logo bloedsuiker
    Uitgave 02 - 2003, jaargang 18
BLARENVRIJ DE VIERDAAGSE DOOR
‘De lat moet altijd hoger, OOK MET DIABETES'

Frans Rijnkels (68) zal de 87e Vierdaagse van Nijmegen niet aan zich voorbij laten gaan. Ook al heeft hij sinds 1980 type 2 diabetes. Hoe bereidt hij zich voor en wat is de ‘kick' van dertig kilometer per dag lopen, vier dagen lang?


Juli 2003 wordt voor de 87e keer de Vierdaagse gelopen. Vorig jaar liepen bijna 40.000 mensen mee. Hoeveel er dit jaar aan de start zullen staan, is nog niet bekend. Zeker is wel dat de vijftig kilometerlopers tussen vier uur en half vijf ?s ochtends zullen beginnen, de veertig kilometerlopers tussen half zes en zes uur en de dertig kilometerlopers om half acht. Voor Frans Rijnkels uit Roosendaal wordt het zijn twaalfde Vierdaagse. Hij zal om half acht beginnen. Hij liep eenmaal de vijftig kilometer, zevenmaal de veertig en driemaal de dertig. In 1991 deed hij voor de eerste keer mee. ?Tijdens een recreatieve wandeling ontstond het idee om eens met de Vierdaagse mee te doen. Ze zeggen dat je de Vierdaagse maar één keer hoeft te lopen. Daarna loop je hem altijd of nooit meer. Mijn eerste keer is erg goed bevallen.'


Een keer zondigen
Min of meer per toeval werd in 1980 bij Frans Rijnkels diabetes vastgesteld. 'Ik laat ieder jaar mijn bloeddruk controleren. Toen ook mijn urine werd onderzocht is mijn diabetes ontdekt.' Sinds vijf jaar gebruikt Rijnkels zowel 's ochtends als 's avonds voor het eten middellangwerkende insuline. Daarvoor nam hij tabletten. Zijn leven is door diabetes niet ingrijpend veranderd, maar hij draagt de aandoening altijd met zich mee. 'Dat vind ik wel vervelend. Hoe je ermee omgaat vind ik erg belangrijk. In mijn ogen moet je nooit bij de pakken neer gaan zitten. Het dieet waar je je aan moet houden is soms lastig, maar het is nou eenmaal belangrijk om regelmatig te eten. Net zo belangrijk is het om eens een keertje te zondigen. Anders kun je iets niet volhouden. Voor je geestelijke gesteldheid is het goed om van bepaalde patronen af te wijken. Mits je het zo doet dat je lichaam er geen schade van ondervindt. Natuurlijk is sport belangrijk voor je lichaam. Zeker als je diabetes hebt. Je moet in beweging blijven. Ook daarom loop ik de Vierdaagse.'


Training
Van zwemmen en turnen tot voetbal, fietsen en wandelen; Frans Rijnkels heeft heel zijn leven aan sport gedaan. Hij wil dat ook blijven doen. ‘Ondanks mijn diabetes verleg ik mijn grenzen. Ik leg de lat altijd hoger. Ik wil vooral dat mijn voeten en benen in beweging blijven. Iemand die diabetes heeft moet goed op die lichaamsdelen letten.' Zijn trainingen voor de Vierdaagse zijn intensief. Minstens eenmaal per week loopt hij een route van twintig tot dertig kilometer. Bijvoorbeeld een rondje West-Brabant. Vrolijk zegt hij: ‘Ik begin met trainen rond negen uur ‘s ochtends. Dan loop ik van Roosendaal naar de Wouwse plantage en dan via Huibergen, Hogerheide en Woensdrecht naar Bergen op Zoom. Dan weer terug naar Roosendaal. Afhankelijk van de afstand loop ik vier tot zes uur. Ik train ook wel eens rond Kalmthout in Belgi‘, rond Essen in België of rond Diekirch in Luxemburg.
De wandeling in Diekirch is trouwens een van de zwaarste en voert door de bergen. Niet te vergelijken met enig andere wandeltocht. Ook niet met de Vierdaagse.'



Sokken
Als Rijnkels traint loopt hij op lichte, soepele schoenen met grof profiel. Verder gebruikt hij hele dunne sokken. ‘Mijn sokken zijn zo dun als nylon. Daar loop ik het beste mee, maar voor iedereen is dat natuurlijk anders. Je kunt wollen sokken dragen als het kouder is, maar dan ga je mogelijk sneller transpireren. Daardoor kunnen de sokken gaan vilten en bestaat de kans dat je wondjes en scheurtjes in je voeten krijgt.' De rode rugzak van Rijnkels die tijdens trainingen en de Vierdaagse wordt meegedragen heeft een haast onveranderlijke inhoud. Hij is gevuld met snelle suikers in de vorm van dextrose, boterhammen en een chocolade-reep. Verder zitten er een regenponcho en extra sokken in. ‘Ik heb ook altijd een EHBO-doos bij me. Daar zitten pleisters in en tapemateriaal om de voeten af te tapen, want als je loopt krijg je hoe dan ook brandplekken. Zulke rode plekken kunnen blaren worden als je er niet op tijd bij bent.' In de EHBO-doos zit ook “second skin”. Dat zijn vellen die in stukjes kunnen worden geknipt en net als een pleister op een wondje worden aangebracht. ‘Natuurlijk neem ik ook een kruik water mee. Wat je als wandelaar ook nooit vergeten mag, is een rol toiletpapier.'




