logo bloedsuiker
    Uitgave 02 - 2005, jaargang 20
Bewegen als behandeling

‘Bewegen zou een vast onderdeel moeten zijn van de behandeling van diabetes, want het levert veel winst op voor de gezondheid', meent dr. Maria L. Zonderland, medisch fysioloog en werkzaam bij de afdeling Sportgeneeskunde van het Universitair Medisch Centrum in Utrecht.


Maria L. Zonderland (l) en haar collega Yvonne van der Lek Zelf loopt Zonderland drie keer per week hard en gaat ze dagelijks op de fiets naar haar werk, tien kilometer heen en tien kilometer terug. Dat ze daarmee ver boven het Nederlandse gemiddelde uitstijgt, realiseert ze zich. Tegenwoordig wordt geadviseerd om tenminste vijf keer per week een halfuur matig intensief te bewegen, bijvoorbeeld stevig wandelen of fietsen. ‘Als je dat zou doen, blijf je fit, maar meer dan de helft van de Nederlanders haalt dit halfuur bewegen per dag niet', aldus Zonderland. Toch valt er veel winst te halen uit een regelmatig bewegingspatroon. Voor iedereen, maar voor mensen met diabetes in het bijzonder. Want zij hebben door de verstoorde glucosehuishouding meer kans op het krijgen van complicaties aan hart- en bloedvaten, ogen, zenuwen en/of voeten, ook wel diabetescomplicaties genoemd.


Fitter
‘Regelmatig bewegen of sporten ver-betert de algehele lichamelijke conditie', start Maria Zonderland. ‘Het hart wordt sterker en de spieren raken beter doorbloed. Daardoor gaan mensen zich fitter voelen. Ze kunnen de trap weer oplopen zonder te hijgen. Ze kunnen met gemak een dag winkelen of lekker een stuk gaan fietsen. Alles loopt makkelijker, ze raken minder snel uitgeput. ‘Bewegen is ook goed voor de bloeddruk. Deze daalt bij regelmatige beweging. Trainen maakt de vaten soepeler en minder gespannen. Vooral bij mensen die een licht verhoogde bloeddruk hebben, bijvoorbeeld een bloeddruk van 140/95, zie je een gunstig effect van lichaamsbeweging. Voor mensen met een ernstige hypertensie, bijvoorbeeld 180/110, is bewegen ook goed, maar zij moeten altijd heel voorzichtig beginnen. Bovendien moeten ze hun medicijnen voor de hoge bloeddruk blijven nemen.'


Bewegen heeft een gunstig effect op:

  • de hele lichamelijke conditie
  • de bloeddruk
  • de cholesterolspiegel
  • de conditie van de hartspier
  • de insulinegevoeligheid 
  • het lichaamsgewicht.



Sterk hart
Ook voor het cholesterolgehalte is het goed om regelmatig te bewegen. Zonderland: ‘Door sporten gaat het goede HDL-cholesterol omhoog en het slechte LDL-cholesterol omlaag. Het totale cholesterolgehalte gaat dus niet altijd omlaag, maar de verdeling tussen het goede en slechte cholesterol wordt beter. Bij mensen met diabetes gaat ook het triglyceridengehalte door training omlaag. Dit is bij mensen met diabetes vaak wat hoog en is ook een risicofactor voor hart- en vaatziekten. Als gevolg van training wordt ook de hartspier sterker. Deze wordt gezonder. De slagkracht van het hart neemt toe, de hartslagfrequentie in rust en bij matige inspanning neemt af. Dat betekent dat het hart minder energie nodig heeft om te kloppen, het gaat veel efficiënter om met de energie. De kans op zuurstofgebrek in het hart, wat kan leiden tot een hartinfarct, wordt daardoor kleiner.'


