergoeding van zelfcontrolemiddelen. Informeer hiervoor bij de DVN: www.dvn.nl of (033) 463 05 66.


Glucosemeters
Er zijn bloedglucosemeters verkrijgbaar, zoals de OneTouch Ultra 2 en de OneTouch UltraSmart waarin de gemeten glucosewaarden voor en na de maaltijd apart kunnen worden opgeslagen. Vervolgens kan iemand dan in de meter een gemiddelde glucosewaarde na de maaltijd opvragen van gedurende zeven, veertien en/of dertig dagen. Met deze mogelijkheid kan iemand eenvoudig controleren of de glucosewaarden na de maaltijd al zijn gezakt. Voor meer informatie zie www.lifescan.nl


Schouderklopje
De hiervoor genoemde streefwaarden gaan uit van een ideale situatie. Niet iedereen met diabetes is in staat deze waarden te halen. Ook al wordt de streefwaarde niet gehaald, iedere daling van het HbA1c, nuchtere glucosewaarde en/of waarde na de maaltijd, betekent een vooruitgang in de diabetesbehandeling. Iedereen die erin slaagt zijn waarden omlaag te krijgen, mag zichzelf een schouderklopje geven. Want iedere daling betekent winst.


Streefwaarden  IDF NHG
HbA1c   < 6,5%  < 7%
Nuchtere bloedglucosewaarde  < 5,5 mmol/l 4 tot 6 mmol/l
Bloedglucosewaarde 2 uur na de maaltijd <7,8 mmol/l < 9 mmol/l

De streefwaarden van de IDF (Internationale Diabetes Federatie) en het NHG (Nederlandse Huisartsen Genootschap). De internationale streefwaarden zijn strenger dan de Nederlandse.




* Het HbA1c is een meting in het bloed die zicht geeft op de gemiddelde bloedglucosewaarden van de afgelopen twee tot drie maanden



facebook google plus