logo bloedsuiker
    Uitgave 03 - 2005, jaargang 20
Minder insuline nodig door sporten

Okke Bezaan (24) is semi-professioneel roeier en heeft diabetes type 1. Vorig jaar september stapte hij over op de insulinepomp. Hoe combineert hij zijn sport met zijn aandoening?


‘Door het roeien heb ik mijn grenzen kunnen verleggen, vooral mentaal' Twee weken heeft Okke Bezaan niet meer geroeid. Hoewel hij met zijn team de “Head of the River” won, kriebelt het om aan een werkcarrière te begin nen. Okke: ‘De Head of the River is een roeiwedstrijd die elk voorjaar in maart op de Amstel gevaren wordt. Roeien op dit niveau en werk kan ik niet meer combineren. Ik moest een knoop doorhakken. Dus heb ik besloten om niet meer aan roeiwedstrijden deel te nemen.' Okke werkt nu drie dagen als intercedent bij Randstad en per september vier dagen als bestuurslid van de roeivereniging Okeanos. ‘Ik ben de materiaalcommissaris van de vereniging. Ik zorg dat de vloot er goed bij ligt en ik geef leiding aan de commissie die de boten onderhoudt.'


Athene
In Nederland hebben alle studentensteden minstens één studentenroeivereniging. Sommige hebben er twee, Amsterdam heeft er drie. Naast Skøll en Nereus is Okeanos de derde Amsterdamse roeivereniging. Alle verenigingen hebben bovendien een aantal roeiers, dat een professioneel niveau wil bereiken om bij de Nederlandse Roeibond terecht te komen. Okke: ‘In Nederland beoefenen ongeveer 26.000 mensen de roeisport. Daaronder zijn 6.000 studenten, van wie ongeveer 500 studenten op wedstrijdniveau roeien. Van Okeanos deden drie leden mee aan de Olympische Spelen in Athene. Dan ben je trots, ook als roeivereniging.'


Naar de huisarts
Okke kreeg in 2001 diabetes type 1. Hij had de bekende symptomen zoals onlesbare dorst, veel naar het toilet gaan en op sommige momenten niets meer zien. Die symptomen hadden een teken moeten zijn om minstens naar de huisarts te gaan. Maar Okke weigerde: ‘Ik dacht dat de symptomen ook wel weer zouden verdwijnen. Gelukkig is mijn moeder doktersassistente. Zij heeft me na twee weken ellende naar de huisarts gesléépt. Bij de huisarts had ik een bloedglucosewaarde van 19. In het ziekenhuis bleek deze zelfs 30 te zijn. Veel te hoog.'


Honderdtachtig graden
Okke's normale wereld draaide in één etmaal honderdtachtig graden. Hij zegt: ''s Ochtends ging ik naar de huisarts en 's avonds werd me in het ziekenhuis alles over diabetes uitgelegd. Dat was voor mij een enorme schok.' Achteraf ziet Okke in dat hij zijn leven als iets vanzelfsprekends zag. ‘Binnen één dag was dat veranderd. Ik moest gaan nadenken over wie ik ben, hoe ik me gedraag en hoe ik in het leven sta.' Langzaam ging hij anders tegen zijn aandoening aankijken. Hij zag in hoe waardevol zijn leven is. Strak en gestructureerd Gemakkelijk vond hij het eerste jaar na de diagnose niet. Okke leefde een strak en gestructureerd leven. Op vaste tijdstippen eten. Gezond eten. Regelmatig bloedprikken. Okke: ‘Daar week ik nooit vanaf. Na een jaar bedacht ik dat ik wel zo door zou kunnen leven, maar gelukkig was ik niet. In het AMC zei mijn internist, dokter Hoekstra, dat ik best iets vrijer mocht leven. Dat ik best eens een keertje een uur later mocht eten. En ook lekker mocht eten. Maar ik moest er wel voor zorgen dat mijn waardes goed bleven.' Dat gaf voor Okke de doorslag. Vanaf dat moment leeft hij niet náár zijn diabetes, maar mét zijn diabetes.


Allerlei activiteiten
Okke ondernam allerlei activiteiten. Als eerste vierde hij Koninginnedag in Amsterdam. ‘Dat had ik nog nooit gedaan en ik was benieuwd hoe me dat zou afgaan. Niet alleen in lichamelijke, maar ook in praktische zin. Kon ik bijvoorbeeld mijn insuline spuiten in een drukke massa? En waar dan?' Met dezelfde vragen ging Okke op vakantie naar de Verenigde Staten. Wat zou het tijdsverschil met hem doen? Zou het raar zijn om in een restaurant insuline toe te dienen? Okke: ‘Dat is me allemaal heel goed afgegaan. Zodoende kreeg ik ook weer meer zelfvertrouwen. Toen ben ik ook begonnen met roeien.'


