logo bloedsuiker
    Uitgave 04 - 2003, jaargang 18
Afvallen en bewegen luidt het advies

Een ongeluk komt nooit alleen. Dit lijkt ook te gelden voor type 2 diabetes. Vaak gaat dit gepaard met een verstoorde vetstofwisseling, een verhoogde bloeddruk en/of eiwitverlies via de urine. Een gevaarlijke combinatie die de kans op het krijgen van hart- en vaatziekten enorm verhoogt. Een gezonde leefstijl kan veel schade voorkomen.


'Het is als het ware een optelsom. Los van elkaar verhogen aandoeningen als een verstoorde glucosetolerantie, een te hoog cholesterolgehalte en een verhoogde bloeddruk de kans op het krijgen van hart- en vaatziekten', begint hoogleraar Interne Geneeskunde en Endocrinologie Hans Romijn. 'Heb je meerdere factoren tezamen dan neemt het risico extra toe. Het lijkt alsof de verschillende aandoeningen elkaar versterken. Het is nog niet exact duidelijk hoe deze risicofactoren met elkaar samenhangen. We vermoeden dat het te maken heeft met de manier waarop organen in het lichaam met elkaar communiceren.' Hoogleraar Romijn is werkzaam bij het Leids Universitair Medisch Centrum.


Wanneer?
Iemand die meerdere van bovengenoemde aandoeningen heeft, heeft een zogeheten metabool (stofwisselings) syndroom. Romijn: ‘De World Health Organisation (WHO) heeft het in 1998 gedefinieerd. Sindsdien spreken we van een metabool syndroom als iemand een nuchtere bloedglucosewaarde heeft boven 6,1 mmol/l of een verhoogde insulinewaarde in het bloedplasma, in combinatie met twee van de volgende aandoeningen: abdominale vetzucht (vet rondom het middel), een gestoorde vetspiegel in het bloed, een bloeddruk hoger dan 160/90 millimeter kwik of medicamenteuze behandeling hiervoor en het vierde criterium is het verlies van eiwit via de urine (microalbuminurie).'


Voorstadium
Bij een metabool syndroom hoeft er nog geen sprake te zijn van type 2 diabetes. Al bij een nuchtere bloedglucosewaarde boven de 6,1 mmol/l of bij een verhoogde insulinespiegel in het bloed neemt de kans op het krijgen van diabetes mellitus toe. Dit wordt ook wel glucose-intolerantie of de pre-diabetische fase genoemd. Bij iemand met een nuchtere bloedglucosewaarde boven de 7,0 mmol/l spreekt men van type 2 diabetes mellitus.


Zwaarlijvigheid
Overgewicht is een belangrijke boosdoener. Veel mensen met het metabool syndroom zijn te zwaar. Gemiddeld heeft veertig procent van de volwassen Nederlanders een te hoog lichaamsgewicht.
Een van de eerste consequenties van gewichttoename is insulineresistentie: ongevoeligheid van het lichaam voor insuline. Omdat het lichaam minder gevoelig wordt voor insuline, gaat het juist meer insuline produceren. Hierdoor is bij mensen met obesitas (zwaarlijvigheid) de insulinespiegel in het bloed constant wat verhoogd. Een nadeel hiervan is dat mensen door deze verhoogde insulinespiegel minder makkelijk kunnen afvallen. Daarnaast heeft een hyperinsulinemie (veel insuline in het bloed) nog een aantal andere negatieve effecten. Zo zorgt het voor een verhoogde retentie (vasthouding) van water en zout waardoor op den duur hoge bloeddruk kan ontstaan. Ook heeft het een negatieve invloed op de vetstofwisseling in het lichaam en heeft het indirect een atherosclerotische (slagaderverkalking) werking. Als iemand dan ook nog rookt, spreken medici over het "dodelijke kwartet" van risicofactoren.
Mensen die te zwaar zijn hebben meer kans op het krijgen van type 2 diabetes, maar ook bij mensen die geen overgewicht hebben komt type 2 diabetes voor. Romijn: "Genetische factoren spelen hierbij een rol. Komt het veel voor in de familie dan is de kans dat je het zelf krijgt groter. Overgewicht is een indicatie, maar belangrijker is waar het vet zit. Met name buikvet, stapeling van vet in de buik, is heel slecht. Vrouwen met dikke benen en billen lopen veel minder risico dan dunne mannen met een dikke buik.'





