logo bloedsuiker
    Uitgave 04 - 2004, jaargang 19
MODY; een erfelijke vorm van diabetes

Veel mensen kennen het onderscheid tussen diabetes type 1 en type 2. Naast deze twee veelvoorkomende typen diabetes bestaan er ook zeldzamere vormen van diabetes. Achter de verzamelnaam “MODY”, verschuilt zich een groep van zes erfelijke varianten van diabetes.


Dr. Eelco de Koning en dr. Monique Losekoot begeleiden families waarin MODY voorkomt. Ongeveer drie procent van de mensen met diabetes heeft MODY Van 1991 tot 1994 verbleef ik in Oxford, Engeland, voor mijn promotieonderzoek', vertelt Eelco de Koning, internist-endocrinoloog in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) in Leiden. ‘Daar was op het lab een groep mensen bezig met MODY-onderzoek. Dit wekte mijn interesse. Eenmaal terug in Nederland ben ik families gaan “verzamelen” waarbij diabetes op vroege leeftijd ontstond bij meerdere personen in de familie. Ik werkte toen in het Universitair Medisch Centrum Utrecht.'


Generatie
MODY staat voor Maturity Onset Diabetes of the Young, oftewel vrij vertaald: ouderdomsdiabetes bij jongeren. Het is een vorm van diabetes waarbij iemand niet direct insuline nodig heeft. Daarin lijkt MODY op diabetes type 2. Echter, diabetes type 2 krijgen mensen doorgaans op oudere leeftijd, terwijl MODY zich juist op jongere leeftijd manifesteert. Met jongere leeftijd wordt bedoeld in ieder geval voor het 40ste levensjaar. Een ander kenmerk van MODY is dat het veel voorkomt in één familie, het wordt overgedragen van generatie op generatie.
Als één van de ouders MODY heeft, dan hebben de kinderen vijftig procent kans om het ook te krijgen. Met behulp van DNA-diagnostiek kan worden onderzocht of iemand MODY heeft. Er wordt dan een bepaald gendefect gevonden bij deze mensen.
De genetische defecten van deze erfelijke variant van diabetes type 2 zijn pas de afgelopen twaalf jaar bekend geworden. Ongeveer drie procent van alle mensen met diabetes heeft MODY. Binnen MODY bestaan zes verschillende typen waarvan MODY3 (60-70%) en MODY2 (20-30%) het meest voorkomen. De andere typen, te weten 1, 4, 5 en 6 zijn dus heel zeldzaam.



Milde vorm
‘Laat ik beginnen bij MODY2, omdat dit type zich het meest onderscheidt van de andere typen', vervolgt De Koning. ‘MODY2 doet zich al voor op kinderleeftijd. Deze mensen hebben een defect in het gen voor glucokinase. Dit is een stof in de insulineproducerende cellen van de alvleesklier die een zeer belangrijke rol heeft bij het registreren van de hoogte van de bloedglucosewaarde. Het is de glucosesensor van de alvleesklier. Je kunt het vergelijken met een bloed-glucosemeter die continu de bloedglucosewaarden meet. Door het gendefect verandert het glucokinase en gaat de alvleesklier pas insuline produceren als de persoon een bloedglucose heeft tussen de 7 en 9 mmol/l. Normaal gesproken gebeurt dit al bij veel lagere waarden waardoor de bloedglucose beneden de 5 mmol/l blijft. Van kinds af aan hebben mensen met MODY2 dus al licht verhoogde glucosewaarden tussen de 7 en 9 mmol/l. Het bijzondere van dit ziektebeeld is dat dit gedurende het hele leven zo blijft, het verergert niet. Vaak kom je er toevallig achter dat kinderen of volwassenen MODY2 hebben. Ze hebben doorgaans weinig symptomen. Maar als ze ziek zijn, kan het zijn dat je ontdekt dat ze wat hogere bloedglucoses hebben.
Het is een hele milde vorm van diabetes die eigenlijk geen aanleiding geeft tot complicaties. Deze mensen worden vaak met een dieet behandeld en soms zijn tabletten nodig.'





Als er MODY in een familie voorkomt, kunnen de mensen zich genetisch laten testen
  • DNA en genen
    Het menselijk lichaam is opgebouwd uit miljoenen cellen. In de kern van deze cellen bevindt zich het DNA. In het DNA liggen de erfelijke eigenschappen van een persoon opgeslagen, bijvoorbeeld de kleur van de ogen. Een stukje DNA dat een specifieke eigenschap bepaalt noemen we een gen. Het totale DNA bestaat uit duizenden genen. Een defect in één van de genen kan een ziekte veroorzaken.



Progressief
Bij MODY2 begint de insulineproducerende bètacel dus pas bij hogere glucosewaarden insuline te produceren, maar als de cellen eenmaal op gang zijn en de bloedglucosewaarde is nog aan de hoge kant, dan doen de cellen het voortreffelijk. Dit ligt anders bij de andere vormen van MODY (MODY1 en MODY3 t/m 6). Bij deze typen is er wel sprake van een groot probleem met de insulineafgifte. De bètacellen voelen wel dat de bloedglucose hoog is, maar slagen er niet in voldoende insuline af te geven om de glucose in het bloed weer snel te laten dalen. Hierbij spelen verschillende eiwitten in de kern van de insulineproducerende bètacellen een rol. Welk eiwit een defect vertoont, bepaalt welk type MODY de persoon heeft.
De Koning: ‘Tussen MODY1, MODY3, MODY4, MODY5, MODY6 zie je in de praktijk wat betreft de glucosestofwisseling weinig verschil. De diabetes komt later dan bij MODY2 tot uiting, meestal tussen de 20 en 30 jaar. Het zijn progressieve aandoeningen, wat wil zeggen dat de diabetes in de loop van de jaren steeds erger wordt. De behandeling van deze mensen begint dikwijls met een dieet, gevolgd door tabletten. Uiteindelijk heeft meer dan 40% van de mensen insuline nodig. Bij deze MODY-vormen kunnen, net als bij diabetes type 1 en 2, complicaties ontstaan aan ogen, nieren, zenuwen en bloedvaten.'