Insulinepomp
Vorig jaar september stapte Okke over van spuit naar insulinepomp. De reden was zijn angst om tijdens het roeien in een hypo terecht te komen. Vanwege die angst hield hij zijn bloedglucosewaarden altijd kunstmatig hoog. Okke: ‘Dat voelde niet goed. Op aanraden van mijn internist ging ik over op de insulinepomp. Het bleek dat ik daarmee veel beter kon trainen.' Met de insulinepomp – waterdicht – werd zijn HbA1c* lager en werden zijn bloedglucosewaarden gelijkmatiger. Dat was voor Okke een grote vooruitgang. ‘De pomp kan zó worden ingesteld dat hij bijvoorbeeld maar de helft van de insulinehoeveelheid afgeeft. Die overstap was mijn beste beslissing.'


De coureur en de motor
In maart heeft Okke samen met zijn team de “Head of the River” gewonnen. De tocht tussen Ouderkerk aan de Amstel en Amsterdam is acht kilometer lang en wordt georganiseerd door de Amsterdamse Roeibond en roeivereniging Willem III. Okke: ‘We roeien ook door Amsterdam. Het is een prachtig gezicht als je zoveel juichend publiek ziet en er honderd boten achter elkaar liggen.' De roeiwedstrijd wordt in 8+ boten gestreden. Een 8+ is een boot met acht roeiers en een stuurman of – vrouw. De stuurman moedigt aan. Okke: ‘Dat is belangrijk want de roeiers moeten dezelfde, synchrone bewegingen maken. Roeien is de ultieme teamsport. Je voeten zijn in de boot vastgebonden, je bent met zijn achten en je moet allemaal in hetzelfde ritme blijven. Ook daarin is de stuurman belangrijk. Na zijn commando “na ‘nu' tien halen harder” bijvoorbeeld, moet het team als een geoliede machine harder roeien. De stuurman is de coureur, de roeiers zijn de motor van de boot. We roeien achttien kilometer per uur; de meeste fietsers moeten flink doorfietsen om ons bij te houden. De tocht vergt veel concentratie van het individu, maar ook van het team.


Grenzen
Heeft zijn achternaam nog iets te maken gehad met zijn carrière op het water? In 1400 zou een ver familielid van Okke als matroos werkzaam zijn geweest op de bezaansmast van een oorlogsschip. Okke: ‘Het schip had een zeeslag gewonnen en de matroos mocht zijn beloning kiezen: een zak met geld of een achternaam. Dat laatste was in die tijd minstens net zo belangrijk als geld.'Okke zal het roeien zeker missen, want ‘sport is erg belangrijk. Zeker voor iemand met diabetes. Ik voel me fit, waardoor ik minder insuline nodig heb. Maar ook mijn aderen blijven gezond en mijn hart blijft goed pompen. Ik kan me alleen lekkerder voelen, als ik mijn lichaam goed verzorg. Door het roeien heb ik mijn grenzen kunnen verleggen, vooral mentaal. Ik heb geleerd dat je ook met diabetes bij de sterken kunt horen. Ik ben niet anders, ik moet gewoon beter opletten.'


Insulinepen versus insulinepomp bij (top)sport
Iedereen heeft 24 uur per dag een klein beetje insuline nodig. Dit wordt de basale insulinebehoefte genoemd. Daarnaast hebben we extra insuline nodig voor de maaltijden en tussendoortjes. Om in de insulinebehoefte te voorzien, kunnen mensen met diabetes kiezen voor verschillende spuitregimes. Ze kunnen twee keer per dag een insulinemix spuiten met een combinatie van lang- en kortwerkende insuline. De langwerkende insuline voorziet in de basale behoefte en de kortwerkende insuline vangt de glucosepieken op na de maaltijden. Tegenwoordig kiezen steeds meer mensen voor een intensief insulineregime. Deze mensen spuiten drie keer daags kortwerkende insuline voor de maaltijd en één keer per dag langwerkende insuline voor de basale behoefte. Hiermee kunnen veel mensen hun diabetes goed instellen en meer flexibel leven.
Kortwerkende insuline
Met een insulinepomp gebruikt iemand alleen kortwerkende insuline. De pomp zorgt ervoor dat iemand 24 uur per dag steeds een klein beetje insuline krijgt toegediend, voor de basale behoefte. Voor een maaltijd dient iemand dan extra insuline toe met de pomp, dit wordt bolussen genoemd. Als mensen intensief gaan sporten, hebben ze minder insuline nodig. Met de insulinepomp kunnen ze dan op dat moment de basale insulinetoediening verminderen. Hiermee kunnen ze vermijden dat ze een hypoglycaemie krijgen, een te laag bloedglucose-gehalte. Daarom kan de insulinepomp een oplossing bieden voor mensen die aan topsport doen. Voor mensen die insuline spuiten is dit minder makkelijk bij te regelen, omdat de langwerkende insuline die eerder is gespoten zijn werk blijft doen, ongeacht of iemand veel of weinig gaat sporten.



* HbA1c is een meting in het bloed die een gemiddelde geeft van de bloedglucosewaarden van de voorgaande zes weken




facebook google plus