Bent u te zwaar?
Met de Quetelet Index (QI) kunt u bepalen of u te zwaar bent. Deze berekent u door uw gewicht (in kilo's) te delen door uw lengte in het kwadraat (in meters). Een voorbeeld:
u bent 1.81 lang en weegt 95 kilo. Uw Quetelet Index is dan 95 gedeeld door
(1.81 x 1.81) = 29. 
*  QI onder de 20 = ondergewicht
*  QI tussen de 20 en 25 = prima gewicht
*  QI tussen de 25 en 27 = neigt tot overgewicht
*  QI tussen de 27 en 30 = overgewicht
*  QI boven de 30 = ernstig overgewicht




Complexheid
Romijn: ‘Het metabool syndroom is extreem complex. Het is moeilijk te zeggen wat de relatieve bijdrage is van bepaalde factoren ten opzichte van andere factoren. Er zijn zoveel organen en mechanismen bij betrokken. Om dit goed te kunnen bestuderen, wordt het model vereenvoudigd. De ene arts onderzoekt de hoge bloeddruk, de ander de verstoorde vetstofwisseling. Hetzelfde geldt voor de behandeling. Alle symptomen worden apart behandeld. We hebben pillen voor de hoge bloeddruk, pillen voor de diabetes, voor de verhoogde cholesterol, voor het eiwitverlies in de urine. Mensen met een metabool syndroom krijgen steeds meer pillen. Soms wel acht verschillende per dag, die ze ook nog op uiteenlopende tijden moeten innemen. Natuurlijk bestrijden deze medicijnen de aandoeningen. Bijvoorbeeld bij iemand met een verhoogde bloeddruk, zal de bloeddruk dalen als hiervoor medicijnen worden genomen. Er wordt echter niets gedaan aan de samenhang tussen de verschillende factoren. Onderzoeken wijzen uit dat juist deze samenhang zo belangrijk is. De meest effectieve behandeling hiervoor is een gezonde leefstijl. Dan pak je alles in de kern aan, afgezien van de genetische factoren. Juist die leefstijl blijkt zo moeilijk te veranderen. Het gevolg hiervan is dat de artsen en ook de mensen zelf blijven terugvallen op de symptomatische behandeling met pillen.'


Leefstijl
Met een gezonde leefstijl kun je een hoop narigheid voorkomen en ook de ontwikkeling van bestaande aandoeningen vertragen of stopzetten. Romijn: ?Preventie is extreem belangrijk. Bij mensen met een gestoorde glucosetolerantie, dus een nuchtere bloedglucosewaarde boven de 6,1 mmol/l, is de kans dat ze diabetes zullen ontwikkelen in de nabije toekomst heel hoog. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat door aanpassing van de leefstijl bij deze groep de kans op het daadwerkelijk krijgen van type 2 diabetes gehalveerd kan worden. De aanpassing van de leefstijl houdt in dat de mensen tenminste 150 minuten per week toegewijd stevige inspanning leveren en daarnaast verstandig eten, wat wil zeggen een gebalanceerd dieet met veel groenten en fruit, meervoudig onverzadigde vetzuren en niet teveel verzadigde vetten. Ook voor mensen die al diabetes hebben is het belangrijk deze leefregels in acht te nemen. Door genoeg te bewegen en gezond te eten, maken ze hun lichaam weer gevoeliger voor insuline. Hiermee kunnen ze waarschijnlijk het verergeren van de aandoening vertragen en het krijgen van complicaties aan hart en vaten uitstellen.'




Bewegen
Met toegewijd bewegen wordt bedoeld stevig wandelen, fietsen of zwemmen. Romijn: 'Iemand hoeft niet te gaan hardlopen. Zes keer per week een wandeling van een half uur waarbij je stevig doorloopt is goed. Of een keer flink fietsen. Een persoon die elke dag een flinke wandeling met zijn hond maakt is goed bezig. Het is een keus die de mensen zelf maken. Ze moeten hun lot in eigen hand nemen. Het is net als met stoppen met roken. Dit blijkt ook te lukken als je maar vaak genoeg krachtig met mensen praat. Toch zijn er nog mensen met een metabool syndroom die stevig roken. Daar kan geen geneesmiddel tegenop. Roken is natuurlijk een enorm groot risico voor hart en bloedvaten. Een gezonde manier van leven is extreem belangrijk.'


Cholesterolwaarden
De cholesterolwaarden maken een deel uit van de vetstofwisseling. De kans op het ontstaan van hart- en vaatziekten neemt toe als het cholesterolgehalte boven de 5,0 mmol/l komt. Met het cholesterolgehalte bedoelen we meestal het totale cholesterolgehalte. Deze totaalwaarde is samengesteld uit verschillende soorten cholesterol waaronder het LDL (slecht cholesterol), het VLDL en het HDL (goed cholesterol). Vaak wordt in eerste instantie het totaal cholesterolgehalte gemeten. Dit is vaak bij mensen met het metabool syndroom redelijk normaal, terwijl toch HDL-cholesterol en triglyceriden afwijkend zijn. Dit betekent dat in die situatie, en zeker bij mensen met diabetes, het gehele vetspectrum dient te worden bepaald.


Wanneer is er sprake van een metabool syndroom?
* Nuchtere bloedglucosewaarde boven de 6,1 mmol/l of een verhoogde insulinewaarde in het bloed.
In combinatie met twee van de volgende factoren:
* Abdominale vetzucht (een dikke buik)
* Gestoorde vetspiegel in het bloed
* Bloeddruk hoger dan 160/90 mmHg
* Verlies van eiwit via de urine (microalbuminurie)




facebook google plus