Insulinegevoeligheid
Vaak hebben mensen met diabetes type 2 overgewicht. Door meer te gaan bewegen, raken ze kilo's kwijt. Hierdoor gaan ze zich lekkerder voelen. Daarnaast heeft afvallen ook een positief effect op de insulinegevoeligheid, want het lichaam van mensen met diabetes type 2 is vaak wat ongevoelig geworden voor insuline.
Zonderland: ‘Zowel mensen zonder als mensen met diabetes worden gevoeliger voor insuline als ze meer gaan bewegen. De insuline gaat efficiënter werken. Voor dezelfde hoeveelheid koolhydraten hebben ze dan minder insuline nodig. Patiënten die insuline gebruiken kunnen dan minder gaan spuiten. Mensen met type 2 die tabletten gebruiken kunnen vaak minder tabletten nemen. Soms kunnen ze helemaal stoppen met de medicijnen. Het is overigens niet zo dat de diabetes dan over is. Stoppen deze mensen weer met bewegen of komen ze weer aan in gewicht, dan moeten ze weer medicijnen gaan nemen.‘ Door regelmatig te bewegen kunnen alle mensen met diabetes er wel voor zorgen dat de aandoening minder snel erger wordt. Ook kunnen ze het krijgen van diabetescomplicaties uitstellen.



Type 1 en type 2
Diabetes type 1 ontstaat acuut en vaak op jonge leeftijd. Bij deze vorm van diabetes maakt de alvleesklier helemaal geen insuline meer. Deze mensen zijn voor de rest van hun leven afhankelijk van insuline-injecties. Diabetes type 2 ontstaat geleidelijk en vaak op wat oudere leeftijd. Daarom wordt deze vorm van diabetes ook wel ouderdomsdiabetes genoemd. Bij deze vorm van diabetes wordt het lichaam minder gevoelig voor insuline. Daarnaast maakt de alvleesklier ook steeds minder insuline. De behandeling bestaat dikwijls uit een dieet en tabletten. In een later stadium worden deze mensen soms overgezet op insuline. Als mensen met diabetes type 2 veel gaan afvallen en bewegen, kunnen ze soms stoppen met de medicatie.




Insuline activeert het transporteiwit Glut-4 Slome transporters
‘We weten nog niet precies hoe het mechanisme van insulinegevoeligheid werkt, maar we hebben wel een vermoeden', gaat Zonderland verder. ‘Ons lichaam is opgebouwd uit miljoenen cellen. In de celwanden ligt een eiwit dat we Glut-4 noemen. Glut-4, een transporteiwit, laat de glucose in de cel naar binnen. Als er maar heel weinig insuline is of als de cel niet meer gevoelig is voor insuline, dan gaat Glut-4 in de cel liggen wachten in rusttoestand. Er is dan veel insuline nodig om Glut-4 naar de celwand te krijgen, de transporters zijn als het ware sloom geworden. Als je gaat bewegen worden de Glut-4 transporters weer actiever. Nu denken we dat als je die Glut-4 maar vaak genoeg “wakker schudt” door te gaan bewegen, je weer gevoeliger voor insuline wordt.'


