logo bloedsuiker
    Uitgave 02 - 2007, jaargang 22
'Dokter, ik heb mijn medicijnen niet genomen'

Veel mensen vinden het moeilijk om de adviezen van hun arts nauwgezet op te volgen. Omdat ze zich hiervoor schamen, zeggen ze dit niet tegen hun arts. Toch luidt het advies: bespreek het met uw behandelaar want alleen dan kan er worden gezocht naar een therapie die wel bij u past.


Therapieontrouw komt veel voor Therapieontrouw komt veel voor. Iedereen weet het, maar niemand bespreekt het. Richard Koopmans, hoogleraar algemene interne geneeskunde in het Academisch Ziekenhuis Maastricht, geeft een voorbeeld: 'Een collega vertelde me eens dat hij een aantal mensen in zijn praktijk had met een onbehandelbare hoge bloeddruk. Hij had van alles geprobeerd, maar niets mocht baten. Ik wees hem erop dat deze mensen wellicht hun medicatie niet goed innamen. Dit leek hem onwaarschijnlijk. Vervolgens hebben we bij deze mensen de concentraties van bloeddrukverlagende medicijnen laten bepalen in het bloed en bij een groot aantal van hen bleek deze concentratie nul te zijn.' Het is bekend dat therapieontrouw voorkomt bij alle ziektes en bij alle lagen van de bevolking maar dat artsen en patiënten het moeilijk vinden om erover te praten. Volgens Koopmans zou de medische zorg met sprongen vooruit gaan als iedereen zijn medicatie zou nemen zoals voorgeschreven. Hij zegt: 'Het is één van de grootste problemen in de medische zorg. Daarom betreur ik het dat artsen en patiënten dit niet vaker bespreken tijdens een consult. Overigens zonder de illusie te hebben dat je het probleem helemaal kan oplossen. Therapieontrouw is inherent aan menselijk gedrag. Iedereen wil graag gezond oud worden. Toch eten we met zijn allen te veel, rookt dertig procent van de Nederlanders en rijden er nog steeds mensen zonder autogordels om. Eigenlijk willen we het niet, maar toch doen we het. Dit is heel menselijk. Niemand hoeft zich hiervoor te schamen. Maar bespreek het met uw arts, dat brengt de oplossing dichterbij.'


Onderschat
Zoals geschreven komt therapieontrouw voor bij alle ziektes, dus ook bij diabetes. Een goede behandeling van diabetes gaat verder dan het nauwgezet nemen van medicatie en stelt daarom extra hoge eisen aan de therapietrouw van mensen. Heike Mesch, gezondheidspsycholoog bij het Centrum voor Revalidatie in Groningen zegt hierover: 'Het hebben van diabetes wordt vaak onderschat, met name de consequenties ervan voor het dagelijks leven. De mensen horen dat ze zelf kunnen zorgen voor een goede instelling. Daarvoor moeten ze wel de hele dag door, dag in dag uit, jaar in jaar uit, allerlei beslissingen nemen. De verantwoordelijkheid die dit met zich meebrengt wordt onderschat. Het kan veel moeite kosten, je moet vooruit denken, je moet elke dag weer de motivatie kunnen opbrengen om het goed te doen, je moet jezelf prikken en controleren. Dit alles zonder de garantie dat je geen complicaties krijgt. Soms is dit te veel en hebben mensen extra ondersteuning nodig. Dit kan zijn om kennis en vaardigheden op te frissen, maar ook om diabetes te leren accepteren en het beter te kunnen inpassen in het dagelijks leven.' Bij het Centrum voor Revalidatie van het Universitair Medisch Centrum in Groningen (UMCG) kunnen mensen die vastlopen met hun diabetes verschillende programma's volgen. Voor meer informatie zie: www.centrumvoorrevalidatie-umcg.nl.


Kennis
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom iemand de adviezen van zijn arts niet goed opvolgt. Onvoldoende kennis of vaardigheden vormen een belangrijk aspect. Koopmans: 'Dokters hebben vaak niet veel tijd en zijn dikwijls niet zo goed in uitleggen. Als je een nieuwe keuken koopt, krijg je doorgaans meer uitleg over het gebruik en het belang van goed onderhoud. Het leren omgaan met diabetes is echter een complexe materie. Dus als iemand er niet in slaagt zijn diabetes goed te reguleren, dan moet als eerste bekeken worden of iemand voldoende kennis en vaardigheden heeft. Daarnaast is het belangrijk dat de arts uitlegt waarom het gebruik van de medicijnen belangrijk is en wat er kan gebeuren als iemand ze niet neemt.' De diabetesverpleegkundige heeft hier uiteraard ook een belangrijke ondersteunende rol. Ook praktische zaken spelen mee. Mensen kunnen simpelweg vergeten om hun medicijnen te nemen of om hun bloedglucose te controleren. Mocht dit het geval zijn dan zijn er allerlei hulmiddelen voorhanden, zoals een pillendoosje of alarmklokjes. Ook kunnen mensen bijvoorbeeld zelf in hun mobiele telefoon of elektronische agenda een herinneringsalarm instellen.


Weten en doen
Het hebben van voldoende kennis is de eerste stap. Toch wordt er volgens Joost Keers, gezondheidspsycholoog en diabetesonderzoeker bij het UMCG, te veel vanuit gegaan dat als je weet wat je moet doen, je dit ook automatisch gaat doen. 'Er zit een kloof tussen het hebben van kennis en dit ook daadwerkelijk kunnen toepassen in de praktijk. Het is net zoals hierboven al is aangestipt met roken: mensen weten dat het slecht is, maar doen het toch. Op het vlak van diabetes moeten mensen constant verstandige keuzes maken en als dit niet altijd lukt, krijgen ze een schuldgevoel of een gevoel van machteloosheid. Soms hebben mensen hulp nodig bij het in de praktijk leren toepassen van gezond gedrag, maar mensen moeten ook leren accepteren dat ze het niet altijd goed kunnen doen. Als je eigenlijk om 18.00 uur thuis wilde zijn om te gaan eten en je pillen in te nemen, dan kan er zonder dat jij het wilt of er iets aan kunt doen, toch een file tussenkomen.'