Leefstijl
De Koning: ‘We zijn geneigd om de mensen uit een MODY-familie te adviseren om overgewicht te voorkomen. Zo lang je maar dun blijft, heeft je lichaam immers minder insuline nodig. Daarmee kun je waarschijnlijk het krijgen van diabetes uitstellen. Je zet als het ware minder stress op de alvleesklier. Maar ik moet erbij zeggen dat MODY nog een vrij jong ziektebeeld is. Het laatste woord is er nog niet over gezegd. Het kan dus zijn dat de veronderstellingen die we nu hebben, in de toekomst nog veranderen.'
‘Hoewel het vermijden van overgewicht wellicht de diagnose MODY vertraagt, spelen leefstijlfactoren in principe geen rol bij het wel of niet krijgen van MODY', vervolgt De Koning. ‘Diabetes type 2 wordt vaak veroorzaakt door overgewicht en insulineresistentie (ongevoeligheid voor insuline). MODY is echter, net als diabetes type 1, een probleem van de bètacellen. Diabetes type 1 noem ik dan wel eens de extreme vorm van diabetes, waarbij de bètacellen helemaal geen insuline meer produceren en MODY de mildere vorm van het falen van de bètacel.'



De verschillen
Enkele MODY-typen hebben bepaalde specifieke kenmerken waar we in de praktijk gebruik van maken. De Koning: ‘Zo weten we bijvoorbeeld dat MODY3 heel goed reageert op de zogeheten sulfonylureumderivaten en niet goed op metformine. Dit zijn tabletten voor de behandeling van diabetes type 2. Hier houd je dus rekening mee bij de behandeling.
‘MODY5 gaat vaak gepaard met ernstige nierproblemen. Over het algemeen krijgen deze mensen al op redelijk vroege leeftijd nierproblemen en later diabetes. De aard en ernst van de nierproblemen verschillen, maar vaak zie je zogeheten niercysten* bij deze mensen.'



Mody familie?
Het kan zijn dat u na het lezen van dit artikel het vermoeden heeft dat er MODY binnen uw familie heerst? Hiervoor kunt u uzelf drie vragen stellen:

1. komt diabetes binnen uw familie in drie of meer generaties voor, bij meerdere mensen?
2. begint de diabetes al op jongere leeftijd? Meestal voor de leeftijd van 25 jaar, maar in ieder geval voor de 40 jaar?
3. hoeft de diabetes niet direct met insuline behandeld te worden?

Is het antwoord op alle drie de vragen ja, dan is het zinvol dit te bespreken met uw behandelend arts.



Voorlichting
De Koning: ‘Als wij in contact komen met een familie dan gaan wij uitzoeken of het echt een MODY-familie is. Dit kan met behulp van DNA-diagnostiek in Leiden. Als blijkt dat het MODY is, dan zie ik die families op de polikliniek. Ze hebben dan vaak veel vragen, bijvoorbeeld over hun kinderen. Wat is de kans dat zij ook diabetes krijgen? Vanaf welke leeftijd moeten ze de kinderen laten testen op diabetes? Moeten ze de kinderen ook genetisch laten testen? Voor al deze vragen bieden we de mensen erfelijkheidsvoorlichting aan.'


Wel testen
Als er MODY in een familie voorkomt, kunnen de mensen zich genetisch laten testen. Hier zijn voordelen en nadelen aan verbonden. Een nadeel is dat je als drager van het genetisch defect, ook al heb je nog geen diabetes, te maken krijgt met restricties van Levensverzekeringsmaatschappijen voor het afsluiten van verzekeringen met hoge uitkeringen. ‘Een voordeel van wel testen is, dat je het ook te weten komt als je geen drager bent', meent De Koning. ‘Dit is voor mensen een hele geruststelling. Ben je wel drager dan is de kans heel groot dat je diabetes krijgt voor je 40ste. Wanneer is moeilijk te zeggen. Ik heb families gezien waarbij de één op zijn 11de diabetes kreeg en op zijn 15de aan de insuline moest, terwijl een ander familielid op z'n 37ste de eerste symptomen kreeg. Weet je dat je drager bent, dan is het zinvol regelmatig je bloedglucose te laten controleren. Je kunt dan op tijd beginnen met de behandeling, zodra je diabetes krijgt. Dit is belangrijk met het oog op het voorkomen van complicaties.
‘Voor vrouwen uit families waarin MODY voorkomt met een kinderwens is er nog een andere reden om zich te laten testen. Als zij drager zijn, maar nog geen diabetes hebben, is de kans heel groot dat ze het krijgen tijdens een eventuele zwangerschap. Als je dit weet kun je dit extra goed in de gaten houden en direct beginnen met behandeling tijdens de zwangerschap.'




facebook google plus