Pedicure
De Vierdaagse begint voor de dertig kilometerlopers om half acht. Rijnkels meet dan om 05.45 uur zijn bloedglucosewaarden en eet een boterham. Als hij wandelt, controleert hij zijn waarden vrijwel niet meer. Over het algemeen is dat niet het beste advies. De meeste mensen moeten bij inspanning en sport regelmatig tussendoor meten om hypo's te voorkomen of juist vroeg op te sporen. Rijnkels: 'Je leert je lichaam in de loop der jaren goed kennen. Ik ken het mijne door en door. Als je veel wandelt, is het zeker zo belangrijk om geregeld naar een pedicure te gaan. Ik doe dat eens in de zes weken. Dan laat ik mijn voeten controleren, want ik wil de complicaties voor blijven. Ik zal nooit op blote voeten lopen, ook niet op het strand. Blaren heb ik nooit. Van de pleister- en blarenkraampjes langs de route van de Vierdaagse hoef ik geen gebruik te maken. Ik was iedere avond mijn voeten met koud, stromend water om mijn voeten hard te maken. Of het nu winter of zomer is. Wassen met koud stromend water werkt ook heel goed tegen transpirerende voeten.' Ook als Rijnkels niet zo veel zou wandelen zou hij altijd naar een pedicure met diabetesaantekening gaan. Bij de pedicure worden zijn voeten gedurende een uur gecontroleerd op kloofjes, blaren, ingegroeide nagels en eelt en krijgt hij een korte voetmassage. 'De pedicure werkt heel zorgvuldig. Een maand geleden heeft ze me naar een podotherapeut doorverwezen, omdat ik een hielspoor had. Hielspoor is pijn onder je voeten, veroorzaakt door een peesaanhechting. Bij de podotherapeut heb ik daarom een speciale, aangepaste voetzool gekregen.'


Een keer mis
Tijdens de Vierdaagse in 1997 is het een keer misgegaan met Rijnkels. 'Ik had net gelopen, een biertje gedronken en ging in bad. Ik had mijn bloedwaarden niet gecontroleerd, maar was in de veronderstelling dat ik dat wel had gedaan. Eenmaal uit bad ging mijn warmte niet weg. Ik bleef transpireren. Ik dacht dat het water te heet was geweest, maar ik had beter moeten weten. Dit was het begin van een hypo. Toen ik aan tafel zat, raakte ik bewusteloos. Het bleek dat ik een bloedglucosewaarde had van 2,1 mmol/l. Erg laag dus. Gelukkig kreeg ik direct snelle suikers toegediend, waardoor mijn glucosewaarde weer snel steeg en ik gelukkig niet met de ambulance mee hoefde. Trouwens, ik vind een hypo minder erg dan veel mensen. Een hyper is heel anders. Die krijg je niet zomaar naar beneden.'


De eindstreep
De paden op en lanen in gaat Frans Rijnkels alleen. Is in je uppie lopen niet riskant, mocht er onverhoopt iets gebeuren? Een hypo bijvoorbeeld? 'Ik heb mijn mobiele telefoon niet bij me tijdens het trainen. Toch vind ik alleen lopen niet gevaarlijk. Ik voel mijn hypo's bijna altijd goed aankomen. Dan begin ik te transpireren, te trillen, krijg knikkende knie?n en hartkloppingen. Het is vooral een combinatie van die vier, want als ik transpireer kan het natuurlijk ook gewoon warm zijn. Als ik een hypo zou krijgen, dan vertrouw ik op de inhoud van mijn rugzak. Bovendien vind ik het prettiger om alleen te lopen. Je komt jezelf tegen tijdens het trainen. Het werkt geestverruimend. Je overdenkt het leven, filosofeert een beetje. Bij de Vierdaagse doe je dat niet. Daar heb je te veel afleiding. Je zwaait naar het publiek of maakt een praatje met iemand die naast je loopt. De Vierdaagse is veel luchtiger.' Volgens Rijnkels gaat het in Nijmegen dan ook vooral om de sfeer. 'Om half zes zitten mensen al buiten te ontbijten. Studenten zijn al op of nog niet naar bed geweest. Daar word ik vrolijk van. Ik voel me erg lekker bij die sfeer, maar ik verheug me ook iedere keer weer op de eindstreep.'




Noot van de redactie
  1. Frans Rijnkels is een goed getraind persoon die zijn hele leven veel aan sport heeft gedaan en klaarblijkelijk geen bedreigende of stille late complicaties heeft. Dit geldt niet voor iedereen van 68 jaar met of zonder diabetes. Als je wilt sporten, overleg eerst met je arts.
  2. Voeten wassen met koud water zoals Frans Rijnkels doet kan niet algemeen aan mensen met diabetes worden geadviseerd. Ook hier geldt dat de conditie van zenuwen en vaten aan de voeten bekend moet zijn.
  3. Ten slotte, wel of geen mobieltje mee. Ook hier is Frans Rijnkels een gezonde uitzondering die zijn lichaam kent en hypo's goed voelt aankomen. Dit geldt maar voor een beperkt aantal mensen met diabetes; speel op safe en neem hem liever wel mee.




facebook google plus