logo bloedsuiker
    Uitgave 03 - 2001, jaargang 16
Medisch

Uw peuter van twee heeft type 1 diabetes, moet dagelijks insuline spuiten en wil niet eten. Volgens Ellen Aslander, werkzaam als diëtist in het IJsselland Ziekenhuis in Capelle aan den IJssel, komt dat vaak voor. ‘Als een peutertje met diabetes geen trek heeft, maken veel ouders zich zorgen. Heel begrijpelijk, maar toch hoeft het niet altijd problematisch te zijn.' Uiteindelijk kunnen de eetproblemen meevallen. Hulp van een
diabetesteam kan hierbij een belangrijke rol spelen.



Alle kleine kinderen moeten uiteraard genoeg voedingsstoffen binnenkrijgen en als ouder let je daar goed op. Als ouder weet je echter ook dat kinderen een wisselende eetlust en een wisselend eetpatroon aan de dag kunnen leggen. Dat is heel normaal. Voor ouders van kinderen met diabetes kan niet eten echter een probleem vormen. Ze maken zich zorgen in het algemeen en over de bloedglucosewaarden en hypo's in het bijzonder. Als ouders terechtkomen bij een diëtist van een kinderdiabetesteam, wordt tijdens een gesprek eerst de situatie beoordeeld. Zo probeert ook Ellen Aslander, diëtist van het kinderdiabetesteam, tijdens het eerste contact te achterhalen waarom een kind met diabetes slecht eet en wat het desondanks nog wel eet. Ze zegt: ‘Op het moment dat ouders mij het probleem voorleggen, ga ik eerst na of het kind bijvoorbeeld slecht ontbijt, alleen geen groente lust of vooral de warme maaltijd wil overslaan. Vervolgens vraag ik ouders bij te houden wanneer en wat hun kind precies eet. Vaak valt het mee en krijgen ze genoeg binnen.


Moeilijke momenten
Het niet willen ontbijten kan worden veroorzaakt door een hoog bloed-
glucosegehalte. Dit is problematisch want er moet wel insuline (een mengsel van kort - en langwerkende
insuline) worden gespoten die in de basale insulinebehoefte voor de rest van de dag voorziet. Als kinderen geen boterham willen, dan kan een alternatief worden aangeboden. Bijvoorbeeld pap of een extra tussendoortje aan het begin van de ochtend. Maar als het kindje een slechte start van de dag maakt, is het wel zinvol om gedurende de dag vaker de bloedglucoses te controleren.



Het niet willen nuttigen van
de warme maaltijd kan een andere oorzaak hebben. Het is volgens Aslander namelijk mogelijk dat het kind al genoeg tussendoortjes heeft gegeten. ‘Als een kind teveel eet tussen de maaltijden door, heeft het vaak geen trek meer in de warme maaltijd. Om dit te voorkomen kunnen ouders de richtlijn voor het eten van tussendoortjes (zie ook het voorbeeld koolhydratenverdeling) als leidraad gebruiken.'

Een andere reden waarom een peutertje niet eet, is van meer leeftijdsgebonden aard. Want een kind van twee zegt vaker nee. Ook tegen eten. Om de insuline toch goed af te kunnen stemmen op de hoeveelheid koolhydraten die wordt gegeten is het aan te raden om na de maaltijd te spuiten. Hiervoor kunnen kortwerkende insuline of ultra-kortwerkende insuline worden gebruikt. ‘Het aantal eenheden insuline wordt dan afgestemd op hoeveel het kind daadwerkelijk heeft gegeten en het bloedglucosegehalte van een eventuele controle rondom de maaltijd.



Koolhydratenverdeling
Elk kind met diabetes krijgt advies van de diëtist over de benodigde koolhydraten die over de dag moeten worden verdeeld. Meestal betreft deze koolhydratenverdeling twee tot drie tussendoortjes en drie hoofdmaaltijden. ‘Moeders weten over het algemeen heel goed hoe die verdeling is. Bovendien hebben ze die verdeling op papier. Halen ze die hoeveelheid niet, dan is mijn advies om de insuline daarop af te stemmen. Dus minder insuline spuiten. Dit is ook een reden waarom ik ouders vraag op te schrijven wat hun kinderen eten. Dan kunnen ze met eigen ogen zien hoeveel koolhydraten het kind binnenkrijgt. Vervolgens laat ik ze zien wat kinderen nodig hebben en leg hun lijst ernaast. Als ik samen met de ouders die lijsten vergelijk, zien ze dat hun kind vaak beter eet dan verwacht. Ik let er dan ook op of het kind van andere voedingsstoffen, zoals vitamines voldoende binnenkrijgt.' Eén van Aslanders taken is het om ouders gerust te stellen. Vooral als een peuter met diabetes ziek wordt, blijkt die taak erg belangrijk. Vroeger gaf men kinderen met diabetes tijdens ziekte het advies om net zoveel koolhydraten te eten als normaal, bijvoorbeeld in de vorm van vla in plaats van boterhammen. Dat advies is achterhaald. Ook als ze minder koolhydraten binnenkrijgen dan gewoonlijk, is het bloedglucosegehalte eerder hoog dan laag door het ziek zijn. Vooral als er sprake is van koorts. Het kind vraagt toch meestal zelf om zoete drankjes, sapjes of vla.' Anders gezegd, een peuter geeft zelf wel aan waar hij trek in heeft en dat blijkt in de meeste gevallen goed te werken. Maar ook bij niet of nauwelijks eten is insuline nodig.