Hypo
Om te bewegen hebben de spieren energie nodig. Deze energie wordt geleverd door zuurstof, koolhydraten (glucose) en vetten. Deze stoffen worden met het bloed naar de spieren gebracht. Zonderland: ‘Bij mensen met een goed werkende alvleesklier daalt de insulinespiegel als ze gaan bewegen. Dit gebeurt onder meer onder invloed van adrenaline, een hormoon dat het bloedglucoseverlagende effect van insuline tegengaat.
In eerste instantie lijkt dit vreemd omdat de spieren tijdens beweging juist extra glucose nodig hebben en de insuline ervoor zorgt dat de spieren de glucose kunnen opnemen. Maar als iemand zich gaat inspannen, hebben de spieren nog een ander mechanisme waardoor ze glucose kunnen opnemen. Dit mechanisme is niet van insuline afhankelijk. Er zijn dus twee kanaaltjes waardoor spiercellen glucose naar binnen kunnen halen: het ene kanaaltje gaat openstaan omdat de insuline dat aangeeft; het andere kanaaltje omdat de spieren gaan bewegen. Bovendien wordt de werking van insuline versterkt door inspanning. Dat betekent dat tijdens beweging de spieren ontzettend goed glucose kunnen opnemen en hierdoor kan de bloedglucosespiegel dalen. Bij gezonde mensen wordt dit voorkomen doordat de alvleesklier dan wat minder insuline maakt waardoor de insulinespiegel daalt. Maar bij mensen met diabetes type 1 werkt dit regelmechanisme niet meer. Dus als deze mensen onvoorbereid gaan sporten, dan kan het zijn dat de insulinespiegel te hoog is. Dan gaan de spieren hierdoor veel glucose opnemen, maar ze nemen ook glucose op via het andere kanaaltje. Hierdoor kan het glucosegehalte in het bloed te snel dalen en dit kan leiden tot een hypo: een te laag bloedglucosegehalte. Iemand met diabetes kan zich hier wel op voorbereiden, door voor het sporten wat minder insuline te spuiten of wat extra te eten. Bij het begin van de activiteit heeft die persoon dan een wat hogere glucosespiegel, maar vanwege de inspanning gaat dit weer omlaag, maar niet zo laag dat ze in een hypo zakken.' Bij mensen met diabetes type 2 is de kans op een hypo tijdens of na inspanning klein omdat het regelmechanisme vrijwel intact is. Mensen die SU-derivaten (bepaalde bloedglucoseverlagende tabletten) gebruiken hebben overigens wel kans op een hypo.



Na de inspanning
‘Ook na het sporten is je lijf nog een paar uur bezig met extra energieverbruik, om te herstellen', zegt Zonderland. ‘Dus tijdens, maar ook na het sporten verbruik je meer energie. Bovendien kan de toegenomen insulinegevoeligheid door het sporten wel tien of twaalf uur aanhouden. Voor mensen met diabetes type 1 betekent dit dat ze ook na het sporten hun bloedglucose extra moeten controleren en zonodig minder insuline spuiten. Dit om te vermijden dat ze alsnog een hypo krijgen. Na een uur of twaalf ebt die verhoogde insulinegevoeligheid weer weg. Het is moeilijk aan te geven hoeveel eenheden insuline iemand minder moet spuiten voor, tijdens of na inspanning omdat dit per persoon kan verschillen. Bij een inspanning die korter dan vijftien minuten duurt is aanpassing van voeding vaak voldoende. Bij zware en/of langdurige inspanning zal de insulinedosis met soms wel vijftig procent of meer verminderd moeten worden, afhankelijk van de bloedglucosespiegel. Wanneer iemand consequent regelmatig beweegt is de verbetering van de insulinegevoeligheid blijvend. Hierop kan iemand het aantal eenheden insuline dat hij spuit structureel aanpassen. Hierbij speelt zelfcontrole een belangrijke rol.'


Het begin
Voor mensen die lang niet aan beweging hebben gedaan is de drempel best hoog om weer te gaan sporten. Zonderland: ‘Ik adviseer mensen met diabetes die willen gaan bewegen altijd eerst contact op te nemen met hun arts. Die kan de uitgangssituatie in kaart brengen en eventuele contra-indicaties uitsluiten. Bijvoorbeeld hartritme-stoornissen, een bedreigend hoge bloeddruk of afwijkingen aan de voeten of gewrichten. Een arts of bijvoorbeeld een sportarts kan advies geven over hoe de mensen blessures kunnen voorkomen, maar ook over de juiste sportschoenen, met het oog op een eventuele diabetische voet.'


Waar let u op als u gaat sporten? 