Verkeerde adviezen
Ook kan het zijn dat mensen adviezen krijgen die niet passen bij hun situatie. Iemand moet bijvoorbeeld viermaal daags insuline spuiten, maar is op zijn werk niet altijd in de gelegenheid om op tijd te lunchen of om insuline te spuiten. 'Dit kan elke werkdag opnieuw een belemmering opleveren', aldus Keers. 'Dan kun je eenvoudig gesteld twee dingen doen: ervoor kiezen dat je bloedglucose wat hoger is, zodat je die tijd kunt overbruggen, of kijken of je bepaalde vaardigheden kunt aanleren om tegen je collega's te zeggen: "ik heb diabetes en moet me daarom af en toe even terugtrekken".' Zo heeft ieder persoon zijn eigen situaties die spanning opleveren. Bijvoorbeeld willen sporten maar dit niet doen uit angst voor een hypo. Of niet meer uit eten gaan omdat je dan niet precies weet wanneer het eten komt. Het is zinvol om zo'n probleemsituatie met een diabetesverpleegkundige of een arts te bespreken. Vaak is er meer mogelijk dan mensen denken en kan een probleem eenvoudig opgelost worden door een ander medicijn, een aangepaste dosering of een ander insulineschema te gebruiken.'


Accepteren
De mate waarin iemand heeft geaccepteerd dat hij diabetes heeft, is ook bepalend voor de manier waarop hij ermee omgaat. Koopmans: 'Een chronische ziekte krijg je zo maar. De één is gezond en de ander niet. Eigenlijk is dat niet eerlijk, maar het is niet anders. Voor sommige mensen is dit moeilijk te accepteren. Die vinden het onredelijk, ze hebben de neiging om het te ontkennen. Andere mensen denken: het is nu eenmaal zo en laat ik maar proberen er het beste van te maken. De meeste mensen zitten er ergens tussenin.' Joost Keers zegt hierover: 'Iedereen gaat anders met teleurstellingen om. Sommige mensen geven snel op na een teleurstelling, terwijl anderen op zoek gaan naar de beste oplossing. Dit speelt een rol bij het accepteren van diabetes, maar ook bij het accepteren van teleurstellingen rondom je diabetes, bijvoorbeeld een HbA1c dat hoger is dan verwacht. De één voelt zich dan lamgeslagen omdat de gedane investeringen niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd, anderen denken juist: ik heb in elk geval mijn best gedaan, volgende keer beter.'


Burnout
Soms ontstaat er bij mensen een algeheel gevoel van machteloosheid rondom het zelf regelen van hun diabetes, ook wel diabetes burnout genoemd. Vaak ondervinden mensen dan problemen op meerdere vlakken. Ze hebben bijvoorbeeld het gevoel dat diabetes hun hele leven beheerst, worden boos als ze aan hun diabetes denken, voelen zich onvoldoende gesteund door hun omgeving en zijn angstig voor hypo's of om tegen andere mensen te vertellen dat ze diabetes hebben. Dit kan zulke grote vormen aannemen, dat mensen er ongelukkig van worden, dat ze inleveren op de kwaliteit van leven en dat ze slecht voor hun diabetes gaan zorgen, met alle gevolgen van dien. 'Mensen die tegen deze problemen aanlopen doen er verstandig aan dit met een diabetesprofessional te bespreken', zegt Mesch. 'Het is belangrijk hier niet te lang mee door te lopen, want hoe langer een bepaald gedrag is ingesleten, des te moeilijker het is om het weer af te leren. Bij de diabetesrevalidatie reiken we mensen de kennis en vaardigheden aan die ze nodig hebben om weloverwogen keuzes te maken in het dagelijkse leven. Ook begeleiden we ze bij het toepassen hiervan in de praktijk. Dikwijls krijgen mensen hierdoor hun diabetes beter onder controle met als gevolg dat ze minder afhankelijk worden van de behandelend arts.'


Testen
Wanneer is er sprake van een diabetes burnout? Keers: 'Bij het revalidatiecentrum maken we gebruik van de screeningslijst PAID (Problem Areas In Diabetes). Deze lijst bevat twintig vragen over aan diabetes gerelateerde negatieve emoties. Bijvoorbeeld in welke mate beheerst diabetes uw leven? Bij een score boven de veertig, op een schaal van honderd bij het invullen van deze vragenlijst, kan diabetesrevalidatie zinvol zijn. In het UMCG hebben we deze lijst afgenomen bij mensen met diabetes en daarbij kwam twintig procent van de mensen uit boven deze score. In de perifere ziekenhuizen kwamen we uit op vijftien procent. Simpelweg kun je dus zeggen dat ongeveer vijftien tot twintig procent van de mensen met diabetes, worstelt met de symptomen van een diabetes burnout. Bij het revalidatie-centrum hebben we gemerkt dat het zinvol is om hulp in te schakelen bij het leren omgaan met je diabetes als dit nodig is. Mensen hadden in het jaar voorafgaand aan de revalidatie een veel hogere medische consumptie, dan een jaar na de revalidatie. Vaak resulteert het volgen van deze programma's in minder opnames, minder artsbezoek, en daarmee minder gedoe rondom je diabetes.'



facebook google plus