Welles - nietes
Het is belangrijk dat het wel eten - de ouders - versus het niet eten - het kind - geen machtsstrijd wordt. Kinderen moeten eten, zeker na een insuline-injectie, maar touwtrekken moeten ouders proberen te voorkomen. ‘Ouders proberen natuurlijk eerst zelf aan het kind uit te leggen dat het moet eten. Dat gaat onder het motto van ‘anders word je ziek'. Aan een vierjarige kun je dat uitleggen, aan een tweejarige is dat moeilijker. Mijn advies is; zet het bordje op tafel, wacht vijftien minuten en als de peuter niet wil eten - ook zelf niet - dan laat je het zo.
Een extreme situatie waarin een peuter helemaal niet meer wil eten, heb ik
nog niet meegemaakt.'
Als de insuline al is toegediend en het kindje wil absoluut niet eten, dan kan er eventueel voor limonade of drinkyoghurt worden gekozen om de koolhydraten aan te vullen. Daarnaast is het raadzaam minder insuline te spuiten en/of na de warme maaltijd te spuiten als een kind tijdelijk minder eet.



Druivensuiker
Om een hypo - te laag bloedglucosegehalte - te kunnen opvangen is het nodig om altijd druivensuiker (= glucose) bij de hand te hebben.
Ook een flesje limonade of een sportdrank zijn prima middelen om een hypo overdag te voorkomen. Aslander: ‘In ieder geval altijd iets met koolhydraten. Kaas, worst, rauwkost of vlees hebben geen zin. Heb je op het moment van een hypo geen (drank met) druivensuiker bij de hand, dan zijn alle andere alternatieven zoals vruchtensap, biscuitjes of brood ook prima. Kortom, alles wat op dat ogenblik voorhanden is. Bij hypo's geeft het diabetesteam vaak een persoonlijk advies over de benodigde hoeveelheid glucose, afhankelijk van het lichaamsgewicht. Zo adviseren we een kindje van zestien kilo bij een hypo acht gram glucose te geven, dit is drie dextrotabletten van bijna drie gram.



Nachtelijke hypo's
Een nachtelijke hypo is natuurlijk het schrikbeeld voor veel ouders. Om dat te voorkomen kan een ouder ‘s avonds of in de loop van de avond nog een tussendoortje geven. Bij onzekerheid kan ook overwogen worden de bloedglucose van het kindje gedurende de nacht te controleren. ‘Blijkt een peuter ‘s nachts vaker erg lage bloedglucoses of een hypo te hebben, dan adviseren wij om te laten beoordelen of de insuline moet worden aangepast. In het IJsselland Ziekenhuis hebben we een klein computertje dat continu de bloedglucosewaarde bepaalt. Dit kan drie dagen meegegeven worden aan een patiënt. De resultaten van de meting helpen bij de beoordeling van wat er ‘s nachts gebeurt. Dan kun je als dat nodig is de voeding aanpassen, maar in de praktijk wordt meestal de insuline aangepast.


Lange tijd niet eten?
Willen kinderen lange tijd helemaal niet eten? Dan zullen ouders samen met de diëtist de situatie moeten bekijken. Aslander: ‘We zoeken dan naar oplossingen en eventuele alternatieven. Zo kan fruit voor wat betreft een aantal vitamines groente vervangen. De behandeling van ernstige eetproblemen ligt meer op het terrein van de orthopedagoog of kinderpsycholoog.'
Wat de soorten insuline aangaat, zijn volgens Aslander heel veel combinaties mogelijk. Eet een kind slecht en heeft het normaliter een insulinemengsel van 30/70 (kort-lang) dan kan door het kinderdiabetesteam voor een ander mengsel gekozen worden, bijvoorbeeld 10/90. ‘Voor het avondeten krijgen kleine kinderen vaak kortwerkende insuline of kortwerkende insuline analogen. Als je de bloedglucosespiegel moet bijregelen zijn kortwerkende insuline analogen ideaal. Deze werken snel waardoor je ze ook na de maaltijd kunt toedienen.' Het is wel zo dat bij jonge kinderen ook analogen veel langer kunnen werken dan de drie à vier uur die op de bijsluiter vermeld staat. Dat maakt het extra moeilijk. Variëren met het insulineschema gebeurt altijd in overleg met de kinderarts en de kinderdiabetesverpleegkundige.



Minder zorgen
Bij het geruststellen van de ouders is de groeicurve van een kind van belang. Ook die wordt aan de ouders getoond. ‘Als ze met eigen ogen zien dat de groeicurve normaal is en het kind is verder lekker actief, dan wordt het probleem al veel kleiner. Dan maken ze zich minder zorgen. Ik probeer ouders te begeleiden door tussen twee afspraken in contact te houden. Het is belangrijk richting ouders te erkennen dat dit vaak de lastigste periode is bij opgroeiende kinderen maar dat het altijd over gaat.'


Meer informatie?
‘Goed van eten en drinken'; brochure over voeding voor kinderen van 0 - 4 jaar.

Bestellen?
Maak f 7,90 over op gironummer 4323700 t.n.v. Voedingscentrum, Den Haag.
Onder vermelding van: 1 ex. Nr. 10




facebook google plus