  • Sportkeuring of minimaal overleg met behandelend arts
  • Begin niet te zwaar
  • Kies dynamische sportvormen (zie hieronder): maar ga vooral uit van de eigen voorkeur en stem het af op de persoonlijke situatie
  • Eventueel minder insuline spuiten of minder tabletten nemen
  • Wanneer mogelijk vooraf en achteraf de bloedglucosespiegel controleren
  • Glucose of koolhydraatrijke drank meenemen
  • Goede passende sportschoenen. Na het sporten de voeten controleren
  • Omgeving inlichten over het feit dat je diabetes hebt
  • Samen met anderen sporten
  • Probeer tweemaal per week te sporten
  • Medische gegevens meenemen.

 




Consequent
Volgens Zonderland zit de kracht van bewegen in de regelmaat en het niet te zwaar beginnen. Iemand die te zwaar begint, krijgt namelijk enorme spierpijn, loopt misschien een blessure op of schiet in een hypo. ‘Deze persoon bedenkt zich de volgende keer wel tien keer voordat hij weer gaat sporten. Zeker mensen met overgewicht moeten voorzichtig beginnen. Regelmaat is minstens twee keer per week. Dan leert iemand hoe te gaan bewegen. Voor een echt trainingseffect moet men eigenlijk drie keer per week gaan. Dan raakt hij gewicht kwijt, leert harder lopen, wordt minder snel moe en krijgt meer kracht in de spieren. Bewegen heeft het beste effect als iemand het consequent doorvoert in het dagelijks leven.'




Dagelijks een halfuur fietsen is een simpele manier om te zorgen voor meer beweging Niet sporten
Er zijn mensen die niet van sporten houden of niet in de gelegenheid zijn om te gaan sporten. Zij kunnen zoeken naar andere manieren om in beweging te komen. Zonderland: ‘Mensen kunnen bijvoorbeeld dagelijks een halfuur gaan wandelen of een stukje gaan fietsen. Voor korte afstanden kunnen ze er een gewoonte van maken de fiets te nemen in plaats van de auto. Op hun werk of in het winkelcentrum kunnen ze de trap nemen in plaats van de roltrap of de lift. Tuinieren en huishoudelijk werk als stofzuigen of dweilen, zijn ook goede manieren om meer beweging te krijgen.'
‘Iemand met diabetes moet overigens een boodschap bij zich dragen dat hij diabetes heeft en insuline of tabletten gebruikt', gaat Zonderland verder. ‘Het is belangrijk dat ook coaches, trainers of medesporters weten dat iemand diabetes heeft en weten hoe ze moeten handelen in geval van een hypo. Om een hypo te vermijden is het belangrijk dat iemand altijd een glucose- of koolhydraatrijke drank meeneemt.'



Dynamisch
‘Het is belangrijk om een sport uit te kiezen die je leuk vindt. Want als je het leuk vindt, hou je het ook veel langer vol. Een sportschool is vaak een oplossing. Dat is gezellig, er is wat muziek. Dikwijls is daar ook professionele begeleiding aanwezig. Dynamische vormen van sport genieten de voorkeur, ook omdat het effect hiervan op korte en lange termijn het meest positief is. Gedacht kan worden aan zwemmen, hardlopen, wandelen of fietsen maar ook balsporten zoals voetballen, tennissen en hockeyen behoren tot de mogelijkheden. Een afwisseling met krachtsport kan gunstig zijn. Mensen die lange tijd weinig aan beweging hebben gedaan, hebben zwakke spieren. Met behulp van krachttraining kun je deze vrij snel weer opbouwen. Dat is dan weer een goede ondersteuning voor het verbeteren van de conditie. Bovendien groeien de spieren van krachttraining. Als iemand meer spieren heeft, neemt de insulinegevoeligheid toe, want spieren zijn dol op glucose.'


Bron: Dr. M.L. Zonderland: Diabetes Mellitus. In: Sport, bewegen en gezondheid.J.G. Backx, B. Coumans (red). NOC*NSF/Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegem. Jaargang 3, nummer 9: p 35 - 50, 1999.



facebook google plus